Met het diploma op zak snel een baan met goed salaris? Dit perspectief is geen reden voor een bepaalde studiekeuze. Of de studie leuk is, dat telt.
Vooral in werkgeverskringen is het pleidooi nogal eens te horen: laat aankomende studenten toch een studie kiezen die goed is voor de Nederlandse economie. Maar die boodschap lijkt aan dovemansoren gericht. De meeste scholieren zoeken vooral een studie die ze interessant en leuk vinden en waar ze de capaciteiten voor hebben.
Dat blijkt onder meer uit de Studentenmonitor, een jaarlijks onderzoek van het ministerie van onderwijs. Driekwart van de ondervraagde studenten noemde ’inhoudelijke interesse’ als reden om voor een studie te kiezen. Alle andere motieven om een bepaalde studie te gaan volgen, worden door veel minder studenten genoemd.
Veel scholieren kijken uiteraard van tevoren wel of ze een studie aankunnen; 45 procent van de ondervraagden noemt dat als keuzemotief. Maar de plaats waar een universiteit of hogeschool staat, is niet belangrijk. Weliswaar kiezen veel studenten voor een studie dichtbij huis, maar slechts één op de zeven zegt dat doorslaggevend te vinden. De vraag of hun studiestad een leuk studentenleven heeft, is ook al niet van belang; vooral hbo-studenten letten daar nauwelijks op.
Ook de kans op een baan speelt voor de meeste scholieren geen grote rol bij hun studiekeus. Slechts één op de vijf aankomende studenten let daarop al voordat hij aan een studie begint. Het salaris dat ze na hun studie verwachten te verdienen, is voor nóg minder studenten een zwaarwegend argument: slechts negen procent van de ondervraagden heeft dat laten meewegen bij hun studiekeus.
Toch houden scholieren in hun studiekeus wel rekening met wat ze na die studie willen doen. Maar veel scholieren weten dat nog niet precies; ongeveer een derde van hen vindt het daarom belangrijk dat de studie die ze kiezen, opleidt tot een breed scala aan beroepen. Daartegenover staan weliswaar scholieren – ongeveer veertig procent – die juist precies weten wat ze willen en daar hun studiekeus van laten afhangen. Maar hoe groot de kans is dat ze hun droombaan na hun studie ook echt vinden, dat vinden ze niet zo belangrijk. Veel aankomende studenten kijken, met andere woorden, wel wélke banen na hun studie mogelijk zijn, maar veel minder óf die banen er zijn.
Het tegenovergestelde komt ook voor: een studie níet kiezen, omdat het beroep dat je ermee kunt uitoefenen je niet leuk lijkt. Dat geldt bijvoorbeeld voor scholieren met exacte vakken in hun profiel. Zij zouden een bèta-opleiding of technische studie kunnen kiezen. Maar veel scholieren met een exact profiel kiezen toch liever een niet-exacte studie. De belangrijkste reden: het soort banen dat je ermee krijgt, staat hun niet aan.
Dat is trouwens slecht nieuws voor overheid en bedrijfsleven. Die proberen al vele jaren om het aantal studenten in de exacte vakken omhoog te krijgen. Zij voorzien grote tekorten aan afgestudeerden op dit terrein en investeren daarom tientallen miljoenen in het aantrekkelijker maken van exacte studies. Onbegonnen werk, lijkt het, want niet de onaantrekkelijkheid van de studie, maar die van de banen erna is voor veel scholieren de belangrijkste reden om deze studies te mijden.
Ook in andere opzichten trekken scholieren zich weinig aan van wat de overheid het liefst van hen zou willen. Kiezen voor een lerarenopleiding of een opleiding in de zorg, bijvoorbeeld. Ook in deze vakken worden grote tekorten verwacht. Het ministerie van onderwijs heeft daarom al eens laten onderzoeken hoe het aantal studenten dat deze opleidingen kiest omhoog gebracht kan worden.
Maar de uitkomsten waren ontmoedigend. Kun je studenten naar deze opleidingen lokken door van hen een lager collegegeld te vragen, wilde het ministerie bijvoorbeeld weten, of door hun te beloven dat ze hun studieschuld maar voor een deel hoeven terug te betalen? Nee, stelden de onderzoekers vast; scholieren trekken zich simpelweg weinig van zulke lokkertjes aan.
Daarnaast wil het ministerie van onderwijs graag dat aankomende studenten goed naar de kwaliteit van opleidingen kijken voor ze een keus maken. Daarom steekt het nogal wat geld in het aanbieden van onafhankelijke informatie over opleidingen, bijvoorbeeld via de Keuzegids Hoger Onderwijs. Scholieren zouden zich als kritische consumenten moeten gedragen: eerst uitzoeken waar het beste onderwijs geboden wordt, dan pas kiezen.
Maar ook deze inspanningen zijn aan veel scholieren niet besteed, zo blijkt uit de Studentenmonitor. Ruim een derde van alle studenten heeft die onafhankelijk informatie wel bekeken. Maar voor slechts dertien procent van de studenten aan universiteiten was de kwaliteit van de opleiding een belangrijk motief voor hun studiekeus; aan de hogescholen was dat zelfs niet meer dan zeven procent.
Is dat erg? Dat valt nog te bezien. Misschien is het juist wel heel verstandig dat studenten vooral kiezen wat ze zelf interessant vinden. Dat zou je althans kunnen concluderen uit een onderzoek onder allochtone studenten dat de Raad voor Werk en Inkomen een paar maanden geleden publiceerde. Daaruit bleek dat allochtone studenten zich in hun studiekeus meer dan anderen laten leiden door de kans op een baan en het verwachte salaris.
Tegelijk blijkt echter dat allochtone studenten vaker dan gemiddeld stranden in de loop van hun studie. Misschien heeft het een met het ander te maken, opperen de onderzoekers voorzichtig: „Het is mogelijk dat het kiezen van een studie louter op basis van arbeidsmarktoverwegingen een negatief effect heeft op studiemotivatie.”
En wat voor allochtone studenten geldt, zou best eens voor alle studenten kunnen opgaan: wie kiest voor een studie die hij leuk vindt, maakt de meeste kans op een succesvolle studieloopbaan.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.