*

 

Mondhygiënist vindt snelst baan, techniek verdient het beste

door Ingrid Weel − 20/01/07, 00:00

De huidige generatie studenten heeft geluk: de werkgelegenheid groeit haast overal. Als ze niet te kritisch zijn, vinden ze vast wel een baan.

Werken in de richting waarin je ook hebt gestudeerd: het komt voor, maar meestal is de relatie tussen studie en werk niet zo één op één. Mensen belanden vaak in een andere functie dan waar ze voor gestudeerd hebben. Jongeren die graag werk willen waarvoor ze ook zijn opgeleid, kunnen de komende jaren het beste een zorgopleiding doen of iets in de technische sector. Daar zijn de kansen het grootst.

De vooruitzichten voor het vinden van een baan zijn de komende jaren over het algemeen goed. Vanwege de opgaande conjunctuur zal de werkgelegenheid in bijna alle sectoren stijgen, behalve in de landbouw, visserij en de overige industrie, zoals in het textiel en papier. Dat blijkt uit het onderzoek ’De arbeidsmarkt naar opleiding en beroep tot 2010’ van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) van de Universiteit Maastricht.

Studenten die een universitaire studie doen, zitten er bijna altijd warmpjes bij. Vooral in de medische en technische richting liggen de banen voor het oprapen. Op hbo-niveau zijn de perspectieven gunstig voor met name opleidingen gericht op het onderwijs en de zorg. Voor sommige sociaal-culturele opleidingen zoals communicatie & journalistiek, horeca en pedagogie, zijn de kansen op een baan slecht.

Met een pedagogische studie zit je weliswaar ook niet zo goed, voordeel is wel dat het zo’n beroepsspecifieke studie is, dat werkgevers moeilijk mensen met een andere opleidingsachtergrond aan kunnen nemen voor pedagogisch werk. Dit geldt ook voor veiligheidsmedewerkers, en bij medische beroepen. Vooral naar artsen en apothekers blijft de vraag voorlopig groot, omdat ook hiervoor een medische studie noodzakelijk is.

In de medische sector lijkt het tekort aan mensen wel kleiner te worden vergeleken met de afgelopen jaren. Dit komt onder andere doordat er meer vrouwen zijn gaan werken; zij zitten vaak in de zorgsector. Het ROA verwacht niet dat zij er weer snel mee zullen stoppen. Mondhygiënisten hebben het qua kansen op werk het best getroffen.

Het ROA heeft ook gekeken naar het aanbod van nieuwe werknemers. Zo zal de komende tijd de vraag naar technisch opgeleiden niet eens bijzonder groot zijn. Maar studenten techniek kunnen toch verwachten dat ze snel een baan in die sector krijgen, omdat er zo weinig jongeren voor techniek kiezen. Voor de werktuigbouwkundigen, technisch bedrijfskundigen, natuurkundigen en bouwkundigen ziet de toekomst er dus florissant uit. Het moet gek lopen, willen zij niet snel een baan hebben.

En de technici kunnen ook nog eens rekenen op een prima startsalaris. Met bedragen tussen de 2500 en 3000 euro bruto per maand staan deze afgestudeerde techneuten bovenaan in het rijtje goedbetaalde mensen.

Juist een ongunstig perspectief hebben studenten economie. Dat komt doordat scholieren massaal voor een economische studie kiezen. Bij sollicitaties moeten ze concurreren met vele anderen. Er komen in de economische sector veel nieuwe banen bij, maar daar staat tegenover dat de werknemers in deze richting vaak jong zijn. Er stoppen dus nu maar heel weinig mensen, waardoor er niet veel bestaande banen vrijkomen.

Er worden nog wel tekorten verwacht aan bijvoorbeeld ondersteunende administratieve hulpkrachten en productieplanners – beroepen op mbo-niveau – maar er zullen meer dan genoeg economen, organisatiedeskundigen, juristen, accountants, leidinggevenden en managers zijn.

De tijden van grote tekorten in de informatica lijken ook voorbij te zijn. De werkgelegenheid in deze sector blijft wel groeien, maar er zijn zoveel studenten die een mbo- en hbo-opleiding in deze richting doen, dat de kansen op een baan niet zo groot zijn.

Er zal wel veel vraag zijn naar vliegers, scheepskapiteins, schippers en conducteurs. Dit komt vooral doordat zich op dit segment van de arbeidsmarkt maar weinig nieuwe mensen melden.

Van stewardessen daarentegen zijn er de komende jaren naar verwachting te veel. Grote problemen geeft dit overschot niet, want 60 procent van de stewardessen krijgt spijt van hun beroepskeuze. Ze beginnen hun opleiding met een heel ander beeld van de toekomst dan die in werkelijkheid is. Het is de droom van veel jonge meisjes om stewardess te worden, maar als ze eenmaal als stewardess werken en een gezin stichten, merken ze dat het vele reizen een te grote belasting is.

Bij stewardessen wordt de hoogste gemiddelde spijt geregistreerd. In totaal heeft circa 20 procent van de afgestudeerden spijt van zijn studiekeuze. Om een beter beeld te krijgen van de praktijk, heeft een groot aantal universiteiten een loopbaanadviescentrum opgericht. Daar kunnen studenten contact leggen met mensen uit de praktijk of kunnen ze cursussen volgen, waaronder solliciteren.

De loopbaancentra zijn rond 1990 ontstaan, toen de arbeidsmarkt slecht was voor afgestudeerden. Veel studenten maken er dankbaar gebruik van. De adviescentra zijn daarom gebleven, ook al zijn de vooruitzichten nu veel beter.

mailIcon print |