*

 

Voor betere zorg moet Europa samenwerken

door André Knottnerus − 04/01/07, 00:00

Op de werkvloer van de volksgezondheid tellen de grenzen niet. Het nieuwe kabinet moet zich inzetten voor uitbouw van de Europese samenwerking.

Veel gezondheidsrisico’s storen zich niet aan grenzen. Een internationale aanpak is dan de beste en soms zelfs enige mogelijkheid om effectief op te treden. Milieuproblemen zoals luchtverontreiniging en klimaatverandering zijn duidelijke voorbeelden. Maar ook geluidsoverlast en gevaarlijke stoffen, samenhangend met internationale mobiliteit en bedrijvigheid, zijn grensoverschrijdend. Europese afspraken over veilige normen zijn daarom behalve voor de volksgezondheid belangrijk voor vergelijkbare startposities van het internationale bedrijfsleven.

Ook gerichte ziektepreventie vereist internationale afstemming. Zo wordt de effectiviteit van ’preparedness’ ten aanzien van vogelgriep en grieppandemieën bepaald door de zwakste schakels. Een ander voorbeeld: productie, veiligheid, distributie en consumptie van voedsel zijn nauwelijks meer regiogebonden, en overgewicht door ongezond eten en weinig bewegen is een Europees probleem. Gezamenlijk beleid ten aanzien van voedselkwaliteit en kennisuitwisseling over effectieve gedragsbeïnvloeding maken een betere aanpak mogelijk. Bevordering van gezond gedrag in het algemeen is voor Nederland van bijzonder belang want de ontwikkeling van onze levensverwachting raakt achter op de Europese trend.

Wat betreft de medische zorg is er al een Europees systeem voor toelating van geneesmiddelen. Maar de gezondheidszorg dringt zich in bredere zin op aan de Europese agenda. Bundeling van krachten is bijvoorbeeld nodig rond zeer geavanceerde behandelingen (zoals harttransplantatie bij jonge kinderen) die de mogelijkheden van kleine en minder rijke landen te boven gaan. Maar ook samenwerking op het gebied van de eerstelijnszorg is belangrijk, vooral voor landen die hun zorgsysteem opnieuw opbouwen.

Bij onbelemmerd Europees verkeer van personen kunnen internationale verschillen in toegang tot en kwaliteit van de zorg tot problemen leiden. Een protectionistische benadering staat hier op gespannen voet met het streven van Europese burgers naar een optimaal zorgaanbod. Veeleer bestaat behoefte aan leiderschap om er voor te zorgen dat de hoogste en niet de laagste kwaliteitsstandaarden richtingbepalend zijn. Ook kunnen grensoverschrijdende verzekeringsarrangementen een belangrijke rol spelen.

Het effectief aanpakken van volksgezondheidsproblemen vraagt voortdurend om nieuwe kennis en technologie. Gezamenlijke inzet van de internationaal beschikbare expertise is daarbij nodig want elk land op zich kan maar een klein deel van de relevante kennis produceren. Liet het Human Genome Project al zien wat internationale samenwerking vermag, voor onderzoek naar milieu, infectieziekten, voedselveiligheid, zeldzame ziekten, en zorgsystemen ligt het niet anders.

Nieuw verworven kennis is zelden panklaar voor onderbouwde toepassing. Daarvoor is vaak ’vertaling’ nodig: het beoordelen van uitgevoerde studies en het doen van aanbevelingen voor praktijk en beleid. Daarvoor hebben veel Europese landen wetenschappelijk adviesorganen. Zo heeft Nederland de nauw met elkaar samenwerkende Gezondheidsraad en de Raad voor het Gezondheidsonderzoek. Gezien het belang van internationale afstemming hebben zij samen met de Belgische Hoge Gezondheidsraad het European Science Advice Network for Health opgericht. Lidstaten en Europese beleidsmakers kunnen daardoor beter bediend worden.

Het terugdringen van internationale volksgezondheidsproblemen vereist meestal een lange-termijnaanpak waarmee electorale perioden van vier jaar niet sporen. Hier dragen volksgezondheidsdeskundigen een bijzondere verantwoordelijkheid. Gelukkig is hun beschikbaarheid voor de internationale publieke zaak groot. Voorwaarde is dat hun inbreng samengevat en gerapporteerd wordt door een deskundige staf. Daarop is de laatste jaren overigens fors bezuinigd, en om tijdig te kunnen inspelen op de snel toenemende nieuwe kennis is het belangrijk dat het tij keert. Alleen al op medisch gebied is het aantal jaarlijks verschijnende internationale wetenschappelijke artikelen tussen 1970 en 2005 verdrievoudigd, waarbij de (exponentiële) toename de laatste tien jaar even groot is als in de 25 jaar daarvoor.

Het Nederlandse EU-voorzitterschap van 2004 heeft veel gedaan om volksgezondheid en gezondheidsonderzoek hoog op de Europese agenda te krijgen. Nederland speelde een hoofdrol bij het opbouwen van het Europese Center of Disease Control en het tegengaan van ondermaatse zorg in Europa. Het vroeg ook aandacht voor ’priority medicines’: geneesmiddelen die voor de volksgezondheid essentieel zijn maar commercieel onaantrekkelijk. Nederland is bovendien in Europa trendsetter wat betreft voedselveiligheid en -kwaliteit, geneesmiddelenonderzoek bij kinderen, en eerstelijnsgezondheidszorg. Het is voor de volksgezondheid van groot belang dat deze inzet niet verslapt ten gevolge van Europese politieke stagnatie, maar door het nieuwe kabinet juist gecontinueerd en uitgebouwd wordt.

mailIcon print |