Soms gebeuren er dingen met sportmensen die nauwelijks te bevatten zijn. Het publiek kan gedurende een hele loopbaan een sportheld bewieroken en soms zelfs aanbidden, en dan ineens, alsof er een tak knapt, gebeurt er iets.
Mark McGwire gold jarenlang als een uitmuntend slaande, sympathieke en openhartige tophonkballer in de VS. Na een zilveren medaille op de Spelen van Los Angeles in 1984 en ging alles crescendo: titels, records, rijkdom, grote faam en een zekere plaats in de Hall of Fame.
Deze week moest daarover gestemd worden. McGwire, inmiddels al een paar jaar gestopt, ging op voor zijn eerste mogelijkheid in het huis der onsterfelijken gekozen te worden.
McGwire, een boom van een kerel met (in die tijd) armen als kabels en de onverzettelijke wil om de beste slagman van zijn tijd te zijn, was in de jaren negentig een gebruiker van anabole steroïden. Zelf gaf hij slechts toe het middel als voedselsupplement te hebben gebruikt, maar de echo van die woorden galmt nog steeds door de sportwereld.
Verder zweeg McGwire in alle talen. De homerunkoning van tien jaar geleden, toen Amerika hem half heilig had verklaard en hij op de toppen van zijn kunnen speelde, werd voor een commissie van de Amerikaanse Senaat gedaagd en weigerde ook voor dat forum verklaringen af te leggen. In tranen zei hij: ’Over deze materie wens ik in het belang van mijn familie en de mensen uit mijn sportieve omgeving te zwijgen.’
Die woorden herhaalde hij steeds weer; zijn verleden lag achter hem, hij wilde slechts vooruitkijken.
Toen al werd hij afgeschilderd als een laffe ex-sporter die niet in staat was zijn ’verboden’ sportleven te ventileren. McGwire verkoos een oorverdovende stilte boven berouw en spijt. Hij verhuisde van St. Louis naar Californië, kocht een droomhuis in een zwaar beveiligde en ommuurde buurt en wenste met niemand meer contact te hebben.
Het grote publiek wist niet goed wat zijn voormalige held deed en hoe hij nog in het leven stond. Maar hij zou wel weer opduiken als hij, gezien zijn loopbaan, verkiesbaar zou worden voor de Hall of Fame.
Deze week moest de kiescommissie van dat instituut zich uitspreken. Slechts 128 van de 545 kiesmannen (23 procent) gaven hun stem aan de voormalige held. Zo’n laag percentage had nog nooit een voormalige held gescoord.
En McGwire? Zoals te verwachten was leverde hij nergens commentaar. Hij wenst nooit meer over zijn bezoedelde verleden te spreken. Tot 2003 kende zijn bond immers geen strenge dopingregels. McGwire vindt dat hij nooit welke regel dan ook overtreden heeft.
Na die bewering werd het stil en de stilte zal voortduren. De eens zo grote held kan zijn plaats in de Hall of Fame gedag zwaaien. Onze sportsamenleving duldt geen overtreders, maar ook geen zwijgers.
Gemakshalve nemen we aan dat McGwire een ’gebruiker’ was, hoewel hij nooit betrapt werd. Gemakshalve verketteren we een sportman die ooit ’groots en meeslepend’ bezig kon zijn.
Zijn stilte wordt gezien als een vrijwillig gekozen mea culpa dat hem de kop kost. Hij zal in afzondering zijn jaren slijten. Wil niet omzien en wordt dus geen eeuwige held. Omdat de sportsamenleving, in haar verontwaardiging der niet-wetenden, dat niet wil.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.