*

 

Voorspellingen rammelen

Door: redactie − 23/01/07, 00:00

Oud-premier Wim Kok mopperde vorige week bij Pauw en Witteman dat het te vroeg is om te speculeren over de personen voor de nieuwe kabinetsploeg.

„Eerst de inhoud”, zei Kok. Hij had natuurlijk helemaal gelijk. Maar door gebrek aan informatie over ’inhoud’ bleef er weinig anders over dan het favoriete Binnenhofspel dit keer erg vroeg te spelen.

Bij het raden en gissen naar kandidaten voor ministers- en staatssecretarisposten is er één ijzeren wet, die de voorspellingen van politici, journalisten en andere professionele waarzeggers relativeert. Die wet luidt: in elke nieuwe regeringsploeg duiken enkele bewindslieden op die niemand tevoren als kanshebbers heeft getipt.

Elco Brinkman en Pieter Winsemius in het kabinet Lubbers 1. Hans Wijers in het eerste Paarse kabinet. Gerrit Zalm in datzelfde kabinet-Kok. Het werden niet de minste ministers en toch stonden hun namen niet op de befaamde insiders-lijstjes die in de weken voor het constitutioneel beraad van het kabinet door de wandelgangen zongen. Neem Rita Verdonk. Niemand bedacht tevoren dat de VVD deze consultant en ex-gevangenisdirecteur in het kabinet-Balkenende zou zetten. Voorspellingen over de ministersploeg rammelen altijd.

Nog afgezien van Balkenende, Bos en Rouvoet, vertonen de lijsten met de poppetjes voor het nieuwe kabinet van CDA, PvdA en ChristenUnie ook dit keer weer de bekende categorieën dubieuze kanshebbers. Ze zijn te verdelen in de types sollicitanten, duikers, zwijgers en politici van het type D.A.G. (Door Anderen Genoemd).

Sollicitanten worden beschouwd als kandidaat-minister omdat ze ooit zelf desgevraagd zeiden te willen. Zulke citaten van willige sollicitanten bestaan momenteel van onder anderen de CDA’ers Ben Bot, Agnes van Ardenne, Aart Jan de Geus, Joop Wijn, Pieter van Geel en Gert Leers. Een veilige gok dus om die te tippen. Of ze het worden is vraag twee.

Dit soort sollicitanten zegt in het openbaar meestal bescheiden: „Als mijn partijleider mij vraagt voor een ministerspost, wie ben ik dan om dat te weigeren?”

Dan zijn er de duikers. Die omzeilden de afgelopen maanden stelselmatig de vragen over hun ambitie. Een voorbeeld is PvdA-Kamerlid Sharon Dijksma, best een ministers-kandidaat. Dijksma antwoordde op de vraag of ze een post wenst: „Ha, ha, probeer het nog maar eens... Maar ik zeg lekker niks.”

De kandidaten uit de categorie zwijgers zeggen helemaal niks. Zwijgers weten dat ze waarschijnlijk veel kans maken en beseffen dat elk woord alleen maar tegenwind kan opleveren op weg naar de ministerspost. Voorbeelden zijn de CDA’ers Maxime Verhagen, Gerda Verburg en de PvdA’er Bert Koenders.

Politici die door andere politici worden genoemd als geheide kandidaten moeten altijd uitkijken. Voor je het weet word je alleen maar genoemd om de aandacht af te leiden van een andere kandidaat, misschien wel van uitgerekend de politicus die jouw naam heeft genoemd. Momenteel wordt door PvdA’ers de naam Trude Maas-de Brouwer steeds genoemd, Eerste Kamerlid en management-consultant.

Guusje ter Horst, de ex-burgemeester van Nijmegen, is ook zo’n bestuurder die vaak door andere PvdA’ers wordt getipt. En de Amsterdamse wethouder Ahmed Aboutaleb uiteraard, maar die is wel een erg serieuze kandidaat, een categorie apart.

Wat is wel zeker? Zeker schijnt te zijn dat PvdA-leider Wouter Bos een lijst heeft gemaakt van kandidaten die hij ziet zitten. Voor elke portefeuille in het kabinet heeft Bos drie namen beschikbaar van partijgenoten die hij kan vragen. Velen menen te weten wie op die Bos-lijst staan, weinigen weten het echt.

Over één zittende minister, Cees Veerman, hoeft niemand te twijfelen. Die wil echt niet. Veerman zei vorig jaar tegen het Reformatorisch Dagblad: „Wel weet ik nu zeker dat ik na mijn ministerschap nooit meer een openbare functie wil bekleden. Voor zover er maar een greintje de gedachte was: als ik weer word gevraagd, dan zal ik het overwegen, dan is die gedachte nu helemaal weg. Ik heb mijn pak gedragen.”

mailIcon print |