Wat is dat toch met die Randstad? Telkens als de naam valt, zie je de mensen moeilijk kijken, alsof het om een boekhoudkundig begrip gaat. Dat wordt er niet beter op als je uitlegt, dat dit ons concept is waarmee we Nederland voort kunnen stuwen in de vaart der volkeren en vorm en inhoud kunnen geven aan de droom van de oud-leider van de VVD, Jozias van Aartsen: van ons land het Manhattan aan de Noordzee maken.
Toch is dat precies wat Wim Kok voor ogen stond toen zijn commissie deze week voorstelde de vier bestaande provincies Zuid- en Noord-Holland, Utrecht en Flevoland aaneen te smeden tot één Randstadprovincie, die vanwege haar omvang in één klap een eind zou kunnen maken aan de bestuurlijke stroperigheid. Onder de vleugels van een overkoepelend Randstadbestuur zouden de vier grote steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht eindelijk de laatste obstakels kunnen slechten die hen nog scheiden van vergelijkbare conglomeraten als Londen, Parijs en, wie weet, zelfs New York dat in een grijs verleden niet voor niets gewoon Nieuw Amsterdam heette.
Noem het grootheidsdenken, dat neemt niet weg dat deze Randstad ook voor de burger haar aantrekkelijkheden heeft: minder files, meer strekkende meters rail per inwoner, flitsende verbindingen tussen de verschillende steden en niet te vergeten: eindelijk verlost van dat geniepige dichtslibben van de Randstad, omdat iedere gemeente, iedere provincie, ieder regiobestuur nu zijn eigen haan koning wil laten kraaien. Een machtig Randstadbestuur is in staat orde aan te brengen in deze chaos en een halt toe te roepen aan de verkruimeling. In plaats van verstikkende lintbebouwing en opgepropte Vinexlocaties krijgen we een fraaie afwisseling van authentieke landschappen, bevolkingscentra en industrieparken.
Wat is er eigenlijk tegen? Heel veel, vrees ik. Koks rapport was nog niet verschenen of je zag hoe de rest van Nederland zich tegen deze Randstad afzette. Het Noorden, het Oosten en het Zuiden vrezen dat zij naast zo’n conglomeraat helemaal niet meer aan de bak komen. Zij willen spreiding en zijn blind voor het argument dat het belangrijk is om in een globaliserende wereld over een sterk trekpaard te beschikken. En omdat deze provincies tegen zijn, zal het CDA als plattelandspartij ook wel tegen zijn.
Maar gek genoeg is de Randstad zelf ook tegen. Al die regenten die zich nu in al die steden en besturen hun eigen godjes wanen, zullen zich met hand en tand verzetten tegen de komst van een machtig Randstadbestuur. En ten slotte zal het Rijk zelf ook tegen zijn: dat duldt zo’n grote macht niet direct onder zich. Kortom, als puntje bij paaltje komt, blijven we liever klein dan groot. Vandaar mijn vraag: vanwaar die angst voor een machtige Randstad en hoe terecht is dat?
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.