*

 

’Niet nog meer dottercentra’

Van onze verslaggever − 18/01/07, 00:00

De Gezondheidsraad vindt dat streekziekenhuizen geen dotterbehandelingen moeten doen. Wel moet de capaciteit van de bestaande hartcentra worden vergroot.

De raad gaat met dit advies in tegen minister Hoogervorst van volksgezondheid. Nu zijn dotterbehandelingen nog vergunningplichtig, omdat dotteren wordt beschouwd als een bijzondere medische verrichting. Alleen daartoe aangewezen hartcentra mogen de behandeling uitvoeren. Maar de minister zei eerder dat dotteren zo gangbaar is geworden dat de vergunningplicht wel kan worden afgeschaft. Dan zouden ook gewone streekziekenhuizen mogen dotteren.

De Gezondheidsraad wil de vergunningplicht handhaven. Secretaris M. Bos van de commissie die het advies opstelde: „Er zijn veel argumenten die pleiten voor een zorgvuldig kwaliteitsbeleid. Een vergunning vooraf is daarvoor een sterk instrument. Je kunt ook op een andere manier toezien op de kwaliteit, maar dat is dan toezicht achteraf. Vanwege kwaliteit en financiĆ«n is het beter nu eerst de capaciteit van de bestaande centra uit te breiden.”

Er zijn 19 hartchirurgische centra voor dotteroperaties. Daar staan hartchirurgische teams klaar voor het geval er iets mis gaat. Daarnaast zijn er drie ziekenhuizen – in Alkmaar, Arnhem en Leiderdorp – waar ook wordt gedotterd. Die staan zo dicht bij een hartchirurgisch centrum dat dat verantwoord is. Er worden in Nederland jaarlijks 28.000 dotteroperaties per uitgevoerd. Door uitbreiding van de centra kan die capaciteit worden opgevoerd tot 40.000, zegt Bos.

Een belangrijk argument van de minister is dat, om kwaliteit te kunnen leveren, een hartcentrum minimaal 800 dotterbehandelingen per jaar moet uitvoeren. Dus is bij 28.000 behandelingen ruimte voor 35 centra. Maar de raad vindt dat in elk centrum een team van hartchirurgen beschikbaar moet zijn. Hoogervorst betwijfelt dat. Hij denkt dat de nabijheid van een hartchirurgisch centrum voldoende is.

mailIcon print |