Zeven van de tien Algerijnen zijn jonger dan dertig. Ze groeiden op tijdens het decennium van de islamitische terreur: de jaren negentig. Inmiddels kregen de islamitische guerrillastrijders amnestie, maar de staat van beleg, ingegaan in 1992, is nog steeds van toepassing. Hoe leven de jonge volwassenen van Algiers?
Op de ’Champs Elysées’ van Algiers, de hoofdstad van Algerije, rijdt een Hummer langzaam voorbij en stopt bij een bloemenstal. Het raampje gaat automatisch open en de bestuurder, een jongen met zonnebril, vraagt de bloemenman om een rode roos. Vier jongens lachen als de bestuurder de roos overhandigt aan het meisje achterin.
Boulevard Sidi Yahia is maar een tweebaansweg met een enkele boom, schotelantennes op de balkons en een grote bouwput waar een winkelcentrum moet komen. Sinds twee jaar opent de ene na de andere Europese winkelketen een franchisezaak in deze straat. Bij Nokia houden twee beveiligingsambten de wacht, bij Celio kijken twee schooljongens verlekkerd naar een jack van 84 euro, net niet het minimummaandloon; dat ligt op 120 euro.
„Nooit komen ze hier om te kopen. Alles is hier minstens twee keer duurder als elders in de stad. Ze komen hier alleen om gezien te worden”, vertelt Samira Chennoufi (28), die bij een bank werkt in dezelfde straat. Het is donderdagmiddag, weekend in Algerije en flaneertijd. Vier jongens geven luidruchtig kusjes in de lucht als een groepje meiden in strakke spijkerbroeken en laarzen langsloopt.
De hoofdstad van Algerije lijkt terug te keren naar het normale leven. Na acht jaar burgeroorlog wist president Abdelaziz Bouteflika in 2000 een pact te sluiten met de gewapende fracties van het Islamitisch Heilsfront (Fis) en kwam er een einde aan de bloedige massamoorden en vele bomaanslagen, waarbij naar schatting 200.000 doden vielen. In de hoofdstad is het relatief rustig. Soms wordt er nog een aanslag gepleegd, zoals afgelopen december toen een bus vol buitenlandse medewerkers van het Amerikaans Algerijnse oliebedrijf Brown Root & Condor (BRC) onder vuur kwam te liggen. De Algerijnse chauffeur en een Libanese medewerker kwamen om het leven.
„De mensen komen weer buiten, ze zijn niet meer bang”, zegt Chennoufi. Elegant gekleed in een lange jas met hoge zwarte laarzen en minirok, loopt ze naar haar kleine groene auto en rijdt naar haar stamcafé Picasso. Aan tafel, met een sigaret en een espresso, vertelt ze over haar leven.
Toen ze zeventien was, in 1995, werd haar moeder vermoord achter haar bureau op de universiteit waar ze werkte. „Mijn moeder was doctorandus in de landbouwkunde. Ze had mijn vader in Parijs ontmoet, waar ze samen hadden gestudeerd”, vertelt ze. Wie precies haar moeder heeft vermoord, of het haar eigen studenten waren, opgestookt door radicale moslims of mensen van buiten de universiteit, weet Chennoufi niet en zal ze ook nooit weten. „Onze ouders waren gekoloniseerd onder de Fransen. Toen wist je wie de vijand was. Maar als het je eigen broeders zijn, zie je het verschil niet tussen je vijand en je bondgenoot”, legt ze uit.
In plaats van te speculeren wil ze een normaal leven leiden: ze werkt sinds twee jaar bij een Franse bank en verdient redelijk, 330 euro per maand. Elke dag komt ze naar haar stamcafé om te biljarten en vrienden te zien. Maar zich echt uitleven gaat niet meer. „Onze generatie is te snel volwassen geworden. Onze mooiste jaren, toen we jong waren, hebben ze van ons afgepakt. Ik heb amper gereisd, terwijl mijn ouders China en Japan bezochten”, zegt ze. Kranten leest ze niet, het nieuws gelooft ze niet meer. „We weten niet wie we zijn, dat is ons probleem. We hebben geen identiteit”, besluit ze.
Vriend Walid (30) valt haar bij: „Algerije is als een hand waarin een diepe snee is gekerfd. In plaats van de snee te ontsmetten met jodium, zodat de wond heelt, hebben we er een witte handschoen overheen getrokken om de boel weg te moffelen.”
Naar schatting is zeventig procent van de Algerijnse bevolking jonger dan dertig jaar. Zij zijn opgegroeid in de jaren negentig van terreur, toen de rest van de wereld Algerije vermeed. Deze generatie, nu nog onzichtbaar, zal de toekomst van het land bepalen.
Amine Bougherara (19) en Nabil Saadi (19) waren vijf toen de burgeroorlog begon. Ze zijn opgegroeid met een avondklok. Nu draait hun leven om muziek. Al hun tijd stoppen ze in de black metal-band Barabaros. In een internetcafé in een buitenwijk van Algiers tonen ze trots hun eigen website. Onherkenbaar op de foto’s, hun gezichten zwart en wit geschminkt, leven ze zich uit op hun gitaren. „De haat die we voelen, vervliegt in de muziek”, zegt Saadi. Het is hun uitlaatklep. „Beter te schreeuwen dan te stelen of drugs te gebruiken”, roept Bougherara enthousiast. Vandaag zit zijn haar in een kuif, zijn vriend draagt een legerbroek en kistjes. Op straat worden ze uitgemaakt voor homo’s, maar dat kan ze niets schelen. Ze hebben gekozen voor dit leven, een Europees leven, zoals ze het zelf noemen. „Leve de rock ’n roll, de drank en Algerije!”, zegt Bougherara. Hun droom is door te breken in Europa. Ze hebben net een platencontract getekend met een Frans label. Achterom kijken doen ze niet. „Dan stagneer je”, zegt Bougherara. Terrorisme staat voor hun gelijk aan geweld, intimidatie en geld stelen. „Dat heeft niks met de ware islam te maken”.
Een paar wijken verderop heeft Bougherara’s oudste broer een telefoonwinkel. Het contrast kan haast niet groter. Behoedzaam zoekt Samir Bougherara (32) naar zijn woorden. „Ik werk, verdien mijn geld, dat is alles. Ik ben vrij en onafhankelijk en hoef me alleen te verantwoorden naar God”, zegt hij. Het enige wat hij gelooft zijn de woorden van de profeet uit de Koran. De maatschappij heeft volgens hem geen enkele invloed op hoe hij leeft. „Ik weet dat ik ga sterven dus ik leef voor het hiernamaals. Dan zal God over ons oordelen. Alleen Hij kent de waarheid”, zegt hij. Een vrouw in nikaab komt de winkel binnen om haar telefoon op te laden. Hij kijkt haar niet aan. Dan zegt hij tegen zijn jonge broer Amine: „Jij bidt voor de duivel. Je bent mijn broer, ik moet je op het rechte pad brengen, maar dat gaat niet door te slaan”, en glimlacht.
Als Amine buiten staat, zegt hij verontschuldigend dat zijn broer niet erg spraakzaam is omdat hij zoveel doden en lijken heeft gezien toen de familie nog in hun geboortedorp buiten de stad woonde.
De psycholoog Khaled Nouredine van SARP (Société Algérienne de Recherche en Psychologie) herkent het verschijnsel: zij die het meest getraumatiseerd zijn, vertellen het minst en sluiten zich af. „Mensen vermijden zoveel mogelijk de plaatsen en gebeurtenissen die ze terugbrengen naar een traumatische ervaring. Het kan een geparkeerde auto zijn of een politieman”, legt hij uit. De amnestieregeling die president Bouteflika in 2000 instelde voor islamitische guerrillastrijders, maakt het volgens Nouredine alleen maar erger. „Welke waarden tellen nog als iemand die een fout heeft begaan, niet wordt gestraft”, zegt hij. „Door een streep door het verleden te zetten, kan het geweld alleen maar weer oplaaien.”
Acht uur ’s avonds, de straten van Algiers zijn verlaten. In een nieuwe Volkswagen stationcar toeren Nourah (23), Sarah (28)en Amina (29) door de stad. „Kijk uit, daar is altijd een politiebarrage, stop die joint weg!” roept Nourah tegen haar zus Sarah en vriendin Amina. Maar Sarah en Amina lijken zich nergens aan te storen.
De meiden zijn op weg naar een concert van de Algerijnse drummer Karim Ziad, die tijdens de ’zwarte jaren’ naar Frankrijk is gevlucht. Vanavond geeft hij een concert met plaatselijke musici. „Het doet ons goed om mensen terug te zien keren. Het brengt leven in de brouwerij”, zegt Sarah enthousiast. Ze werkt bij een internationaal consultancybureau en wil niet met haar achternaam in de krant. Om veiligheidsredenen, zegt ze.
„We leiden een dubbel leven. Niks is onschuldig. De mensen op mijn werk overdag weten niet dat ik ’s avonds uitga, het liefst karaoke zing en alcohol drink. Een vrouw in Algerije is of onderdanig of een hoer. Er bestaat niets tussenin”, zegt ze.
Volgens haar zijn alle jongeren opzoek naar een houvast. „De één vindt die in religie, de ander in drugs, de volgende door keihard te werken. Maar de meeste jongeren willen hier weg en dromen van Europa.”
Het maakt Sarah verdrietig. Zij wil dromen van een welvarend en vredig Algerije, waar haar ouders zo hard voor hebben gevochten tijdens de onafhankelijkheidsoorlog.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.