Vroeger was het simpel voor de Kijkwijzer. Het instituut bepaalde welke tv-programma’s en films voor welke leeftijd schadelijk waren. Maar tegenwoordig is de roep om classificatie er ook voor games en websites.
Dat eerste lukt nog wel: games vormen een redelijk afgebakend terrein. Er is ook al een kijkwijzer voor de computerspellen, PEGI (Pan European Game Information). Maar internet is een ander verhaal. Want hoe kun je het almaar uitdijende internet, dat bovendien elke seconde van gedaante verandert, afdoende keuren? Dat lijkt een onmogelijke opdracht.
Toch is dat wat het Nicam (Nederlands Instituut voor de Classificatie van Audiovisuele Media), de organisatie achter de Kijkwijzer, in 2007 moet gaan onderzoeken. Ouders hebben namelijk behoefte aan een internetkijkwijzer, blijkt uit onderzoek.
Wim Bekkers, directeur van het Nicam, is voorzichtig. Een Kijkwijzer voor het hele internet zal niet lukken, zegt hij. „Internet is niet te reguleren. De belangrijkste karaktertrek is nu eenmaal dat het vrij is.” Er valt wel een bijdrage te leveren, maar dan vooral op nationale schaal, vermoedt hij. In dat geval zijn het media-aanbod en het toekennen en controleren van bijbehorende kijkadviezen nog te overzien.
Hij is niet bang dat kinderen zich op internet te buiten gaan aan schadelijke buitenlandse websites. „Vergelijk het met televisie: de meeste mensen kijken toch naar programma’s van Nederlandse origine. Ik verwacht dat dat op internet ook zo is.” Natuurlijk, een internationale Kijkwijzer voor internet zou beter zijn, weet Bekkers, maar dat vergt meer tijd om op te zetten.
Concreet heeft Bekkers al een paar ideeën over het waarborgen van kindvriendelijke websites op internet. „Je zou een scanmodule kunnen maken die nieuwe websites controleert op risico’s: geweld, schelden, seks, enzovoort. Dat zou volledig geautomatiseerd kunnen werken bij internetproviders. Ten tweede zou je elke nieuwe pc standaard moeten uitrusten met een filter die kwalijk internetmateriaal blokkeert. Zo’n filter moet standaard aan staan.”
Toch zijn we er dan nog niet, ziet ook Bekkers. Filters werken nooit 100 procent en geven bovendien ouders de illusie dat ze hun kinderen hun gang kunnen laten gaan op internet. En dat is volgens Bekkers niet de bedoeling. „Nee, betrokkenheid van ouders is cruciaal. Praten met kinderen over risico’s van het internet is veel zinvoller dan het installeren van een filter.”
Hoewel de Kijkwijzer bedoeld is om kinderen te behoeden voor het bekijken van geweld, angst, seks, discriminatie, grof taalgebruik en drugs- en alcoholmisbruik, zal een toekomstige internetkijkwijzer kinderen toch niet helemaal afschermen van al het digitale kwaad. De Kijkwijzer richt zich namelijk alleen op audiovisuele media: beeld en geluid. Chatboxen, die maar al te vaak broedplaatsen zijn voor pesterijen, seksuele toespelingen en scheldpartijen, zullen niet vallen onder de keuring. En ook overvloedige en misleidende reclame gericht op kinderen, vallen buiten de keuring.
Bekkers: „Om te voorkomen dat chatboxen het terrein zijn van ranzigheid en ander verderf zie ik maar één echte oplossing: modereren en monitoren door de eigenaar en ingrijpen waar dat nodig is.” Maar de Kijkwijzer-criteria die bepalen of iets schadelijk is of niet, zijn niet voor chatboxen bedoeld en geëigend, benadrukt Bekkers, die verder opmerkt dat de Reclame Code Commissie gaat over alle reclame van niet-audiovisuele producten, zoals het internet.
Een Kijkwijzer voor websites zal, afgaande op het Nicam, nog minstens een jaar op zich laten wachten. Dat geduld hebben ze bij Stichting Kinderconsument niet. Deze consumentenbond voor kinderen heeft sinds kort zelf een keurmerk voor kindvriendelijke websites in het leven geroepen. Kinderwebsite Bobo.nl is de eerste die het keurmerk heeft ontvangen. „Je kunt vanaf de site niet doorklikken naar andere websites, er is geen chatbox en er is geen reclame”, zegt Jeroen van der Haas, woordvoerder van Stichting Kinderconsument. De stichting zet zich in voor een veilig internet voor kinderen en het beteugelen van overmatige kidsmarketing. De kinderwebsite kwam overigens niet zonder kleerscheuren door de eerste keuring. Van der Haas: „Met een paar klikken kwam je op de website van Playboy terecht. Maar dat hebben de makers inmiddels aangepast.”
Maar er is ook kritiek op het toekennen van het keurmerk voor Bobo.nl. De site maakt namelijk reclame voor eigen producten, vindt Remco Pijpers van de Stichting Mijn Kind Online, een samenwerkingsverband tussen Ouders Online en KPN. „Bezoekers worden aangespoord een abonnement op het blad te nemen, maar ook een ’krabbelhorloge’ en een ’Bobo Dieren Dekbed overtrek’ kunnen – via de Bobo-webwinkel – worden aangeschaft.”
„Dat deel van de website is voor ouders”, verklaart Nienke de Bruin, webredacteur van Bobo. „Het middelste deel van de website, de speelhut, is het veilige deel voor kinderen. Dat is kennelijk niet helemaal overgekomen.”
Het kindertijdschrift hoopt nu dat ouders de Bobo-button downloaden op het bureaublad van de computer. De Bruin: „Als je daarop klikt kom je direct in het kindergedeelte.”
Uit de keuring van Stichting Kinderconsument blijkt hoe moeilijk het is te bepalen of een website kindvriendelijk is. Toch krijgt het initiatief waardering van Wim Bekkers. „Een prima initiatief”, vindt hij. Maar is het juist geen taak van het Nicam om met het enige echte keurmerk te komen? „Nee”, zegt Bekkers. „Er zijn ontzettend veel partijen die op een klein gebied van internet gespecialiseerd zijn. Het ECP (Electronic Commerce Platform Nederland – red.), het antidiscriminatieplatform, Ouders Online. Je moet realistisch zijn: internet is ongrijpbaar, niemand heeft alle wijsheid in petto. Ook het Nicam niet.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.