*

 

Mbo-student: mijd paarden!

door Hanne Obbink − 20/01/07, 00:00

Kapper worden. Of met paarden werken. Het klinkt leuk, maar wil je na het mbo ook een baan, dan is de zorg een veiliger keuze.

Welke mbo-opleidingen moet je vooral níet kiezen als je met straks met diploma snel aan het werk wilt? De tweejarige opleiding tot kapster, bijvoorbeeld. Dat is een van de populairste mbo-opleidingen. Maar één op de drie gediplomeerden heeft anderhalf jaar na zijn geslaagde examen nog geen baan.

Mijd zeker ook de opleiding tot bedrijfsadministratief medewerker op niveau 2, ook al zo’n populaire opleiding. Meer dan de helft van de afgestudeerden in die richting is anderhalf jaar later nog werkloos. Leer dan maar liever door voor hetzelfde beroep, maar dan op niveau 3 en 4. De kans om daarna werkloos te worden is vier à vijf keer zo klein.

En als je een goed salaris wilt verdienen? Zorg dan vooral dat je niets met paarden te maken krijgt. Het zijn edele dieren en het is ongetwijfeld een genot om ze te verzorgen. Maar rijk word je er niet van. Met een driejarige studie paardenhouderij achter de rug, verdien je nog steeds veel minder dan iemand die zich in één jaar heeft laten opleiden voor bijvoorbeeld de beveiligingsbranche. Per uur scheelt dat bruto maar liefst anderhalve euro, bij een volledige werkweek dus een paar honderd euro per maand.

Wat moet je wel kiezen? Als je puur en alleen afgaat op de kans op werk en een goed salaris, moet je voor de gezondheidszorg kiezen. Mbo’ers in de zorg die een diploma op niveau 3 of 4 op zak hebben, zijn het minst vaak werkloos, verdienen het best en werken het minst vaak onder hun niveau.

Dat blijkt uit onderzoek dat Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt in Maastricht afgelopen najaar publiceerde. De onderzoekers enquêteerden mbo’ers die de zogeheten beroepsopleidende leerweg gevolgd hebben. Anderhalf jaar nadat ze hun diploma hadden gehaald, werd hun gevraagd hoe het hen verging in hun loopbaan.

Lang niet alle mbo-gediplomeerden zijn aan het werk gegaan, zo blijkt uit het ROA-onderzoek. Een fors deel heeft gekozen voor verder leren. Van degenen die een opleiding op niveau 4 gedaan hebben, geldt dat zelfs voor ongeveer vijftig procent van de leerlingen; meestal stromen zij door naar een hogeschool. Maar ook van de gediplomeerden op de andere niveaus gaat een kwart tot een derde door met een vervolgopleiding.

Direct met je mbo-diploma aan het werk kan ook, en wie dat wil, slaagt daar meestal ook in. Maar het niveau van je opleiding maakt wel uit: hoe hoger je bent opgeleid, hoe makkelijker je aan een baan komt. Van de schoolverlaters met alleen een diploma op niveau 1 is maar liefst dertig procent na anderhalf jaar nog werkloos. Onder de gediplomeerden op niveau 4 ligt dat percentage slechts op zeven.

Daarnaast scheelt het ook in welke richting je een baan zoekt. Neem bijvoorbeeld de werkloosheidscijfers van schoolverlaters op niveau 3 en 4. Eén op de acht mbo’ers met een opleiding op het gebied van gedrag en maatschappij (bijvoorbeeld in de welzijnssector) is nog werkloos. Ook mbo’ers met een economische opleiding – zoals verkopers, boekhouders, administratief medewerkers – zoeken vaak nog werk: ongeveer tien procent van hen is werkloos.

Mbo’ers met een zorgopleiding achter de rug steken daar gunstig bij af: slechts vier procent van hen zocht nog een baan.

Ten slotte is ook het salaris voor mbo’ers in de zorg dik in orde. Gemiddeld bedraagt het bruto uurloon van iemand met een niveau-4-diploma in de zorg 9 euro 33. Dat is een paar dubbeltjes meer dan afgestudeerden met een sociale of technische opleiding. Het verschil met mbo’ers uit de agrarische (ruim één euro) of economische hoek (bijna anderhalve euro) is nog groter.

Het is dus geen wonder dat afgestudeerden van een mbo-zorgopleiding het vaakst van alle mbo’ers zeggen dat ze precies hetzelfde zouden doen als ze opnieuw een opleiding moesten kiezen. Afgestudeerden in de economie kijken met de minste tevredenheid terug.

Dit rooskleurige beeld van mbo’ers in de zorg moet wel genuanceerd. Deze cijfers gaan op voor wie een opleiding op niveau 3 of 4 heeft. Gediplomeerden op mbo-niveau 2 zijn minder goed af. Bijna een kwart van hen is werkloos, meer dan andere mbo’ers op niveau 2. Maar áls ze werk vinden, worden ze wel beter betaald dan anderen.

mailIcon print |