*

 

Loyaliteitsprobleem ontkennen is slecht plan

At Polhuis − 17/03/07, 00:00

Dat Nederlanders moeten geloven dat ’allochtonen’ loyaal zijn is onterecht. Uit de praktijk blijkt dat de tweede en derde generatie zich niet betrokken voelen.

We zijn weer terug bij af. Dat gevoel bekroop mij bij het lezen van de oproep van Willem Aantjes in Trouw van 15 maart. De oud-fractievoorzitter van de ARP en het CDA breekt de staf over de manier waarop politici reageren op de anti-islamitische kruistocht van Geert Wilders. Zij buigen te veel met hem mee, in plaats dat een krachtig weerwoord van hun kant klinkt. Als zij het niet doen, moet de premier het maar doen.

Die moet moed tonen door het nu openlijk op te nemen voor de miljoen Nederlanders die nu in de verdomhoek zitten. Daardoor zet hij of houdt hij de andere 14 miljoen op het goede spoor. Het is het oude liedje. De allochtone Nederlander is het slachtoffer en de schuld daarvan zijn de autochtonen die zich on-Nederlands, onchristelijk en ondemocratisch gedragen door vraagtekens te zetten bij de loyaliteit van de nieuwkomers. Zij dienen bestraffend toe gesproken te worden.

Aantjes is niet de enige die dit roept. Het politiek correcte denken is weer terug. Ik heb geen zin meer om mij door dit geroep te laten intimideren. Ik vind het ook beledigend voor de vele wijkbewoners die ik ken. Zij worden weggezet als domme, misleide schapen die achter Wilders aanlopen omdat het hun aan intelligentie ontbreekt om een weerwoord te bedenken.

Problemen in de wijken in de steden worden gewoon ontkend of weggewuifd. Stuitend is het dat Aantjes en anderen wel oproepen tot een krachtig weerwoord, maar met geen woord reppen wat de inhoud van dat woord moet zijn. Zij vragen feitelijk ook niet om een weerwoord maar om bezweringsformules. We moeten geloven dat de miljoen nieuwe landgenoten loyaal zijn. Of ze het wel zijn, wordt niet meer nagegaan.

Ik gun Aantjes en de zijnen hun geloof, maar laten ze het mij als moderne zendelingen niet opdringen. Zoals wel meer met geloof het geval is, de feiten zijn er mee in strijd.

Sinds begin jaren tachtig loop ik als predikant in Rotterdam mee in wijken waarin veel allochtonen wonen. Ik heb gezien hoeveel oprechte energie er gestoken is in pogingen hen bij de buurt te betrekken. Antiracismecursussen werden gevolgd, migrantenwerkers aangetrokken, vergadertechnieken aangepast, folders vertaald. Vele andere pogingen kan ik noemen. Wat zijn we ermee opgeschoten? Het aantal ’allochtonen’ dat daadwerkelijk meedoet aan de buurtvergaderingen is minimaal.

Gaat het dan misschien niet om hun belangen? Geenszins! Het gaat over goede huisvesting en leefbaarheid op straat. De interesse is evenwel miniem. Dat komt door de taalachterstand, was de troost in de jaren tachtig. Als de tweede en derde generatie die Nederlandse scholen doorlopen hebben, zou het anders worden. Dat is niet gebeurd.

Soortgelijke geluiden hoor ik ook van schooldirecteuren. In mijn geheugen gegrift is een korte toespraak van een schooldirecteur voor actieve buurtbewoners in zijn school. Hij was jaloers op hun betrokkenheid bij de buurt. Hij vertelde dat hij en zijn team veel pogingen deden om ouders van zijn overwegend allochtone schoolpubliek bij de school te betrekken. Het lukte hem niet of nauwelijks.

Langzaam is bij mij het besef gegroeid dat de ontoegankelijkheid van de Nederlandse samenleving maar een klein deel van de verklaring van deze afzijdigheid is. Het heeft wel degelijk te maken met de loyaliteit van ’allochtonen’ met de samenleving waarin zij nu leven. Ik verzeker u dat in de wijken waarin ik woon en werk naar die loyaliteit door grote groepen van oorsprong Nederlandse wijkbewoners intens verlangd wordt. Zij willen niets liever dan dat ook hun allochtone buren zich voor de buurt inzetten. De buurt als hun buurt ervaren.

Dit loyaliteitsprobleem met krachttermen onder de tafel schuiven lijkt mij geen goed plan. Daarom verzet ik mij tegen Aantjes en anderen die dat roepen. Dat roept juist meer Wilders op.

In de Nederlandse allochtone samenleving zal een gesprek gevoerd moeten worden over de oriƫntatie. Gesproken zal moeten worden over de openlijke of verborgen afkeer van onze westerse samenleving. Dat zal ik blijven vragen.

In dat opzicht heb ik dan ook respect voor staatssecretaris Aboutaleb, die openlijk uitsprak dat hij hier in Nederland begraven wil worden. In al de jaren dat ik met allochtonen te maken gehad heb, is hij de eerste die dat zo openlijk zegt. Daar is nog altijd moed voor nodig. Daarom had ik het toegejuicht als staatssecretaris Albayrak als prominent en goed politica naar haar eigen ’achterban’ een ondubbelzinnig signaal had afgegeven. Daarom is de uitspraak van Kamerlid Arib te betreuren waarin zij een vluchtroute naar Marokko openhoudt. Precies daarover gaat nu juist de discussie.

mailIcon print |