*

 

Eilandengroep wordt van de kaart geveegd

door Frans Schrijver − 16/01/07, 00:00

De zeespiegel stijgt. En daarmee wordt Tuvalu het eerste land dat in zee verdwijnt. Met een boek, een documentaire en een expositie van foto’s en posters bracht Juriaan Booij de strijd van de Tuvaluanen tegen het water in beeld.

Er gebeurt niet veel in Tuvalu. De ’receptionist’ op het vliegveld ligt languit snurkend te slapen achter de check-in balie. De landingsbaan doet vooral dienst als voetbalveld en cricketpitch. De gevangenis van het eiland is een klein huisje met een hekje eromheen. ’s Nachts glipt wel eens een gevangene over het hek om sigaretten te halen, om daarna netjes weer terug te keren. Waar zouden ze heen kunnen, midden in de Grote Oceaan?

Juriaan Booij bracht twee maanden op Tuvalu door voor zijn afstudeerproject aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. Met een boek, een documentaire – ’The Sinking of Tuvalu’ – en een expositie van foto’s en posters brengt hij de strijd van de Tuvaluanen tegen het water in beeld. Hij maakte van dichtbij de gevolgen van de stijging van de zeespiegel mee.

Veel toeristen komen er niet naar Tuvalu, het ligt te ver weg van alles en iedereen. Er zijn beter bereikbare eilanden met even mooie bounty-stranden. Sinds een paar jaar krijgt Tuvalu ook bekendheid als eerste land dat ten prooi zou kunnen vallen aan de stijging van de zee. Tuvalu heeft geen bergen of heuvels, het hoogste punt is vierenhalve meter. Sinds eind jaren tachtig komen grote delen van de eilanden met vloed met steeds grotere regelmaat onder water te staan. Vooral de king tide, de elke februari terugkerende springvloed, bezorgt de Tuvaluanen natte voeten.

Booij was erbij toen vorig jaar de king tide Tuvalu onder water zette. „Het komt uit de grond borrelen, het is daar koraal. Je ziet het de grond uit stromen. Binnen een paar uur staat het tot je knieën.” Voor bezoekers een beangstigende ervaring, maar de Tuvaluanen zelf zijn gewend geraakt aan de overstromingen, inmiddels bijna elke maand. „Ze reageren erg laconiek”, aldus Booij. Zijn documentaire brengt de gelatenheid in beeld. Als het zoute zeewater omhoog komt is het tijd om de groenten uit de moestuin te redden. „Oogstseizoen”, roept een Tuvaluaanse lachend.

Hoewel er discussies zijn over de oorzaken en de snelheid waarmee de zee zal blijven stijgen, ziet de toekomst er niet rooskleurig uit voor Tuvalu en vergelijkbare laaggelegen eilanden. „We weten dat de zeespiegel is gestegen met ongeveer 20 centimeter over de afgelopen honderd jaar. Dat kan de komende honderd jaar meer zijn”, zegt Hans Oerlemans, hoogleraar Meteorologie aan de Universiteit van Utrecht. „De beste schatting van zeespiegelstijging zit tussen de 20 en 70 centimeter in 2100.” Daarmee verdwijnt nog niet heel Tuvalu in zee, maar het stijgende water maakt op andere manieren overleven onmogelijk. In 2006 schreef het tijdschrift Nature dat een stijging van het zeeniveau van maar 20 tot 40 centimeter Tuvalu onbewoonbaar zou maken. Er zouden vaker overstromingen zijn, maar ook kusterosie zou sterk toenemen. Hoe hoger het zeeniveau, hoe sterker de kracht waarmee het zand wordt weggeslagen.

De bevolking van Tuvalu lijkt te worden geconfronteerd met de gevolgen van klimaatverandering, waar zij zelf nauwelijks aan heeft bijgedragen. „De stijging van de zeespiegel heeft te maken met de opwarming van de aarde. Daar zijn we wel van overtuigd. De algemene consensus is dat een deel van de opwarming resultaat is van menselijk handelen”, aldus Oerlemans. Hoe groot dat aandeel is blijft onderwerp van discussie. „Je kunt niet uitsluiten dat er een natuurlijke oorzaak is.”

Het levert het beeld op dat het kleine Tuvalu het eerste slachtoffer is van de wereldwijde klimaatveranderingen. Maar niet alle oorzaken liggen ver weg. In ’The Sinking of Tuvalu’ stelt Ian Fry, milieuadviseur van Tuvalu, dat de kusterosie versterkt wordt door een afvalprobleem dat te maken heeft met overbevolking. Afvalstoffen komen in zee terecht en tasten het koraal, een natuurlijke bescherming tegen erosie, aan. Booij zag hoe met afval werd omgegaan. „Al het voedsel wordt ingevaren. De schepen brengen voedsel, maar nemen geen afval mee terug. Er is een gigantisch afvalprobleem. Ze zijn heel erg makkelijk wat dat betreft, ze storten afval gewoon in zee.”

De regering heeft een recycling programma opgezet, ook het planten van mangrove langs de kust zou een goed idee zijn, en het liefst zou Tuvalu enorme hoeveelheden aarde aanvoeren om de eilanden op te hogen. Maar wie moet dat betalen? Tuvalu is nu al grotendeels afhankelijk van ontwikkelingshulp. Een plotse economische meevaller was de mogelijkheid de internet landcode ’.tv’ te verkopen. Het leverde veel minder op dan gehoopt, maar was voldoende om wegen te asfalteren en het lidmaatschap van de Verenigde Naties te betalen. Tuvalu werd in 2000 lid van de VN, vooral om de dreiging van de stijging van het zeeniveau onder de aandacht te brengen. Tuvalu is dan ook vooral actief bij klimaatconferenties, in een poging de opwarming van de aarde te stoppen.

Voor de Tuvaluanen zelf kan het al te laat zijn. Ze houden er al rekening mee dat ze ooit hun eilanden zullen moeten verlaten. „Er is geen andere oplossing dan verhuizen”, aldus Booij. „Dat hebben ze wel door.” Nieuw-Zeeland heeft toegezegd elk jaar 75 klimaatvluchtelingen op te nemen. Australië is kritischer, het beschuldigt de inwoners van Tuvalu ervan de zeespiegelstijging te gebruiken om een verblijfsvergunning te krijgen. Op Tuvalu is er weinig werk voor jongeren, en het geld dat migranten die in het buitenland werken naar huis sturen is meer dan welkom. Maar als ze ooit moeten wijken voor het water, willen de meeste Tuvaluanen het liefst verhuizen naar een ander eiland, waar ze hun manier van leven, hun taal en hun cultuur kunnen behouden. „Als we niet verhuizen als Tuvalu, als een groep, zal onze identiteit, onze cultuur verloren gaan. Voor andere mensen maakt het niet uit, ’zij zijn maar klein, wat zou het uitmaken?”, vertelt Toaripi Lauti, de eerste minister-president van Tuvalu in 1978, Booij.

Maar juist omdat Tuvalu zo klein, afgelegen, arm en kwetsbaar is, is het een vruchtbaar symbool voor milieuorganisaties en journalisten op zoek naar een cause célèbre. ’The Sinking of Tuvalu’ is bepaald niet de eerste documentaire over het in zee verdwijnen van Tuvalu, en als journalisten de eilanden bezoeken is het vrijwel altijd vanwege de zeespiegelstijging. Vorig jaar organiseerde het Wereldnatuurfonds een workshop op Funafuti. Kinderen werd gevraagd ansichtkaarten te tekenen die vervolgens werden opgestuurd naar de Amerikaanse president Bush om hem aan te sporen het Kyoto-verdrag te ratificeren. Franse milieuorganisaties zijn in Tuvalu het project Alofa Tuvalu begonnen om het ministaatje volledig te laten overgaan op zelf geproduceerde groene energie. „Wij zijn allemaal Tuvaluanen”, stelt Alofa Tuvalu op zijn website. „Tuvalu is het symbool van wat ons allemaal te wachten staat als we niets doen om de opwarming van de aarde te stoppen.”

Booij sluit zich bij dat idee aan. „Het is een mooi symbool. Maar het is ook waar. Het dreigt van de kaart te worden geveegd. Ik wil graag dat mensen erover nadenken dat de manier waarop wij leven voor grote problemen zorgt. Hun taal, hun geloof, alles verdwijnt. Zij zijn de eersten.”

mailIcon print |