Zonder religieuze beleving geen religie – misschien is ze wel de kern ervan. Toch lees je er maar weinig over. In deze rubriek beantwoorden mensen vragen over wat ze op religieus gebied hebben beleefd. Vandaag Jeanet Doornbos.
Wat hebt u meegemaakt?
„Een keer zat ik bij een lezing van dominee Hans Stolp over engelen, en in de pauze hoorde ik mijn naam roepen. Maar er was niemand te bekennen die me riep. Ik keek een beetje verstoord om me heen. Ik zal het me wel verbeeld hebben, dacht ik, maar het gebeurde tot drie maal toe. Mijn vriendin zei: ’Dan is het waarschijnlijk iemand niet van hier’. Ik zei ’Hou toch op met die flauwekul’, en ben koffie gaan halen. Na de pauze mocht het publiek vragen stellen. Hup, daar ging opeens mijn hand omhoog, en voordat ik het wist stond ik achter de microfoon te vertellen over mijn drie uittredingen. Terwijl ik aan het praten was, drong het tot me door dat de woorden niet van mijzelf waren maar dat ik een doorgeefluik was. Het was alsof er iemand achter me stond die door mij heen sprak. Ik raakte volledig over mijn toeren. Ik ben met een lange omweg door de weilanden naar huis gelopen en dat hielp. Die nacht was ik mentaal fit en ik was blij.
Sinds ik in 1986 drie keer ben uitgetreden, is mijn wereld 180 graden gedraaid. De eerste keer hing ik boven mijn lichaam, de twee andere keren keek ik vanuit het heelal naar de aarde. Het is niet goed uit te leggen, woorden zijn volstrekt ontoereikend.
Vanaf toen heb ik honderden religieuze ervaringen gehad. Ruim een jaar geleden kwam ik op een avond thuis na een bespreking over een kerkdienst. Ik stond me uit te kleden om in bed te stappen terwijl ik me ondertussen afvroeg: ’Jeanet, ben je voor God met het goede bezig?’ Onmiddellijk werd mijn slaapkamer totaal verlicht. Ontelbaar veel schitterende puntjes verlichtten de ruimte. Ieder potje crème, zelfs de kam en de spijlen van het bed, alles was gehuld in licht, en een diepe vrede en rust kwamen over me. Ik ben in bed gestapt en heb intens gelukkig nog zeker tien minuten rond gekeken en me er ademloos over verwonderd. Deze ervaring is later nog eens teruggekomen, weer in mijn slaapkamer, toen ik me weer eens afvroeg of ik in Gods ogen met het goede bezig was. Pats, daar was dat heldere licht weer. Zo kan ik doorgaan met vertellen, maar meestal praat ik er niet over. Er heerst zoveel ongeloof.”
Hoe verklaart u die vele ervaringen?
„Mensen vragen me wel eens: ’Jea-net, waarom krijg jij zoveel wonderen toebedeeld en ik geen een?’ Ik weet het niet precies. Wel huil ik soms tijdenlang iedere dag, en eet dan weken niets anders dan wat fruit. Ik begrijp niet dat mensen zo ontzettend bang zijn voor verdriet. Ze vluchten ervoor, willen alleen maar huilen van het lachen. Ik heb ontzettend veel verdriet gehad, maar had er geen fractie van willen missen. Soms draai ik wat klassieke muziek om het op gang te brengen. Als je heel verdrietig bent, dan heb je veel liefde nodig. Liefde met een hoofdletter. Dus dan bid ik tot God.
Stel, ik verlies een dierbare naaste, dan kan ik wel bidden: ’God, ik heb deze mens nodig, help me dat hij weer bij me komt’, maar God doet alles op zijn eigen manier, bewandelt heel andere wegen dan de mensen denken. En als er dan iets onverwachts gebeurt op het gebied waarvoor mensen gebeden hebben, dan weigeren velen in Gods hand te geloven, willen ze het wonder niet zien.
Veel mensen hebben een laag ijs om hun hart. Ze zouden hun vriesvak eens moeten ontdooien, want ijs met de smaak van verdriet zet zich vast. Verdriet van niet-gehuilde tranen verhardt. Mensen die hun innerlijke conflicten niet oplossen, die zich geen confrontaties gunnen met hun gevoelens, herken ik zo. Ze koesteren hun woede over anderen zodat ze hun eigen fouten en verdriet niet hoeven te zien. Ik huil bij tijd en wijle mijn hele vriesvak leeg. Daardoor ontstaat er ruimte, die plaats biedt voor wonderen en religieuze ervaringen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.