*

 

Boom vestigt brutaal nieuwe hiërarchie

door John Graat − 08/01/07, 00:00

Lars Boom (21) gaf op het NK in Woerden het nationale veldrijden een nieuwe hiërarchie. De verslagen gevestigde orde reageerde er kribbig op.

Gelaten legde Richard Groenendaal zich deze winter neer bij zijn bescheiden positie in het internationale veldrijden, maar in eigen land waande hij zich nog de beste. Het sierde de oude kampioen dat hij gisteren niet stond te juichen bij de paleisrevolutie die ploeggenoot Lars Boom in de zompige klei van Woerden gestalte gaf. Het was ook een hard gelag voor Groenendaal: een jongen van 21 jaar, die toestemming had moeten vragen om mee te mogen doen met de profs en die zich nog niet eens heeft gespecialiseerd in het veldrijden, ging brutaal en soeverein met de eer strijken.

Dat maakte Groenendaal kribbig. Na de huldiging op het podium had hij geen behoefte om de speaker te woord te staan. Hij had zich tijdens de koers geërgerd aan het commentaar. „Ik heb toch niet meegedaan?”, was het enige dat Groenendaal kwijtwilde in de microfoon. De speaker had in zijn ogen te weinig aandacht gehad voor zijn opleving in de laatste fase van de wedstrijd. Toen was de riante voorsprong van Boom iets teruggelopen. Spannend werd het nooit.

Boom is eigenlijk nog belofte (-23 jaar), maar is dat niveau allang ontgroeid. Dat bewees hij ook op de modderige paden door park Molenvliet in Woerden. De Brabander reed in de tweede ronde vlot weg van Groenendaal en uittredend kampioen Gerben de Knegt. Later verklaarde veteraan Groenendaal dat hij pas tijdens de wedstrijd de juiste spanning en breedte van zijn banden had gevonden. Bovendien was Boom ’frisser’. Die had niet, zoals hij en De Knegt, de laatste weken zijn portemonnee gevuld in vele Vlaamse crossen.

Maar dat was allemaal niet doorslaggevend op het NK, dat de verhoudingen in het nationale veldrijden scherp weergaf. Boom gaf een demonstratie van zijn atletisch vermogen. De 1.91 meter lange renner uit Vlijmen is ook op de weg een talent. Hij excelleert vooral in de tijdritten. Boom deed de afgelopen jaren het veldrijden er als hobby bij. Dan liet hij steeds zijn klasse zien. Hij won vorig jaar al tussen alle profs in Overijse en Baal. In zijn eerste cross dit seizoen werd hij op nieuwjaarsdag achter Sven Nijs meteen tweede in Baal, ver vóór Groenendaal.

Dat zadelt Boom met een luxeprobleem op. De cyclocross is een vluchthaven voor gemankeerde wegrenners en dat is Boom nog lang niet. Zijn verstand zegt dat hij nog enkele jaren in zichzelf moet investeren op het asfalt. Zijn hart ligt echter in het veld. Vanaf de jeugd verlengt hij jaarlijks zijn abonnement op een nationale titel. Spelenderwijs heeft hij de wereldtop bereikt. Boom is een eergevoelig winnaarstype en die hebben weinig geduld. Financieel is er in het veld met de rood-wit-blauwe trui voor hem vooralsnog meer te verdienen dan op de weg. Groenendaal: ,,De verleiding om overhaast te kiezen voor het veldrijden zal nu groot zijn.”

Boom lijkt al voor die verleiding bezweken. Deze winter rijdt hij slechts zeven keer tussen de modderduivels, waarbij het WK voor beloften over drie weken in het Belgische Hooglede een regenboogtrui moet opleveren. Maar volgend seizoen wil hij veel meer crossen. Boom: „Financiën spelen zeker mee, maar het is ook voor de veldritsport belangrijk om de Nederlandse trui regelmatig te laten zien. Je moet je gevoel volgen.”

Zijn doel – een grote kampioen zijn – kan hij het eenvoudigst via het veld bereiken. Van de 29 starters op het NK wist hij er slechts twaalf niet te dubbelen. De verschillen waren schrikbarend. De Knegt (31) sukkelde verder in Woerden, Groenendaal (35) heeft zijn beste jaren gehad. Desgevraagd wilde de wereldkampioen van 2000 wel erkennen dat de wisseling van de wacht ’misschien wel goed’ is voor zijn sport. Want Boom lijkt als enige in staat de Belgische suprematie te doorbreken. Maar Groenendaal dacht ook aan zijn eigen belang. „Met een trui had ik een jaar lang 500 euro meer aan startgeld per cross gekregen. Maal dertig. Tel maar uit.”

mailIcon print |