*

 

De Utrechtse waterlinie

Kees de Vré − 17/11/07, 00:00

De route langs het Utrechtse water naar het snoeperige dorp Vreeswijk is vergeven van historie.

Het Ledig Erf in het zuiden van Utrechts centrum, nog net binnen de stadssingel, is een van de vrolijkste pleinen van de stad. Door zijn riante terrassen en het aanpalende culturele Louis-Hardloper Complex is er veel te doen en te zien. Zo’n plek is het eigenlijk al eeuwen. Door de aanleg van de Vaartsche Rijn kreeg het middeleeuwse Utrecht een verbinding met de Lek, en dat bracht veel leven in de brouwerij. Bij de brug over de singel, de Tolsteegbrug, kwamen toen de handelswegen tussen oost en west samen. Het vele matrozenvolk dat er zodoende rondliep lustte wel een slok, zodat de cafés er welig tierden. En die zijn er gebleven, hoewel de varenslui langzamerhand zijn verdwenen toen grotere waterwegen de economische functie van de Vaartsche Rijn overnamen.

De wandeling langs het water naar het oude schippersdorp Vreeswijk is vergeven van dit soort historie, maar zeker niet altijd middeleeuws van oorsprong. Zo kom je, nog lopend in de stad langs het water, de Pastoe-fabrieken tegen. Bij Pastoe werden (en worden) de wat betere bergmeubelen gemaakt. De naam is vooral verbonden aan een flexibel montagesysteem. Met een beperkt aantal basiselementen kun je de meest uiteenlopende combinaties maken, die naar wens ook weer kunnen worden veranderd. De fabriek is nog steeds in bedrijf en is een van de laatste aan de oevers van de Vaartsche Rijn, een gebied waar eeuwenlang vooral steen- en dakpannenfabrieken stonden.

Omdat Utrecht is omgeven door autosnelwegen, is het onmogelijk de stad uit te lopen zonder zo’n barrière te kruisen. Soms zelfs letterlijk. In deze wandeling moet via een smal voetpad langs de A12, de Vaartsche Rijn worden overgestoken om langs de westoever de weg te kunnen vervolgen. Het is geen leuke plek, maar eenmaal in rustiger vaarwater bedenk je dat die snelwegen wel de moderne varianten vormen van de oude handelswegen. Niet voor niets wordt die A12, waar dagelijks op deze plek 80.000 voertuigen het water passeren, de Betonnen Rijn genoemd.

Aangekomen op een waterkruising pikken we het Amsterdam-Rijnkanaal op, het laatste antwoord op het groeiende scheepvaartverkeer tussen Amsterdam en de Lek. Dat tussen 1930 en 1952 gegraven kanaal lopen we af tot aan een merkwaardig bouwwerk: de Plofsluis. Het Amsterdam-Rijnkanaal vormde in de Hollandse waterlinie een ring van forten die loopt van Muiden naar Gorinchem, een zwakke plek. Het inundatiewater zou via het kanaal kunnen weglopen, waarmee het effect van de waterlinie teniet wordt gedaan. Om dat te voorkomen, bedacht men een oplossing die het scheepvaartverkeer niet zou hinderen en het kanaal toch snel kon afsluiten. Boven het kanaal werden daartoe twee enorme betonnen bakken gebouwd met daarin 40.000 ton zand en grind voorzien van een springlading in de bodem. In 1937 werd met de bouw begonnen, maar deze was nog niet voltooid toen de Duitsers binnenvielen. De Plofsluis is nooit meer afgebouwd, laat staan gebruikt. De betonnen bakken hangen nog steeds over het water, hoewel het Amsterdam-Rijnkanaal er inmiddels – sinds 1981 – met een bocht omheen loopt. De moderne scheepvaart had te veel last van de nauwe doorgang in het kanaal. De betonnen bakken worden nu door schietvereniging Ultrajectum als oefenruimte gebruikt.

Na een blik op het fraaie kasteel Heemstede (gebouwd in 1645, nu onderkomen van projectontwikkelaar Phanos, de sponsor van FC Utrecht) aan de overkant van het kanaal, draaien we zuidwest naar het Lekkanaal, dat halverwege een ander imposant monument toont van Hollands waterglorie: de prinses Beatrixsluis. Dit net gerenoveerde dubbele sluizencomplex stamt uit 1938. Het is geen gewone sluis met deuren. De afsluiting geschiedt met enorme stalen platen die door heftorens verticaal heen en weer worden bewogen. Deze sluis verwerkt jaarlijks meer dan 50.000 schepen. Dat aantal groeit alleen maar, zodat er plannen zijn om een derde sluiskolk aan te leggen.

Na deze sluis doemt in de verte, in de bocht naar de Lek, al het oude dorp Vreeswijk op. Dit snoeperige oord was lang een levendig schipperscentrum waar de schippers wachtend voor de drie plaatselijke sluizen hun inkopen deden. Totdat de bouw van de Beatrixsluis daar tot verdriet van de plaatselijke middenstand een eind aan maakte.

Vreeswijk is tegenwoordig opgeslokt door Nieuwegein. Helaas, kun je denken, maar het heeft ook zo zijn voordelen. De eindhalte van de sneltram naar Utrecht CS is er gevestigd. Een reisje van amper 20 minuten.

mailIcon print |