Professor Nico Landman van de Universiteit van Utrecht voelt weinig voor de ideeën in Italië en Frankrijk over bijdragen van de overheid van de bouw van moskeeën.
Doel daarvan is te voorkomen dat radicale geldschieters uit bijvoorbeeld Saoedi-Arabië invloed krijgen. Maar Landman waarschuwt voor het ontstaan van een ’staatsislam’.
De islamdeskundige verrichtte zo’n vijftien jaar geleden onderzoek naar de bouw van moskeeën in Nederland. Al in die periode nam de bereidheid van rijke Saoediërs, om moskeeën in Nederland te financieren af, na een aantal gevallen van oplichting.
Een voorbeeld, waarbij er wel een rijke mecenas uit het Midden Oosten de bouw van een Nederlandse moskee financiert is de Salaammoskee in Rotterdam. Sjeik Maktoum uit de Verenigde Arabische Emiraten bekostigt hier de bouw.
Volgens Landman is de kans op financiering met Arabisch oliegeld het grootst bij Marokkanen, Surinamers en Pakistanen, omdat die groepen minder krachtige organisaties hebben dan bijvoorbeeld de Turken.
Bij de Turken heerst het systeem van voorfinanciering door grote organisaties. De belangrijkste daarvan is Diyanet, het Turkse ministerie van godsdienstzaken. Diyanet schiet voor. Naderhand moet de moskeevereniging het voorgeschoten bedrag aflossen.
De andere grote Turkse moskeeorganisatie, Milli Görüs, hanteert een vergelijkbaar systeem maar heeft minder middelen. „De Diyanetmoskeeën hebben de Turkse staat achter zich”, zegt Yusuf Altuntas, voorzitter van Milli Görüs Noord-Nederland.
Altuntas is tegen overheidssubsidie of buitenlandse financiering: „Wie betaalt bepaalt.” Volgens hem ligt het meer in de lijn van de profeet dat een moskeevereniging zelf de moskee bekostigt: „Als je zelf je hand in het vuur hebt dan ben je meer betrokken.” Altuntas vindt giften zonder verplichtingen wel acceptabel: „We zijn geen dief van onze eigen portemonnee.”
Overigens heeft in de jaren tachtig de Nederlandse staat meebetaald aan Marokkaanse en Turkse moskeeën. Dat was een uitvloeisel van een regeling die van 1963 tot 1973 gold voor kerken.
Kerken kregen in die vooraf bepaalde periode financiële steun voor de bouw van godshuizen in nieuwe stedelijke gebieden.
De moslims waren net te laat, aldus professor Landman: „De overheid is toen alsnog bijgesprongen. Het waren bedragen van dertig- tot honderdduizend gulden per moskeegebouw.”
Ongeveer honderd moskeeën hebben daarvan geprofiteerd. Begin jaren tachtig stopte die financiering. De overheid heeft toen nog wel twee moskeeën van Molukse moslims volledig gefinancierd, in Waalwijk en Ridderkerk.
Dat kostte evenveel als de complete subsidie aan Marokkaanse en Turkse moskeeën.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.