Jerry (35) werkte van 1981 tot 1988 als prostituee in Pagsanjan. Zijn verhaal.
’Ik ben de oudste van zes kinderen, van wie vijf jongens. In 1981 was ik tien jaar. Er was toen al een grote groep jongens onder de twaalf actief als pom-pom.”
„Toen ik zijn auto waste voor geld, nodigde hij me uit voor een drankje in zijn huis. Hij was vijftig, Amerikaan en inwoner van Pagsanjan. Hij beloofde mij een zwembroek. Ik had nog nooit een zwembroek gehad. Die keer gebeurde er niets.”
„Een paar dagen later kwam hij zwemmen in de lodge. Hij gaf me een T-shirt, en nodigde me uit te komen eten. Eenmaal in zijn huis raakte hij me aan en nam ook foto’s van mij. Als herinnering, zei hij. Maar hij heeft er mij nooit één gegeven.”
„Hij kuste me in mijn nek en op mijn wang. Ik vroeg hem waarom. Hij zei: ’Het is een vaderlijke kus’. Mijn vader had me nog nooit zo gezoend. Toen het voorbij was, gaf hij twintig pesos. Zo’n biljet had ik nog nooit in mijn handen gehad. Daarna vroeg hij of ik vijf dagen wilde blijven.”
„De andere jongens zeiden: ’Hij is een goeie vent. Je vader geeft je echt geen twintig pesos. Slaap maar met hem’. Van hen nam ik het aan, zij waren de ervaren jongens. Eigenlijk was ik alleen de eerste keer bang.”
„De derde keer vroeg hij: ’Do you want to sleep with me in my room?’ Hij beloofde vijftig pesos. Ik had geen idee wat er zou gaan gebeuren. Ik kan mijn moeder veel geld geven, dacht ik. Ik had toen geen idee wat seks was. Pas later realiseerde ik me dat hij homo was.”
„Ik was bang om het aan mijn moeder te vertellen. Ik zei dat ik voor vijftig pesos zijn auto had gewassen en bij een neefje had geslapen. Ze geloofde me.”
„Eerst was ik de enige, later sliep hij ook met anderen. Hij had zelfs een schema. Elke dag een ander. De meeste kende ik. Eentje was dertien, de anderen net als ik tien jaar. Vanaf die tijd ging ik ook met andere mannen mee. Allemaal buitenlanders.”
„Naar school ging ik niet meer. Na twee jaar kwam mijn moeder erachter. Ze was vooral boos omdat ik had gelogen. Maar mijn vader was werkloos dus we hadden het geld hard nodig. En ik was de oudste.”
„Ik was trots dat ik mijn familie hielp, maar ik schaamde me ook. Tegenover mijn klasgenoten, vooral de meisjes. Ik wilde niet dat ze dachten dat ik homo was. Ik was bang voor de reactie van mijn broertje van negen. Maar hij wilde juist met me meekomen. Ik zei: ’wacht eerst maar tot je elf bent’.”
„Het breidde zich uit. Van de ene klant naar de andere. Dat heeft jaren geduurd. Toen ik zestien was wilde ik stoppen en weer naar school. Maar ik was te oud. Ze noemden me ’vader’. En op school verdien je geen geld.”
„Ik ben niet slecht behandeld. Eén keer werd ik hard geslagen met een bamboestok. Maar ik dacht altijd: wat er ook gebeurt, sterk blijven. Hij betaalt me erg goed.”
„Ik weet nog goed dat de film werd opgenomen, ik was nog erg jong. Ze kampeerden in the bush. Veel jongens gingen daar ’s nachts naartoe, zeker een paar honderd. Ze betaalden heel goed, die filmmensen.”
„Tijdens de razzia was ik met een klant in de lodge, maar ben ik in de rivier gesprongen. Het werd stil in Pagsanjan. Geen toeristen meer, geen homo’s. Een kleine groep heeft er iets aan overgehouden. Huizen met een lap grond. Maar de meesten grepen overal naast. Geen geld, geen school, geen werk. Ze bleven vergeefs wachten op de beloftes van hun homovrienden.”
„Met één man had ik twee jaar een relatie, van mijn zestiende tot mijn achttiende. Eerst sliep ik met hem, later regelde ik jongetjes en kookte voor hem. Als pooier verdiende ik meer. In een goede week verdiende ik vijfduizend pesos (80 euro, red.). Als pom-pom had ik maximaal vijfhonderd pesos (8 euro, red.). Ik heb een keer in zijn paspoort gekeken toen hij sliep. Daarom ken ik zijn voornaam.”
„Ik heb hem na die razzia wel honderd brieven geschreven. Hij was degene die me altijd hielp, en beloofd had terug te komen. De laatste brief heb ik in 1998 verstuurd. Daarna heb ik zijn adres uit woede weggegooid. Misschien is hij wel dood of gearresteerd. In die tijd was hij al zeventig. Hij heeft me nooit één brief teruggestuurd.”
„Daarna was alles anders. Geen toeristen, geen geld, geen eten. Het was altijd easy money, nu was het hard money. Je kon kokosnoten plukken, houtskool maken of bootman worden. Je verdiende op een goeie dag tweehonderd pesos (3 euro, red.).”
„Ik heb geen spijt. Maar ik denk soms wel: waarom ging ik niet naar school? Ik was gewoon verblind door het geld. Toch ben ik trots dat ik mijn broertjes erbuiten heb weten te houden. Mijn broers zijn dankbaar, zij hebben allemaal een baan en een gezin. Eigenlijk heb ik me opgeofferd voor mijn familie. Ik ben nog steeds vrijgezel. Ik heb wel een kind, maar de moeder is verhuist en wil geen contact meer. Ik kan me geen vrouw veroorloven.”
„Ik heb wel dromen gehad, maar die heb ik niet meer. De kerk heeft me wel geholpen. Ik heb jaren met het verhaal rondgelopen. Drie jaar geleden heb ik de priester alles verteld. Hij luisterde echt naar mijn verhaal en zei daarna dat ik moest boeten. Ik moest op mijn blote knieën op de kerkvloer honderd keer dezelfde Bijbeltekst lezen. Er viel een last van me af. Vanaf dat moment kon ik het verleden laten rusten.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.