*

 

Franse gourmands prijzen de Volwaard-kip. En dat wil wat zeggen, als die iets buitenlands lekker vinden

Jeroen Thijssen − 20/01/07, 00:00

Aan onze keukenproeftafel is dierenleed een veelbesproken onderwerp. Zielige varkens en meelijwekkende kipjes staan bij de Thijssentjes boven aan het niet-doen-lijstje. Zij hebben graag meer over voor een lapje vlees dat een goed leven heeft gehad. Uit mijn portemonnee, dat wel, maar het gaat om het idee.

De laatste berichten van het kippenfront zijn dan ook met gejuich ontvangen. De standaard bio-industriekip, die in zes weken van kuiken tot filet en drumsticks uitgroeit, zal op termijn haar plaats moeten afstaan aan een ethisch beter te pruimen concurrent: de Boerenkip. Een term die toch denken aan boerenerven waar gelukkige kloeken lopen met zeeën van gele kuikentjes. Tja, daar gaat het dus meteen mis. De Boerenkip verandert van naam: zij heet nu Volwaard, een woordspeling die wel iets van ’volwaardig’ of ’vol waarde’ moet suggereren. Daar zit een dikbetaald reclamebureau achter, dat kan niet anders. De Volwaard, meldt internet, leeft helemaal niet zoveel leuker. Twee weken langer op iets meer ruimte, is dat de moeite waard? Dit klinkt wel erg serieus: hoeveel meer ruimte hebben die beestjes eigenlijk? „Veertig procent meer vloeroppervlak dan standaard”, zegt Ad Kemps, commercieel directeur van Coppens Diervoeders en voorzitter van de stuurgroep Volwaard. „En ze hebben vrije uitloop, onder een afdakje. Een ’veranda’ noemen wij dat.” Aangezien er standaard 22 kuikens gaan op één vierkante meter, heeft het Volwaard-kipje haar meter met elf à twaalf andere kippen gedeeld, en ook de vierkante meter buiten nog. Het diertje mag veertien dagen langer van die vierkante meters genieten. Veertien hele dagen.

Het is beter, maar is het ook goed? Kemps verwijst me naar een website met een rapport van de Wageningse Universiteit, die het Volwaard-idee heeft uitgeprobeerd. De studie vergelijkt het leven van de standaard en dat van de Volwaard-kip, en geeft in een tiental tabellen overzicht van de groeifactor, ziekte, opbrengst in kilo’s en vermogen tot lopen. En dan moet ik, ondanks het gevoel opgelicht te worden, toch toegeven dat de nieuwe kip beter scoort: zij loopt beter, heeft minder ziekten, groeit beter en wordt ouder. Waaraan leest men het geluk af van een kip? Bij gebrek aan een beter criterium wil ik ’minder snel ziek’ aannemen als een teken. Is het goed dat de Volwaard er komt? Het is een schande dat dat andere systeem nog bestaat.

Een voordeel van de Volwaard dat Kemp noemt, is de smaak. Franse gourmands prijzen haar vlees. En dat zegt wat, als Fransen iets buitenlands lekker vinden. Voor de smaak heb ik mijn eigen proefpanel. Het is met enige schroom dat ik mijn broed aan niet-biologisch gevogelte blootstel, maar voor het goede doel wijkt alles. Om eerlijk te vergelijken neem ik drumsticks van Volwaard en biologisch, van AH, en geen haantje van de bioboer verderop. Het scheelt flink in prijs: de bio’s zijn ruim een tientje de kilo, de Volwaards nog geen vijf euro. Wat blijkt, na enig bakken en braden? Ze vinden de Volwaard lekkerder, want malser. Alleen vader vindt de bio beter, maar ik hou dan ook van een beetje doorkauwen.

mailIcon print |