FloraHolland en de Bloemenveiling Aalsmeer willen fuseren. Maar de handelaren zijn daar niet gelukkig mee. „Ik heb nog geen bewijs gezien dat een fusie iets oplost.” Â
Ronkende omzetcijfers van bloemenveiling FloraHolland en Bloemenveiling Aalsmeer. Samen zetten ze in 2006 ruim 3,8 miljard euro om. „Daarvoor hebben wíj dus gezorgd. Want wij zijn de klanten van de veilingen”, zegt Robert Rodenberg, directeur van de branchevereniging van bloemengroothandelaren (VGB), waarbij zo’n 70 procent van de handelaren is aangesloten.
„De veiling is immers niets meer dan een marktplaats. Kwekers bieden daar hun waar aan, wij kopen dat”, stelt de directeur.Â
De opmerking van Rodenberg is typerend voor de relatie tussen handelaren en bloemenveiling: daar zit iets ongemakkelijks in.
En dat ongemak wordt door de aangekondigde fusie van FloraHolland en Bloemenveiling Aalsmeer alleen maar groter.
„Ik zeg altijd: met één druk op de knop krijg je bij de bloemenveiling veel meer dan bloemen”, typeert Rodenberg de werkwijze van beide fusiepartners. „Logistiek, automatisering, schoonmaken, parkeerbeheer, vastgoedbeheer; je krijgt het er allemaal bij, op basis van één en hetzelfde veilingcontract. Er is daarom is bij de veilingen zonder fusie ook best 30 procent te besparen. Er zit nu al te veel vlees op de botten.”
Voor al dat overtollige vlees moet de handel via het veilingtarief betalen. Rodenberg: „Onze omzet is hoog, maar de marge is uiteindelijk maar 3 procent. De transportkosten stijgen jaar in jaar uit.”Â
Natuurlijk zijn handel en veiling samen wel heel succesvol gebleken, haast hij zich. „De Nederlandse veilingen zijn met 80.000 verschillende producten niet voor niets onbetwist marktleider in de wereld. We werken ook heel goed samen, hoor.” Maar toch...
Neem nou dat fusieplan van Flora Holland en Bloemenveiling Aalsmeer waarover de kartelpolitie NMa deze maanden moet beslissen. Is die fusie wel in het belang van de klanten van de veilingen, vragen de handelaren zich af. De fusie wordt door de veilingdirecties verkocht als noodzakelijk om de marktpositie op langere termijn veilig te stellen, en kosten te drukken. „Maar om kosten te kunnen besparen, hoef je echt niet te fuseren. Het bewijs daarvoor heb ik nog niet gezien”, zegt Rodenberg. „Misschien kun je die besparing beter afdwingen door juist niet te fuseren en flink te concurreren, met twee veilingen.”
 Eén nieuwe grote veiling maakt de handel bovendien kwetsbaar. Handelaren kunnen hun waren dan maar van één plek betrekken. „Wij zijn afhankelijk van het aanbod”, onderstreept Rodenberg. Bovendien zijn veel handelsbedrijven gehuisvest op de veilingterreinen, wat ze extra kwetsbaar maakt. En wie zal de handelaren garanderen dat de nieuwe megaveiling zich echt gaat beperken tot de kerntaak, het grossieren in bloemen? Zo’n bedrijf kan zelfs een grote concurrent worden, als het een eigen verkoopapparaat opzet.
„Volgens mij moet je het zo zien”, vat Rodenberg samen, „de veilingen moeten ons, de klant, gelukkig maken. Want gelukkige klanten betalen betere prijzen. De coöperatieleden, de kwekers, worden daar het beste van. Dus waarom doen ze dat dan niet?”Â
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.