*

 

Beleefd blijven

Rob Schouten − 07/11/07, 00:00

In Moderne Manieren van afgelopen zaterdag vroeg een bezorgde moeder Beatrijs Ritsema wat ze moest doen om haar kind, tegen de praktijk op de kleuterschool in, toch te leren ’u’ te zeggen tegen volwassenen. Ha, dat is een kluifje voor mij. Het is mij namelijk nooit gelukt om mijn ouders te tutoyeren. En dat terwijl mijn zussen het wel doen en mijn moeder zelf, als tutoyeer-pionier, haar al voor de oorlog met je en jij aansprak, hoewel anderzijds mijn vader er dan weer een hekel aan had zomaar getutoyeerd te worden. Bij mij als enige is het ’u’ ingebakken geraakt, ongeveer zoals je eigen naam bij je gaat horen. Inmiddels ben ik links en rechts ingehaald, want mijn kinderen tutoyeren dat het een lieve lust is, mij, hun grootouders, mijn vrienden, noem maar op. Misschien dat een enkele docent nog niet onder hun gemeenzame regime valt, maar als ik eerlijk ben kan ik me niet heugen dat ik ze ooit ’u’ hoor zeggen. Heb ik het ze niet geleerd? Ik ben het eerlijk gezegd vergeten, maar het kan niet anders of ze horen mij altijd ’u’ tegen mijn moeder zeggen want iets anders krijg ik niet over mijn lippen. Een doodenkele keer probeer ik het met ’jullie’, alsof ik haar nog bij mijn reeds overleden vader optel, maar dat klinkt nooit gemakkelijk en goed. Ik ben er overigens niet consequent in. Als ik iemand niet ken, een winkeljuffrouw of zo, of de postbode, zeg ik zelf ’u’, maar mijn neefjes die in het begin de aardige neiging hadden om ’u’ te zeggen, heb ik gevraagd om me te tutoyeren, ten einde het leeftijdsverschil een beetje uit te vagen vermoed ik. Toch ergert het me als iedereen me maar vanzelfsprekend tutoyeert, ook als het grote anonieme instanties zijn, zoals bijvoorbeeld Ikea, dat er een handje van heeft om te doen alsof ze al jaren met mij omgaan. De grootste beproeving in mijn beschaafde u-leven kwam toen ik met een Duitse vrouw trouwde. Duitsers zijn, anders dan Nederlanders, als redelijk stijf volk nog niet door het gemeenzaamheidsvirus aangetast. Daar wordt nog volop gesiezt, zoals dat heet. Van mijn schoonmoeder herinner ik me zelfs dat een leeftijdsgenote uit de kerk haar eens voorstelde om na veertig jaar toch maar eens te gaan tutoyeren, waarop zij zei ’Lieber nicht’, nee niet ’lieve nicht’. Maar binnen families is het onbestaanbaar dat je elkaar met ’u’ aanspreekt, net zoals ze overigens God met Du aanspreken. Dus moest ik mijn schoonouders opeens duzen, maar dat kreeg ik met geen mogelijkheid uit mijn strot. Gevolg was dat ik mijn hele echtelijke leven passiefconstructies verzon om er onder uit te komen, of me tot allicht ook weer onbeleefd klinkende persoonsvormloze reacties beperkte: ’Gern!’ ‘Was ist los?’ ‘Kann mann machen’. Ze zullen wel gedacht hebben, wat een stijve hark! En u daar, jullie Trouwlezers, jij leeftijdsgenoot! Ik heb eens op de Trouwsite uitgerekend met welke persoonsvorm ik me eigenlijk tot de lezers richt, 2233 keer heb ik ’u’ gezegd, 1821 keer ’je’ (waarschijnlijk grotendeels het onpersoonlijke ’je’). Dat is dan ook weer genoteerd.

mailIcon print |