*

 

nieuwe boeken fictie

Door: redactie − 17/11/07, 00:00

Een vrouw droomt dat haar getrouwde minnaar zijn vrouw zal verlaten. Als tot haar doordringt dat dit nooit zal gebeuren, begaat ze een wanhoopsdaad. Van Veronique Olmi (1962), in Frankrijk ook bekend als toneelschrijfster, kwam al eerder ’De regen verandert niets aan de begeerte’ uit. Ger Leppers prees dat boek in Trouw als een indringende erotische novelle.

David le Roux, kunstenaar, wordt op een dag aangesproken door een vrouw die beweert zijn echtgenote te zijn. Hij kent haar niet. En er is meer vreemds aan de hand. Zo kan het ’best driehonderd jaar duren’ voordat de lift komt. Een droomachtige novelle dus, waarin de Zuid-Afrikaanse schrijver in de sporen van Kafka lijkt te willen treden.

Ronit is haar orthodox-joodse nest al jong ontvlucht, maar als haar vader sterft, keert ze naar New York terug. Haar wereldse stijl botst nog steeds met die van haar familie. Alderman houdt het emancipatiedrama luchtig, maar mist de scherpte van een voorganger als Philip Roth. Ze kiest voor de commercieel interessantere chicklit-toon: „Volgens dr. Feingold was die obsessie voor kleding een vorm van verdringing.”

Ook deze Amerikaan van orthodox-joodsen huize treedt in Roths voetsporen, met een held die zich komisch-wanhopig probeert los te maken van thuis. Auslander is iets te zeer uit op entertainen, al zet hij de cultuurshock soms treffend neer. Een vriend zegt: „Laatst zag ik een paar van die rabbi’s. Zien er totaal van de pot gerukt uit.’

Zo op het oog een bekend gegeven: een man aan het ziekbed van zijn vader, die hij lang niet heeft gezien. Dat geeft aanleiding tot gedachten over binding, geloof, trouw. Maar Beurskens, ook dichter en vertaler, is geen realist. Zo speelt alles zich af op een ’paradijselijk eiland’ en wordt regelmatig verwezen naar de Bijbel en scènes uit de film ’Alien’.

,,Denkt u dat het leven van mijn vader is mislukt?” Die vraag krijgt Paul Wellebron, gesetteld Amsterdams intellectueel, voorgeschoteld door de zoon van een goede vriend. Dat zet aan het denken. Vooral aan de tijd dat hijzelf, en zijn ’mislukte’ vriend, amper dertig, nog geloofden dat alles mogelijk was. „Wij beschikten over een onuitputtelijk kapitaal aan tijd.” Wat is er sindsdien veranderd? Voor zijn prozadebuut ’Jonge mannen aan zee ’(1997) kreeg Melissen de Anton Wachter prijs. Dit is zijn vierde roman.

mailIcon print |