In Uruzgan spant Nederland zich in voor de internationale veiligheid. Maar de andere Navo-landen komen niet erg scheutig met troepen over de brug.
Sinds begin dit jaar nemen Nederlandse militairen in Uruzgan deel aan zware gevechtsacties, de zwaarste sinds het einde van de Korea-oorlog, meer dan vijftig jaar geleden. Daarbij staan er voor Europa veel grotere veiligheidsbelangen op het spel dan destijds in de Korea-oorlog. Dat krijgt in de discussie te weinig aandacht.
De uitslag van de strijd in Zuid-Afghanistan is niet zeker. Als de taliban het in Afghanistan weer voor het zeggen krijgen, is dat een regelrechte bedreiging voor onze maatschappij. In haar voetspoor volgt Al-Kaida, dat veel gevaarlijker is dan de taliban en wereldwijde aspiraties heeft om de gevestigde orde omver te werpen, zoals op 11 september 2001 zo beklemmend werd gedemonstreerd. Als de taliban weer de overhand krijgen in Afghanistan, als Al-Kaida uit haar schuilhoeken tevoorschijn komt en terugvalt op de structuren van een soort van een taliban-staat, hoe fragiel ook, zijn we terug bij de situatie van vóór 11 september 2001 met alle gevaren van dien.
De strijd die de Navo daar voert is essentieel voor onze veiligheid. Het is jammer dat dat bij alle discussies over Uruzgan zo op de achtergrond blijft. In de recente Navo-conferentie in Noordwijk bleef dit onderbelicht terwijl dit voorop had moeten staan. Juist daardoor konden landen afwachten en renonceren op verzoeken om extra troepen. Er waren nauwelijks substantiële toezeggingen, waardoor het veiligheidsprobleem bleef bestaan.
Nederland speelt internationaal een doorslaggevende rol. Er staat veel op het spel, zowel internationaal als voor Nederland. Onze regering moet de handschoen oppakken en in een multinationale mix, met een duidelijk doel: in Uruzgan blijven. Voor Nederland, de regering en de Kamer, maar ook voor de krijgsmacht is dit een periode met ongekend zware verantwoordelijkheid.
Van groot belang voor een ordelijke Nederlandse besluitvorming is dat de spelers de spelregels in acht nemen. De hoofdrol ligt bij de regering, de Kamer zal bij haar controlerende rol terughoudend moeten zijn bij het aanwenden van haar invloed op operaties. De regering geeft de politieke voorwaarden, de Commandant der Strijdkrachten geeft militair-tactische en -strategische richtlijnen, maar een belangrijke verantwoordelijkheid ligt ter plaatse in de commandolijn. De commandant in het gebied moet voldoende speelruimte houden om gevaarlijke situaties het hoofd te kunnen bieden.
Juist de recente discussies in de Kamer over de operatie in Chora kunnen aanleiding geven voor de vrees dat de Kamer te veel op de plaats van de commandant gaat zitten. Dat leidt tot rampen. Het gaat ook om het heikele punt van de burgerdoden. Die moeten worden voorkomen, maar niet altijd tegen alle prijs. Ook eigen verliezen moeten worden voorkomen en de commandant ter plaatse moet de afweging maken. Commandanten mogen nooit het gevoel krijgen politiek onder druk te worden gezet. Ze mogen niet bang worden om beslissingen te nemen. Zorg voor de operatie en voor de veiligheid van de eigen troepen moeten bij hun handelen altijd voorop staan. De politiek moet die commandanten-verantwoordelijkheid respecteren.
Natuurlijk moet elke operatie worden geëvalueerd en moeten er lessen worden getrokken. Heeft de commandant goed gehandeld? Hadden slachtoffers kunnen worden voorkomen? Zijn gevechtsmiddelen adequaat aangewend? Niet hap-snap in een Kamerdebat, maar door een daartoe ingesteld orgaan. Ook dan moet niet vergeten worden dat het een evaluatie achteraf is. In alle rust en zonder de tijdsdruk waaronder de commandant ter plaatse zijn beslissingen moest nemen. Maar ook met meer gegevens dan ten tijde van de beslissing voorhanden waren.
Laten we tenslotte bij al deze belangrijke zaken van de internationale veiligheid niet vergeten dat zulke operaties alleen uitgevoerd kunnen worden dankzij Nederlandse militairen in de lagere, maar doorslaggevende functies. Zij staan dagelijks aan gevaren bloot.
Zichtbare steun van de thuisbasis blijft echter noodzaak. In de media klinkt dat, jammer genoeg, wat weinig door, maar uit recente opiniepeilingen blijkt dat bijna tweederde van de landgenoten zegt trots te zijn op de militairen in Uruzgan. Een verheugend hoog percentage en een steun voor alle militairen die daar dagelijks hun werk doen om Afghanistan te helpen en Europa voor een ramp te behoeden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.