„We mopperen wat af in dit land. Kijk naar de economische groei, de dalende werkloosheid en de werkgelegenheid; dan gaat het zo slecht nog niet. Het komt er nu op aan die opwaartse lijn vast te houden en niet in de oude valkuil te tuimelen van stijgende arbeidskosten.”
De recente ervaring van een snel kelderende economie aan het begin van deze eeuw ligt Hans van der Steen, directeur arbeidsvoorwaarden van de werkgeversorganisatie AWVN, nog vers in het geheugen. Hij vindt daarom dat de cao-onderhandelingen dit keer over een andere boeg moeten. „De groei van de wereldeconomie betekent nog niet dat het in de hele BV Nederland goed gaat.”
Behalve naar meer flexibiliteit in de beloning van werknemers, streeft hij naar andere arbeidsverhoudingen. „Niet iedere keer naar de looneis kijken, maar meer ’hoe gaan we hier in het bedrijf met elkaar dat varkentje wassen’. We moeten samen de ratrace in de internationale concurrentie aan.” Cao’s zouden alleen nog de grote lijnen moeten aangeven en de onderwerpen waar op dat moment afspraken over moeten worden gemaakt.
Hoog op de agenda van 2007 staat voor de werkgevers flexibilisering van de roosters en werktijden. Hiermee is heel veel winst in productiviteit te behalen, leert de ervaring. „In ieder bedrijf moeten we ermee aan de slag en ervoor zorgen dat zowel de onderneming als de werknemers met deze aanpak erop vooruitgaan. Bijvoorbeeld omdat die met een flexibeler rooster arbeid en zorg beter kunnen combineren.”
Daarvoor moeten oude patronen bij werknemers én werkgevers worden doorbroken. Waarom zou je niet onderzoeken of een bedrijf dat nu een vijf-ploegendienst draait, met een zestien-ploegendienst kan werken, met teams in steeds wisselende samenstelling.
Ook de fundamentele veranderingen op de arbeidsmarkt nopen tot andere afspraken tussen werkgevers en werknemers. Van der Steen pleit voor een inventarisatie van knelpunten per bedrijf, samen met ondernemingsraden of bonden. Sommige sectoren kampen nu al met personeelstekorten en andere krijgen er op korte termijn mee te maken. Dat werven niet meer vanzelf gaat, heeft de Rabobank ervaren, geeft Van der Steen als voorbeeld. „In de collegebanken zitten talentvolle, allochtone jongeren, maar het is moeilijk hen te interesse om in de financiële sector te gaan werken.”
„We moeten ons afvragen hoe we sexier kunnen zijn als werkgever. Onze arbeidsvoorwaarden moeten aantrekkelijker worden, voor zowel nieuw personeel als voor de medewerkers die we al in huis hebben.” Scholing, een beter opgetuigde levensloopregeling, een meer-keuzensysteem in arbeidsvoorwaarden, telewerken, het zijn allemaal middelen die kunnen worden ingezet om werknemers aan zich te binden.
Werkgevers zullen buiten de geijkte paden naar diverser personeel moeten zoeken. Het heeft geen zin om met z’n allen in de bekende vijvers te vissen, waarschuwt Van der Steen. „De jonge, blanke mannen die niet hoeven te zorgen voor kinderen zijn zo’n beetje op. Ook in de vijver met WAO’ers zijn springlevende vissen.”
Voor oudere werknemers is extra aandacht nodig. Ieder bedrijf krijgt te maken met een ouder personeelsbestand en zal alleen al daarom moeten bedenken hoe ouderen fris en met plezier tot hun 65ste door kunnen werken. Meer scholing voor deze categorie, een banencarrousel en deeltijdpensioen, ziet Van der Steen als belangrijke opties. En ’als één van de vele facetten’ ook demotie. Het heeft hem verbaasd dat de vakbonden zo fel hebben gereageerd op dit woordje in de arbeidsvoorwaardennota van de werkgevers. „Demotie is niets nieuws, het komt nu ook al voor. Niemand wil dit dwingend opleggen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.