In het zich snel ontwikkelende China doen gehandicapten nog nauwelijks mee. In een tweeluik laat Trouw hen aan het woord. Vandaag het slot: de rol van de overheid.
„In de samenleving zal nooit plaats zijn voor mij”, zegt de 31-jarige Xia Hanzhi uit de oostelijke provincie Shandong. „Over het algemeen vinden mensen gehandicapten nog steeds een last voor de maatschappij.” Xia is als gevolg van een val sinds zijn vijftiende verlamd aan beide benen. De middelbare school heeft hij nooit afgemaakt. „We hadden al het geld nodig voor het dagelijks leven en de medische kosten. Ooit weer een opleiding volgen, is een droom. Daarbij, de meeste scholen accepteren geen zwaar gehandicapten”, zegt hij. „Op het platteland komen gehandicapten vaak niet verder dan een paar jaar lagere school. Zelfs in steden is het aantal dat universiteitsniveau bereikt klein.”
Officieel mogen scholen in China kinderen met een beperking niet weigeren. „Maar er bestaan voorzover ik weet geen boetes voor onderwijsinstellingen die het wel doen”, zegt Zhao Tizun, onderzoeker van de staatsinstelling voor de Rehabilitatie van Gehandicapten. „Er is nog veel voorlichting nodig: scholen moeten meer rekening houden met deze leerlingen en hen daadwerkelijk toelaten. En ouders zouden hun gehandicapte kind echt naar school moeten sturen, want ook dat gebeurt nog niet altijd.”
China kent sinds 1991 een wet ’ter bescherming van gehandicapten’, die discriminatie verbiedt en onder meer regels voor (speciaal) onderwijs en werkgelegenheid dicteert. Chinese werkgevers zijn wettelijk verplicht een bepaald percentage gehandicapten in dienst te nemen. De quota verschilt per plaats, maar ligt gemiddeld op 1,5 procent van alle werknemers. Bedrijven die niet aan de regel voldoen, betalen een boete die ten goede komt aan een speciaal werkgelegenheidsfonds voor gehandicapten. Vanwege hardnekkige vooroordelen betalen veel bedrijven echter nog liever boete dan dat ze een gehandicapte in dienst nemen.
„Ik durf potentiële werkgevers nooit te vertellen dat ik van het platteland ben en een beperking heb”, aldus Xia, die met het schrijven van artikelen en poëzie de kost probeert te verdienen. „Ik haalde eens de eindselectie bij een schriftelijke sollicitatie, maar toen de hoofdredacteur erachter kwam dat ik gehandicapt was, hoorde ik helemaal niets meer van ze.”
De overheid probeert met onder meer belastingvoordelen voor gehandicapte zelfstandige ondernemers en voor zogenoemde ’welzijnsfabrieken’, waar alle werknemers gehandicapt zijn, werkgelegenheid te scheppen. Volgens Zhao heeft ruim tachtig procent van de gehandicapten werk. „Voor lichamelijk gehandicapten is het gemakkelijker een baan te vinden dan voor verstandelijk gehandicapten. Vooral voor doven en blinden, die werken vaak als masseurs.”
Xia brengt zijn dagen voornamelijk thuis door, lezend en schrijvend. Hij woont bij zijn oudere zus. Dankzij internet heeft hij steeds meer contact met de buitenwereld en lotgenoten. Online ging hij op zoek naar mensen die hem kunnen helpen, hoewel hij nog niet veel reacties kreeg. „Misschien heb ik de juiste mensen nog niet gevonden, of misschien geloven mensen niet in internet. Maar ik heb geen andere goede manier om hulp te vragen. Ik kan niet weer bij een overheidsafdeling aankloppen, vergeleken daarmee geloof ik toch meer in het medeleven van andere mensen.”
Het eerste deel stond in de krant van 30 december.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.