Wat gebeurt er als er 2 miljoen mensen op drift gaan? Het is een vraag die de Taskforce Management Overstromingen moet beantwoorden.
De werkgroep werd deze week ingesteld door minister Remkes (binnenlandse zaken) en staatssecretaris Schultz van Haegen (verkeer en waterstaat).
Onder voorzitterschap van de Zuid-Hollandse commissaris van de koningin J. Franssen moet de werkgroep ervoor zorgen dat Nederland organisatorisch beter voorbereid is op overstromingen. Draaiboeken en rampenbestrijdingsplannen moeten beter op elkaar worden afgestemd, burgers moeten beter worden geïnformeerd en het bewustzijn over de gevolgen van overstromingen moet groter worden.
Vooral aan dat laatste schort het nog, vindt Schultz van Haegen. „Mede door de grote waterwerken in Nederland, hebben burgers een groot gevoel van veiligheid. Het ís ook veilig in Nederland. Maar mensen moeten ook weten wat te doen als er toch iets misgaat.’’
De evacuatie van grote mensenmassa’s is een van de belangrijkste problemen waar de taskforce een oplossing voor moet vinden. Veel ervaring met grootschalige evacuatie is er niet in Nederland.
In 1953 moesten bij de watersnoodramp 70.000 mensen huis en haard verlaten. In 1995 bij de dreigende overstroming van een deel van de Betuwe, vluchtten 250.000 mensen. „Misschien moeten we nu voorbereidingen treffen om twee miljoen mensen te evacueren, een soort nationale evacuatie”, aldus Remkes bij de eerste bijeenkomst van de taskforce, woensdag in Den Haag.
Franssen gaat met zijn experts eerst toewerken naar een landelijke oefenweek, eind november 2008. Er zullen dan op verschillende plaatsen kleinere en grote overstromingsoefeningen plaatsvinden. „We weten eigenlijk niet goed wat er gebeurt bij een grote calamiteit in Nederland”, aldus Schultz van Haegen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.