Op het plein tegenover het museum van de Moderne Kunst in Tel Aviv luisteren een paar duizend jongeren naar de beat van een hiphopact. Een meisje danst op een groot, metalen kunstwerk. Wanneer de rapper ’Olmert’ roept, steekt zij boos haar vuist op.
Jossi Sarid, oud-minister van onderwijs, spreekt vanaf het podium de mensenmassa toe: „Als het land jullie straks nodig heeft voor de volgende oorlog, roepen ze jullie weer op. Ga door met jullie strijd, eis van de overheid dat iedere student en studente intussen de kans krijgt om te studeren, net als iedere andere student in Europa.”
De Israëlische studenten staken. Zij zijn kwaad op de regering omdat die in vijf jaar twintig procent bezuinigde op het budget van de universiteiten. De universiteiten kampen nu met enorme schulden en veel docenten vertrekken naar het buitenland. Om een oplossing te vinden voor de financiële problemen van universiteiten, stelde de regering een onderzoekscommissie in. Die wil nu de collegegelden verhogen.
Naast het podium staat een meisje in groen legeruniform, haar baret heeft ze op haar rechterschouder geknoopt. Met haar echte naam en functie wil ze niet in de krant, want dan kan ze last krijgen met het leger. Dus noemt ze zich Hila. „Volgend jaar wil ik graag literatuur of journalistiek studeren,” vertelt ze. „Ik weet alleen niet hoe ik het ga betalen. Het leger geeft ons ’zakgeld’: zeventig euro per maand, maar dat is niet genoeg om te sparen. Na het leger krijgen we een vergoeding waarvan ik het eerste jaar kan bekostigen. De rest zal ik maar bij mijn ouders lenen.”
Hila is niet de enige die haar studie nauwelijks zal kunnen betalen. Collegegelden zijn in Israël niet veel hoger dan in Nederland, maar Israëlische studenten krijgen geen studiebeurs. Veel studenten wonen daarom bij hun ouders en hebben vaak meerdere bijbanen.
Toch gaat de studentenstaking niet alleen over geld. Vele studenten zijn ook boos op premier Ehoed Olmert, omdat deze hen zo roekeloos de Tweede Libanonoorlog instuurde. Sommige studenten op het plein zaten vorige zomer in een tank bij de Israëlische-Libanese grens. Van sommigen kwamen vrienden om het leven. Op internet circuleert nu een petitie met de tekst: ’Als de regering het collegegeld verhoogt, wil ik mijn verloren jaren in het leger terug’.
Hila: „Ik geef twee jaar van mijn leven aan het leger, terwijl ik liever direct zou studeren. Natuurlijk heeft de Israëlische staat ons nodig, we zijn omringd door vijandige landen. Maar wij zijn meer dan soldaten en na de dienstplicht lijkt de overheid dat te vergeten.”
Meisjes als Hila vormen een vast onderdeel van het Israëlische straatbeeld. Overal in Israël lopen jongens en meisjes van een jaar of twintig, vaak met trendy zonnebril, een M16 machinegeweer nonchalant bungelend over hun schouders. In Israël gaan ongeveer 65 procent van de jongeren na de middelbare school in dienst. Israëlische Arabieren zijn vrijgesteld. Ook ultraorthodoxe jongeren die aan een jesjieve (leerschool) leren, hoeven niet te dienen. Voor meisjes duurt de dienstplicht twee jaar, voor de jongens drie. Veel studenten hebben zelfs nog langer gediend. Ze tekenden bij omdat zij in aanmerking kwamen voor hogere functies als piloot of officier.
„In Israël heeft alles met het leger te maken,” vertelt biologiestudent Elad Allon (23) tijdens de demonstratie. „Op de basisschool leek soldaat zijn ons reuze spannend en op de middelbare school kregen we uitgebreid voorlichting over de legerfuncties.” Als jongeren eenmaal gaan studeren, zijn zij volgens Elad veel serieuzer. „Daar hebben we dan zolang op gewacht dat we niet gaan feesten. Dat deden we op de middelbare school en tijdens de vrije weekenden in het leger.”
Vanuit zijn kamer op de zevende verdieping overziet hoogleraar politicologie Efraim Ja’ar de lege campus van de Tel Aviv universiteit. „De dienstplicht heeft een enorme impact op de levens van studenten,” legt Ja’ar uit. „Doordat velen de dreiging van oorlog hebben meegemaakt, is Israël één van de weinige landen waar studenten overwegend rechts zijn. Studenten blijven ook lang aan het leger gebonden. Tot hun 45ste dienen zij bij de reservisten. Zo was ik laatst mijn secretaresse een week kwijt omdat ze moest helpen met het werven van nieuwe mariniers.”
Door Ja’ars raam zijn plots vier rood-witte straaljagers te zien. Ze vliegen in dichte formatie over de kustlijn, keren om en tekenen een lange lus op de hemel. „Ze oefenen voor onafhankelijkheidsdag,” vertelt Ja’ar. „De dag voor onafhankelijkheidsdag is de herdenking voor de gevallen soldaten. Een emotionele dag. Iedereen heeft wel vrienden of familieleden verloren. Ook dit maakt studenten serieuzer. Bovendien hebben studenten haast; over een paar jaar zijn zij al vader of moeder. Plezier gunnen zij zichzelf daarom nauwelijks. De losbandige bon vivant zoals je die in Europa tegenkomt, bestaat hier niet.”
Jonathan Citrin (26), masterstudent natuurkunde aan de universiteit van Tel Aviv, begon op zijn 22ste aan zijn studie. „Gedurende mijn dienstplicht was ik commandant van een tank,” vertelt hij. „Tijdens de laatste Intifada zat ik in de Gazastrook. Dat was verschrikkelijk. Iedere keer wanneer een Palestijn een aanslag had gepleegd, moesten we als vergelding een gebouw kapot schieten. De mensen zaten er nog in. Ik hield het vol omdat ik dacht: het is een plicht, het moet. En het is beter dat ik hier zit, in plaats van iemand die dolgraag de trekker overhaalt.”
„In 2002 zat mijn dienstplicht erop en mocht ik naar huis. Vijf dagen later werd mijn tank geraakt door een raket. De jongen die op mijn plek zat overleefde, maar de rest van de bemanning kwam om.” Na zijn militaire dienst ging Jonathan op reis, net als bijna alle Israëlische jongeren.
Jonathan: „Eindelijk was ik vrij. Ik reisde door India, China, Amerika en West-Europa. Het leger maakt je volwassen, maar je hebt je nooit zo kunnen gedragen. Daarom gaat iedereen een jaar weg. Sommige Israëlische jongeren hebben het moeilijk met die vrijheid en gebruiken veel drugs. Anderen zoeken het juist in het spirituele en komen terug in lange gewaden en met dreadlocks.”
In Israël bestaat nauwelijks een georganiseerd studentenleven. Er zijn geen studentenverenigingen en een studenten ’scene’ ontbreekt. Voor velen blijft het belangrijkste netwerk hun oude legereenheid. Zo’n groep blijft vanaf het begin van de diensttijd bij elkaar en het leger roept reservisten altijd in de samenstelling van hun oude eenheid op. Ze blijven elkaar opzoeken, of komen elkaar op de herdenkingsdagen weer tegen. Toch is die band met het leger soms ook een last.
Jonathan: „Toen de Tweede Libanonoorlog vorige zomer begon, was ik bang dat het leger mij zou oproepen. Ik boekte een ticket naar Londen, want in het buitenland hoef je geen gehoor te geven aan de oproep. Toen ik in Londen aankwam, kreeg ik het telefoontje. Ik voelde mij verschrikkelijk schuldig, want mijn vrienden gingen wel. Gelukkig zijn ze niet ingezet. Dat was een opluchting.”
Toch blijven de bijna alle studenten positief over het leger. Zoals Elad tijdens de demonstratie vertelt: „Dat leger hebben we nodig. Wij zijn omringd door staten die ons het liefst in de zee zien verdwijnen.” De studente naast hem vult aan: „Arabische landen hebben vaak olie, daarom hebben zij macht. Wij hebben alleen maar mensen. De overheid hoeft niet minder in het leger te investeren, maar moet ook niet op het onderwijs bezuinigen. Het leger en de universiteiten zijn de garantie voor de toekomst van Israël.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.