Studenten culturele antropologie hebben weinig kans op werk en al helemaal op werk op niveau. Dat komt ook door onbekendheid met de studie.
Sinds de invoering van het bachelor-mastersysteem is het als pas afgestudeerde antropoloog nog moeilijker om een passende functie te vinden. Als dit al lukt, dan verdient de antropoloog vaak niet zo veel. Toch blijft de studie populair: elk jaar beginnen zo’n 450 studenten aan de opleiding.
„Je krijgt nogal eens de vraag wat antropologie is”, zegt de vorig jaar afgestudeerde Martje Theuws (24). Door die onbekendheid is er weinig vraag naar antropologen. Theuws werkt inmiddels bij het onderzoeksbureau waar ze tijdens haar studie stage liep. Een groot deel van haar vroegere medestudenten is echter nog op zoek naar een baan.
Bij de academische opleiding antropologie leren studenten onderzoek te doen naar verschillende samenlevingen, zowel in het Westen als daarbuiten. Ze bestuderen niet alleen de overeenkomsten en verschillen tussen culturen maar ze kijken ook naar de verschillende gebruiken en leefwijzen van mensen uit dezelfde samenleving.
„Mijn moeder waarschuwde me voor de beperkte kans op werk na een studie antropologie. Maar door een reis naar Indonesië was ik overtuigd: ik wil meer van de wereld zien dan alleen Europa of het westen. Dat kan met antropologie.” Loes Lijnders (20), tweedejaars studente aan de Universiteit Leiden, kijkt positief naar de toekomst. „Ik denk dat het wel meevalt hoe moeilijk het is om een baan te vinden. Je weet als antropoloog zoveel dat anderen niet weten. Maar je moet jezelf zien te verkopen en dat is lastig. Dat houdt me niet tegen, ik heb juist zin om aan de slag te gaan.”
Concrete plannen voor de toekomst heeft Loes nog niet. „Ik denk er wel over na maar ik heb slechts vage ideeën. In de zomervakantie was ik in Ghana en toen wilde ik niet naar Nederland terug. Maar aan de andere kant is Nederland een heerlijk land.”
Uit de wo-monitor blijkt dat de werkloosheid onder net afgestudeerde antropologen 11,4 procent is. Met hun gemiddelde maandinkomen van 1934 euro zitten antropologen ook al aan de lage kant vergeleken met andere academici. Antropologen werken vaak onder hun niveau. Slechts een derde heeft anderhalf jaar na hun studie een baan die academische scholing vereist. Zo’n 40 procent werkt op hbo-niveau en de rest, nog ruim een kwart, heeft een baan waarvoor vwo, mbo of lager al toereikend is.
Dat is niet nodig. Volgens Rieke Leenders, docente culturele antropologie aan de Universiteit Utrecht, zijn er voldoende banen voor antropologen. „Daarbij trekt de economie aan en wordt Nederland meer en meer een multiculturele samenleving. Nu is er ook nog een linkse meerderheid in de Tweede Kamer waardoor er waarschijnlijk meer vluchtelingen en asielzoekers in Nederland zullen blijven. Dat zorgt allemaal voor extra werkgelegenheid voor antropologen.”
Dat veel pas afgestudeerden desondanks moeite hebben bij het vinden van een baan komt volgens Leenders doordat ze niet goed weten waar ze aan de slag kunnen en hoe ze zichzelf bij een potentiële werkgever moeten presenteren. „Studenten kiezen vaak voor antropologie omdat ze het zo’n interessant vak vinden. Dat snap ik wel, zo ben ik zelf ook begonnen. Maar doordat er zelden specifiek om een antropoloog wordt gevraagd, moeten afgestudeerden duidelijk kunnen maken dat ze wel degelijk iets te bieden hebben.”
Ook Sanne de Meijer, studieadviseur bij de Radboud Universiteit Nijmegen, merkt dat veel werkgevers nog niet goed weten wat een antropoloog te bieden heeft. „Een antropoloog heeft een goede analytische blik en heeft geleerd over culturele verschillen heen te kijken. Dat is niet alleen nuttig bij ontwikkelingssamenwerking. Ook bedrijven, zeker multinationals, kunnen hier baat bij hebben. Hetzelfde geldt voor de overheid, waar veel beleidsfuncties zijn die met culturele verscheidenheid te maken hebben.”
Een student die zichzelf weet te verkopen, is er tegenwoordig echter nog niet. Sinds de invoering van het bachelor-mastersysteem is er tijdens de studie geen ruimte meer om stage te lopen. Universiteiten kiezen massaal voor meer theorievakken waardoor studenten hun studie afronden zonder werkervaring.
De Meijer ziet dat studenten die meer werkervaring willen opdoen er tussen hun bachelor en master soms een tijd tussenuit gaan om bijvoorbeeld stage te lopen. Ze krijgen hiervoor meestal geen studiepunten en zijn een jaar later met hun studie klaar. „Toch levert het veel op. Ze krijgen niet alleen meer ervaring, ook weten ze beter wat ze wel en niet willen.”
Leenders gaf negen jaar lang het vak ’antropologen en de arbeidsmarkt’. Ze liet studenten zien hoe ze werkgevers kunnen overtuigen van hun kennis en vaardigheden. Studenten reageerden enthousiast en velen kwamen dankzij haar adviezen en netwerk aan een baan. Daarnaast hielp ze als stagecoördinator studenten bij het vinden van een goede stageplek. „Het vak en de stages moesten stoppen. Ik begrijp dat de universiteit theorie belangrijk vindt maar het is wel erg jammer. Veel studenten zijn hierdoor geneigd een baan te nemen die mijns inziens niet antropologisch genoeg is. Ook kiezen ze vaker voor een functie onder hun niveau. Dat is zonde en onnodig.”
Martje Theuws is blij dat ze nog wel de kans had om stage te lopen. Dat deed ze bij Somo, een stichting die onderzoek doet naar multinationale ondernemingen. Na haar stage kon ze er blijven werken. „Door die stage heb ik belangrijke werkervaring opgedaan en wist ik beter waar mijn ambities liggen. Ook maakte ik kennis met een uitgebreid netwerk. Nu heb ik er zelfs een leuke baan aan overgehouden.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.