Creatieve therapie is een van de opleidingen die maar zelden tot een baan lijken te leiden. Waarom beginnen studenten er dan toch aan?
Slechts een op de tien afgestudeerden creatieve therapie heeft na een jaar daadwerkelijk een baan als creatief therapeut. „Ik doe dit omdat mijn hart het mij ingeeft”, zegt Thirza van der Zee, die de opleiding Creatieve Therapie dit studiejaar is begonnen. „Ik wil creatief met mensen aan de slag. Mensen helpen, omdat dat bij mij past”, zo motiveert klasgenoot Evelien van der Ham haar keuze.
Creatief therapeuten behandelen cliënten met psychosociale problemen en psychiatrische stoornissen. Zij gaan daarbij methodisch te werk met gebruik van kunstzinnige middelen als dans en beweging, drama, muziek of beeldend vormen. Creatieve therapie kan helpen als mensen moeilijk over hun problemen praten.
Het is niet bepaald een aanlokkelijk beroepsperspectief, een kans van tien procent dat je na een jaar je vak uitoefent. Toch is er opvallend weinig werkloosheid onder deze beroepsgroep. Want tachtig procent is na een jaar wel aan het werk binnen de sector waar creatief therapeuten hun werk doen, in de gezondheidszorg of het onderwijs.
Twijfelen studenten wel eens aan hun keuze? „In de voorlichting wordt al verteld dat ze zullen moeten knokken voor een baan. En ook wat ze maximaal kunnen verdienen. Daar zijn wij duidelijk in”, zegt directeur Egbert Hulshof van de opleiding Creatieve Therapie aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN). „In het propedeusejaar valt een derde af. Een deel daarvan kiest alsnog voor het kunstenaarschap. Wat na dat jaar overblijft is een gemotiveerde groep. Die maakt de opleiding af. In die fase stapt niemand meer over naar een andere opleiding. In de zes jaar dat ik hier ben, heb ik dat maar twee keer meegemaakt. Pas in het vierde jaar gaan ze zich zorgen maken over de werkgelegenheid. Zij gaan desnoods eerst ergens vrijwillig werken.”
Evelien van der Ham denkt nu een heel goede keuze te hebben gemaakt. Ze noemt zichzelf een ’zoekende student’. Ze volgt het propedeusejaar dramatherapie, vier weken geleden is ze overgestapt vanuit de opleiding Sociaal Pedagogische Hulpverlening (SPH). Daarvoor heeft ze anderhalf jaar een opleiding voor dramadocent gevolgd.
„Ik heb met verstandelijk gehandicapten gewerkt. Toen ik alleen met theater aan het werk ging, bleef de zorg trekken. De SPH is het ook niet helemaal, daar miste ik het theater erg. Ik weet dat het lastig is om een baan te vinden, maar ik doe nu wat bij mij past. Ik wil graag mensen helpen, mijn steentje bijdragen. ’Gelukkig maken’, al is dat een groot woord. Ik voer soms diepe gesprekken met vrienden en die zeggen dat ze daar veel aan hebben. Met theater problemen aanpakken, ter plekke op de behoefte inspelen, kracht uit de cliënt halen: ik vind het heel mooi als ik dat kan bereiken. Verstandelijk gehandicapten spreken mij aan, maar ik ben ook nieuwsgierig naar andere groepen. In een tbs-kliniek? Daar moet ik nu nog niet aan denken, lijkt me wel heftig, maar het is zeker een uitdaging.”
Voor Thirza van der Zee speelde het beroepsperspectief juist wel een rol bij haar keuze voor de opleiding creatieve therapie. Zij heeft al een kunstopleiding afgerond en wil hierna misschien nog naar de Kleinkunstacademie. „Als actrice heb je een onzeker bestaan. Een baan als creatief therapeut zorgt voor een stabiele basis. Het mooie aan dit vak vind ik dat je het creatieve combineert met het werken met mensen. Tijdens een stage op een basisschool, waar ik dramalessen gaf, verbaasde ik me er al over dat ik met mijn enthousiasme mensen mee kan krijgen. Mijn hele familie werkt in de zorg, dus dat spreekt mij aan. En met een opa in de jazzmuziek en een regisseuse en andere kunstenaars in de familie, is de creatieve kant ook goed vertegenwoordigd. Ik ben daarmee opgegroeid.”
Creatief therapeuten kunnen overigens wel aardig verdienen. Als ze de baan eenmaal hebben gevonden, behoren ze binnen de zorg tot de beter betaalde hbo’ers. Waar komen afgestudeerden terecht als ze nog geen werk vinden als creatief therapeut?
Hulshof: „Ze vinden wel een baan, in het onderwijs, de zorg, de sociotherapie. Of ze beginnen een eigen praktijk. In het nieuwe verzekeringsstelsel kun je als verzekerde zelf kiezen voor creatieve therapie. Het wordt steeds drukker in de praktijken, huisartsen gaan vaker verwijzen.”
„Meer studenten komen ook terecht in de trainingswereld, bij bedrijven, scholen, teams”, weet Hulshof. „Hoe ga je om met agressief gedrag, hoe voer je een moeilijk gesprek, hoe ga je om met problemen op de werkplek. Dat soort dingen. Anderen gaan naar het buitenland om bijvoorbeeld voor War Child te werken met getraumatiseerde kinderen. Dankzij de lumpsum kan er in het primair onderwijs ook meer. Scholen hebben nu meer te kiezen en kunnen bijvoorbeeld een behandelmethode laten uitproberen voor en met kinderen met faalangst. De financiële ruimte voor handelen wordt voor instellingen groter.”
Toch ben je als creatief therapeut blij als je een baan hebt. Er is dan weinig verloop en het is ook lang niet altijd mogelijk werk te vinden van je eerste keus.
Hulshof zet zijn hele netwerk in om nieuwe werkgebieden te zoeken. De thuiszorg, getraumatiseerde asielzoekers, scholen en de palliatieve zorg. „Ja, zelfs voor de mensen die gaan sterven kun je nog wat doen”, zegt Hulshof, „Je kunt hun lijden ánders maken. Dat is letterlijk wat je als therapeut wilt: het leven draaglijk maken.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.