*

 

Oprecht en ongrijpbaar

door Eildert Mulder − 06/02/07, 00:00

De filosoof en arabist Tariq Ramadan heeft een ambitieus doel: een westerse islam. Wat hij zegt en schrijft staat altijd in het teken van dit doel.

Voor een ding hoeft Rotterdam niet te vrezen, dat het de komende twee jaar stil zal zijn in de stad. De benoeming van Tariq Ramadan tot gasthoogleraar ’identiteit en burgerschap’ zal garant staan voor een onstuitbare lavastroom aan gesproken, gedrukte en gedigitaliseerde woorden.

Het Rotterdamse stadsbestuur verwacht van Ramadan een impuls aan de discussie over de islam. Het vorige college, met inbreng van Leefbaar Rotterdam, nam het initiatief tot druk bezochte islamdebatten.

Het huidige college heeft een andere signatuur maar wil niet dat het stil wordt rondom de islam. De leerstoel die Ramadan krijgt, rouleert.

Er zijn mensen die langer dan twee jaar nodig hebben om op stoom te komen. Maar Ramadan is er niet het karakter naar om lang te moeten wennen op een nieuwe werkplek.

Zijn lijfspreuk zou kunnen zijn: „Ik discussieer en daarom ben ik.” Het is een plezier om hem bezig te zien in een debat op de Franse tv, nooit een moment verveling.

Maar juist doordat hij zo ontzettend veel zegt en schrijft is het niet altijd duidelijk wat hij echt vindt. Het is geen doen om al zijn schriftelijke en mondelinge bijdragen aan de maatschappelijke discussie, op internet en daarbuiten, bij te houden. Elk oordeel, negatief of positief over Ramadan, heeft daardoor een relatief karakter.

Er kleven twee negatieve etiketten aan hem: ’omstreden’ en ’wolf in schaapskleren’.

Voor een deel dankt hij dat aan een voorouder. Hassan Al-Banna, oprichter van de Egyptische moslimbroederschap, was de grootvader van Tariq Ramadan. De broederschap, die tegenwoordig een wankele gedoogstatus heeft in Egypte, streeft naar invoering van de sjariawet.

Ramadan heeft zijn grootvader niet gekend, hij werd in 1949 vermoord.

Het is niet zo eenvoudig om een definitief oordeel te vellen over de Moslimbroederschap. De aanhangers zijn vaak degelijke, betrouwbare mensen. Maar de Moslimbroederschap had wel gewelddadige trekken, dat geldt versterkt voor latere, radicale afsplitsingen, in Egypte en daarbuiten.

De ’broeders’ hadden veel aanhang in de Palestijnse stad Gaza, die van 1948 tot 1967 onder Egyptisch bestuur stond. Hamas heeft zijn wortels mede in de Moslimbroederschap.

Volgens de Amerikanen heeft Ramadan Hamas financieel gesteund en daarom is hij sinds 2004 niet meer welkom in de VS. Voor wat het waard is. De negatieve berichten over Ramadan lijken verder vooral te zijn gebaseerd op het spreekwoord: ’de appel valt niet ver van de boom’.

Ramadan groeide in twee landen op, in Egypte en in Zwitserland. Dat wil zeggen: fysiek groeide hij op in Zwitserland, waarheen zijn familie in de jaren vijftig, nog voor de geboorte van Ramadan, uitweek, toen het leven voor aanhangers van de broederschap in Egypte ondraaglijk werd.

Maar mentaal bleef Ramadan ook Egyptenaar. De voertaal thuis was Arabisch. De kleurrijke verbale cultuur van de oevers van de Nijl is bij de heftig gesticulerende Ramadan nog duidelijk hoor- en zichtbaar, ook als hij Frans spreekt.

Ramadan studeerde Franse literatuur, filosofie, Arabisch en islamologie. Hij is een kenner van de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche en promoveerde op een islamitisch onderwerp.

Ramadan verenigt twee culturele tradities in zich, de Europese en de Arabisch islamitische. Dat is meteen zijn grote handelsmerk en levensproject. Hij wil dat Westerse moslims volop meedoen aan het maatschappelijke, culturele en politieke leven. Hij gruwt van een islamitisch getto.

Op een vraag of moslims in het Westen op den duur een grote, politieke macht zullen vormen antwoordde hij: „Ik hoop van niet.”

De grondgedachte is dat de islam niet aan een cultuur is gebonden. Weliswaar is de islam ontstaan in de cultuur van het Midden Oosten. Maar nadien heeft de godsdienst zich uitgebreid naar gebieden met andere culturen, zoals zwart Afrika, India of Indonesië, waarop ze een stempel heeft gedrukt, zonder dat die culturen zijn verdwenen.

Op dezelfde manier is er een Westerse cultuur met een islamitisch stempel of een islam met een Westers stempel mogelijk. Ramadan hoopt dat Westers gevormde moslims bijdragen aan de democratisering en liberalisering van de landen in het Midden-Oosten, nu nog voor het overgrote merendeel dictaturen, zij het in gradaties.

Dat grote project is Ramadans kracht en zwakte. Je weet nooit of hij, wat hij zegt, ook meent of dat hij het zegt uit strategie.

In een Canadese radio-uitzending, waarin luisteraars vragen konden stellen, had hij het over de Britse minister Jack Straw, die lelijke dingen had gezegd over de boerka.

Wat hij daarvan vond. Dat vertelde hij niet, hij zei alleen maar dat de opmerking van Straw hoe dan ook ongelukkig was omdat op dat moment geen Britse moslim het zich kon veroorloven om het eens te zijn met Jack Straw.

Wat in het oeuvre van Ramadan lijkt te ontbreken is een Homerische scheldpartij aan het adres van Bin Laden. Ook dat zal wel weer een tactische bedoeling hebben. Hij lijkt van kwikzilver maar is toch hoekig, als het aankomt op de Koran.

Een Canadees vroeg hem wat hij vond van homoseksualiteit. Hij antwoordt dat volgens de islam dat tegen „Gods project met menselijke wezens” is. Zijn houding tegenover homo’s: „Ik ben het oneens met wat u doet maar respecteer wie u bent.” Bizar zijn Ramadans economische ideeën. Hij klampt zich vast aan een letterlijke uitleg van het islamitische renteverbod, wil dat zelfs niet matigen tot een verbod op woeker.

Er klinkt bij hem een ondertoon van links gedachtengoed uit het stenen tijdperk. Hij hoopt op bondgenootschappen tussen moslims en antiglobalisten.

Verder zit hij met het probleem dat volgens zijn tegenstanders alles wat hij doet óf fout óf niet goed is.

Dat haalt hij zich ook weer zelf op de hals doordat hij altijd strategisch denkt. Zo riep hij in een Arabischtalig stuk op tot een opschorting van alle lijfstraffen en doodstraffen.

Hij wil dat eerst de islamitische wetsgeleerden daarover allemaal discussiëren, een vrome wens.

Ramadans betoog zit overigens goed in elkaar. Hij trapt niet in het verweer dat de sjariawet zoveel onmogelijke voorwaarden stelt voor de doodstraf op bijvoorbeeld overspel, dat hij daardoor nooit zal worden uitgesproken of uitgevoerd.

Ramadan constateert namelijk dat de doodstraf op dit soort ’vergrijpen’ wel degelijk wordt uitgevoerd, het is algemeen bekend dat in een land als Iran steniging voorkomt.

Ramadans ’moratorium’ lijkt in de moslimwereld het hoogst haalbare omdat hij, als hij verder gaat en oproept om de sjaria niet letterlijk te nemen, grote delen van de moslimwereld met hem uitgepraat zijn.

Maar voor Westerse begrippen gaat hij natuurlijk niet ver genoeg, daar luidt de eis dat hij onverbiddelijk de dood- en lijfstraffen in de sjariawet afwijst, zelfs als hij daarmee tegen een uitdrukkelijke tekst van de Koran zou ingaan. Reactie dus: Tariq Ramadan is ambivalent, zelfs over lijfstraffen.

Doordat hij alles met alles wil verzoenen doet hij noodgedwongen ambivalente uitspraken. Hij is open over zijn ’agenda’, hij wil een combinatie van islam met de Westerse cultuur. Maar zijn ambivalentie voedt het wantrouwen dat hij nog een andere agenda heeft, die van radicale islamisering.

De omstreden wolf in schaapskleren dus. De beste remedie tegen die verdenking zou een luide, openlijke vervloeking van Bin Laden en zijns gelijken zijn, uitgesproken in de Erasmus Universiteit en uitgezonden door Al-Jazeera.

mailIcon print |