Dit stukje is ongeschikt voor oudere lezers. Het behandelt de promotie van Nederlandse literatuur voor middelbare scholieren tussen de 15 en 18 jaar. Daartoe organiseert men jaarlijks in de Boekenweek een zogeheten Dag van de Literatuur. Ruim vijfduizend scholieren werden donderdag per touringcar vanuit het hele land naar de Doelen in Rotterdam gereden om in vijf zalen tegelijk te zien hoe half literair Nederland, van Abdelkader Benali tot Geert Mak, voor zou lezen uit eigen werk of deel zou nemen aan talkshows. Maar dit kon niet alles zijn.
Dus waren er ook signeersessies, filmvertoningen, rappende woordkunstenaars, ondersteund door een bassende deejay, en bands als ’Naar tevredenheid’ en ’Spinvis’ en een optreden van Youp van ’t Hek en een Digilounge en een veiling en een stripmarkt. Voor de meegereisde docenten stond een chill-out zone ter beschikking.
Ik moest onwillekeurig denken aan het bijtende pamflet dat Thomas Rosenboom twee jaar geleden schreef over de Nederlandse jongerencultuur, een cultuur van een ’totale onverschilligheid jegens de samenleving der volwassenen’, van ongeremdheid, van opgefokte opwinding en instant bevrediging.
Dus was het niet gek om presentatrice Sophie Hilbrand in de luidruchtige Grote Zaal te horen vragen of men niet liever naar H & M zou gaan of op het plein gaan zitten roken. Terwijl papierproppen door de zaal vlogen, las Sanne Wallis de Vries voor uit haar columns met titels als ’String’ (’haar hele onderbroek was in haar bilspleet verdwenen’) en ’Openingen’ (over scheten en boeren) die bij vlagen met stormachtig gejoel werden begeleid. Dat overkwam Joost Zwagerman ook toen hij voorlas uit ’Gimmick’ en de zin ’Ik neuk mijn vader en lik mijn moeder’ uitsprak.
Youp van ’t Hek kreeg de onrustig stuiterende zaal wel stil met een spervuur van grappen over zweefteven en crematietijgers en de mededeling dat hij op school eens een meisje dampend achter het fietsenhok had genomen. Ronald Giphart las, tot ieders hilariteit, een romanpassage voor over pijpen en dat een meisje dan niet met haar tong moet draaien maar als het ware ’heulen’ moet zeggen en men gierde het uit toen hij die passage ook nog in de Duitse vertaling las, behalve dan dat meisje met de hoofddoek - die had de zaal voortijdig verlaten.
Het was niet dat het de hele dag over seks ging, want ik hoorde van Benali dat hij de marathon in 2.52 loopt, van Van Dis dat hij iets heel feminiens krijgt als hij Frans spreekt, en van Siebelink dat hij als gehuwde leraar Frans eens met een mooie leerlinge, vlak na het eindexamen, een paar dagen in Parijs doorbracht. „Ik zou er nu voor in het gevang zijn opgesloten.” Maar dat klonk al meer naar het ’Teder lied’ - een ’gouwe ouwe van Rilke’ - dat op muziek gezet en in de vertaling van Menno Wigman begon met de verzen: ’Waar moet ik toch mijn ziel bewaren, dat ze niet langs de jouwe strijkt’.
Maar dat was in de kleine zaal.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.