De eetbare, maar in rauwe toestand giftige slanke amaniet komt voor in twee variƫteiten, de grijze en de bruine, die na 1970 door de meeste paddestoelenkenners als aparte soorten (Amanita vaginata en Amanita fulva) worden beschouwd. Ik heb alleen de laatste ooit gevonden. De grijze is nogal zeldzaam en voornamelijk in Zuid-Limburg en Noord-Brabant te vinden, de bruine ook elders. De bruine slanke amaniet is gewoon in loofbossen op de hoge zandgronden en in broekbossen, in de duinen, in Zuid-Limburg en op zandige plekken in de Flevopolders. Hij leeft samen met berken, eiken en beuken, de grijze met populieren, eiken, berken en hazelaars. Beide soorten zijn van half juli tot begin november te vinden. De laatste decennia gaan beide sterk achteruit en ze worden nu als bedreigd beschouwd.
De beide slanke amanieten lijken sterk op elkaar. Ze hebben allebei een broze, dunvlezige hoed. De grijze heeft een licht- of donkergrijze, vaak grijsbruine hoed en een witte schede om de knolvormige voet. De bruine een roodbruine, oranje of kastanjebruine hoed en soms een bruin gevlekte schede. Zo’n zakvormige beurs om de knolvormige voet is kenmerkend voor amanieten. Bij slanke amanieten is die tamelijk slap. Bij allebei is de bleke hoedrand gestreept en is de volgroeide hoed vlak uitgespreid, glad en vaak glanzend. Het midden is bijna altijd iets verhoogd. Een ring om de steel, zoals de meeste amanieten hebben, ontbreekt. Van de bruine slanke amaniet bestaat op sterk bemoste plaatsen zelfs een helemaal witte vorm. Ook van de grijze bestaat een witte vorm.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.