Het nieuwste prentenboek van de Vlaamse illustrator Carll Cneut (38), ’O monster, eet me niet op!’, verscheen onlangs tegelijkertijd in elf talen en vijftien landen. Een unicum in de Vlaamse kinderboekgeschiedenis. Cneut is buiten België mateloos populair in landen als Frankrijk, Spanje, Italië en zelfs in de doorgaans ondoordringbare Verenigde Staten. Hij is overladen met prijzen en in de VS was zijn boek voordat het in de winkel lag, al toe aan een tweede druk.
Uitgerekend in Nederland blijft het nagenoeg stil rond Cneut. Zijn boeken verkopen aardig, maar reacties van lezers of recensenten krijgt hij nauwelijks. Zelfs het Nederlandse Zilveren Penseel dat hij won voor ’Het ongelooflijke liefdesverhaal van Heer Morf’, bracht daar geen verandering in. Na ruim tien jaar is Trouw de eerste Nederlandse krant die afreist naar Cneuts woonplaats Gent om hem te interviewen.
Hij wil niet mopperen, maar Cneut bekent wel eerlijk dat die stilte bij de noorderburen lichtelijk frustrerend is. „Vooral omdat ik niet goed begrijp waar het aan ligt”, zegt hij. „Misschien heeft het te maken met het verschil tussen de Nederlandse en Vlaamse beeldcultuur. De Nederlandse illustratiekunst is wat braver dan de onze en dat blijft waarschijnlijk ook zo. Nederlandse uitgevers staan niet erg open voor artistieke vernieuwing, omdat het risicovol is. Het moet veelal lief en aandoenlijk zijn, want dat verkoopt. Ik vermoed dat veel Nederlanders mijn illustraties wel mooi, maar te afstandelijk vinden, te weinig expressief. Dat zijn ze in zekere zin ook. Ik tekende tot mijn laatste boek de personages altijd en profil. In het begin kón ik gewoon niet anders en op een gegeven moment werd het een stijlkenmerk. Door die profielen heb je als lezer niet meteen het gevoel dat je met mensen van vlees en bloed te maken hebt, aan wie je je kunt hechten. Mijn laatste boek zal vermoedelijk beter vallen in Nederland. Het varkentje dat de hoofdrol speelt, is rond en daardoor veel tastbaarder.”
De prenten van Carll Cneut vallen in het kinderboekenlandschap op door het eigenzinnige kleurgebruik en het verrassende, soms absurde spel tussen perspectief, verhoudingen en compositie. „Veel prentenboeken zijn gemaakt om kinderen voor te lezen zodat ze in slaap vallen. Ik wil juist boeken maken die hun fantasie prikkelen, die ze stimuleren vérder te denken. Daarom werk ik veel met suggestie, in vorm en kleur. Ik wil de lezers het gevoel geven dat er meer aan de hand is dan wat er in de tekst staat. Mijn platen zijn slechts een uitsnede uit mijn fantasiewereld. Als je ernaar kijkt, kun je zien dat het verhaal buiten de pagina’s verder gaat. Dat er méér is dan je ziet. Als ik scholen bezoek, merk ik dat kinderen dat heel leuk vinden. Ze komen met de mooiste verzinsels over wat zich buiten beeld afspeelt.”
„Kleur is voor mij ook erg belangrijk. Alles op de plaat moet eruitzien alsof het er al een tijdje staat. Ik gebruik daarom nooit verf direct uit de tube, dat is te steriel. Ik werk met droge acrylverf, die ik laag over laag opbreng. Door alle kleuren in de boeken schemeren dus andere kleuren. Ik hoop dat het lijkt alsof de mensen en voorwerpen die je ziet niet níeuw voor dit boek zijn getekend, maar dat ze al meer hebben meegemaakt dan dit verhaal.”
Hoewel Cneuts werk in de media vaak vergeleken wordt met dat van de kunstschilder Marc Chagall, liggen zijn artistieke wortels naar eigen zeggen toch echt bij de meesters Jeroen Bosch en Pieter Bruegel de Oude. „Dat is het werk waarmee ik ben opgegroeid, dat in de klas op de lagere school aan de muur hing. Eerst had ik schrik van de vreemde figuren, maar later intrigeerden die me juist. Ik herkende mijn eigen beeldend universum in die schilderijen.”
Toch gaat de vergelijking tussen de oude schilders en Cneut mank, zegt hij zelf. „Dat waren grote kunstenaars, ik ben een illustrator. Dat is wezenlijk iets anders. Ik zou nooit schilderijen kunnen maken, ik heb de leidraad van een verhaal nodig. Bovendien heb ik ondanks al het succes nog steeds het gevoel dat ik maar wat aan het prutsen ben. Bij elk project denk ik weer: na dít boek heb ik het onder de knie.”
Maar Cneut houdt vol. Voor de komende vier jaar heeft hij opdrachten op de plank liggen. Dat komt neer op zo’n twee prentenboeken per jaar. „Dat moet je maar niet opschrijven, dat klinkt zo pompeus”, zegt Cneut haast verontschuldigend. „Dit is gewoon mijn werk. Ik doe het omdat ik er gelukkig van word en er hopelijk een aantal mensen blij mee maak. Dat is toch waar het om draait?”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.