*

 

Overheid moet zelf jongere kans geven

Wybo Algra − 29/12/07, 00:00

Een overheid die roept dat op de arbeidsmarkt alle hens aan dek nodig zijn, geeft zelf het goede voorbeeld. Het zit dus vast wel snor met het aantal jonggehandicapten in rijksdienst. En geen ambtenaar die er zelfs maar over piekert om er als beginzestiger tussenuit te knijpen. Doorwerken is immers het parool, minstens tot je 65ste en liefst nog langer. Logisch, toch?

Niet dus. Het aantal lichamelijk of verstandelijk gehandicapte jongeren dat op zijn achttiende niet aan de slag gaat maar een Wajong-uitkering krijgt – misschien wel levenslang – neemt hand over hand toe. Een enkeling komt misschien nog aan de bak; maar helaas slechts zelden bij de rijksoverheid. Dat is letterlijk slechts enkele tientallen gelukt. Dit terwijl uitgerekend het Rijk deze jongeren een kans zou moeten geven. Daarin heeft Hans Kamps, voorzitter van een commissie die een advies voorbereidde over jonggehandicapten en werk, volkomen gelijk.

Het is helaas bepaald niet voor het eerst dat de rijksoverheid het op dit front schromelijk laat afweten. Midden jaren negentig gebeurde precies hetzelfde met de streefcijfers voor gedeeltelijk arbeidsongeschikten: die werden bij lange na niet gehaald. Een recenter voorbeeld is de manier waarop ex-minister Remkes van binnenlandse zaken zijn ambtenarenapparaat wilde verkleinen: door uitgerekend de ouderen er als eersten uit te knikkeren.

Het excuus van Remkes was destijds dat hij door ouderen met de vut te sturen, kon voorkomen dat hij andere werknemers gedwongen moest ontslaan. Het aantal jongeren in rijksdienst houdt trouwens ook al niet over. Dát komt volgens voormalig staatssecretaris Van Hoof door het gemiddeld hoge opleidingsniveau dat het werken bij het Rijk vereist. Voor het geringe aantal arbeidsgehandicapten bij ministeries en andere rijksdiensten droeg de staatssecretaris geen verklaring aan.

Waarschijnlijk spelen bij werkgevers – inclusief de overheid – vooral vooroordelen de Wajongers parten. Juist de overheid zou een stap harder moeten lopen om die weg te nemen. Natuurlijk kan zij allerlei redenen blijven aandragen om slechts vanaf de zijlijn te roepen dat het bedrijfsleven mensen uit kwetsbare groepen aan zinvol werk moet helpen. Maar zolang zij zelf niet thuis geeft, is die boodschap weinig geloofwaardig.

De huidige minister van sociale zaken Donner overweegt nu jonggehandicapten niet vanaf hun achttiende een Wajong-uitkering te geven, maar een paar jaar later. Puur theoretisch valt daar nog wel iets voor te zeggen: elke prikkel om mensen aan het werk te krijgen is welkom, zeker als het alternatief een levenslange uitkering is. Maar dat is de theorie. In de praktijk biedt voor veel jonggehandicapten alleen de Wajong-uitkering nog een beetje perspectief op een enigszins financieel zelfstandig bestaan. Dat dit zo is, moet de overheid zichzelf klaarblijkelijk in de eerste plaats aanrekenen.

mailIcon print |