De Zuid-Afrikaanse motorrijder Elmer Symons is gisteren verongelukt in de vierde etappe van de Dakar Rally. Hij is de eerste dode in de editie van 2007.
De 29-jarige Symons overleed aan de verwondingen van een ongeval in de Marokkaanse woestijn. Dat gebeurde op kilometer 142 van de 679 kilometer lange rit tussen Er Rachidia en Ouarazate. De koersleiding van de woestijnrally kreeg ’s ochtends nog een noodoproep van Symons. Een helikopter rukte uit om de plek des onheils te zoeken en was na acht minuten ter plaatse. Een arts kon daar slechts het overlijden van de Zuid-Afrikaan vaststellen.
Symons nam voor de eerste keer deel als wedstrijdrijder op de motor. Hij stond achttiende in het algemeen klassement.
Sinds het begin van de woestijnrally in 1979 (onder de naam Parijs-Dakar, inmiddels is Lissabon de startplaats) zijn inmiddels 49 mensen gestorven, onder wie 23 deelnemers. Daartoe behoren ook twee Nederlanders: motorrijder Bert Oosterhuis in de editie van 1981/1982 en autocoureur Kees van Loevezijn in 1987/1988. In 1986 werd het dieptepunt bereikt: zeven doden.
Vorig jaar eindigde de rally in rouwstemming. De dood van twee jongens in het slotweekeinde was voor de organisatie aanleiding de laatste rit te neutraliseren. Een van de twee slachtoffers, een 12-jarige Senegalees, overleed na een botsing met een Nederlandse servicetruck. De bestuurder viel volgens de autoriteiten niets te verwijten. Hij was heel voorzichtig door de massa toeschouwers gereden.
In 2005 besloot de organisatie van de Dakar-rally een maximumsnelheid voor motoren ingesteld: 150 km/uur. Aanleiding voor het besluit waren de vier doden die dat jaar tijdens de race vielen. Onder hen de populaire tweevoudig winnaar Fabrizio Meoni. Om de snelheid te controleren, laat de directie sinds vorig jaar de motorrijders per satelliet volgen. In de editie van 2006 kwam toch nog één motorrijder om het leven.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.