Vanavond wordt officieus het Buxtehude-jaar geopend. In de Noord-Duitse hanzestad Lübeck, waar Dietrich Buxtehude (1637-1707) veertig jaar lang stadsorganist was. De aftrap wordt gegeven door onze eigen Ton Koopman. In de Sankt Jakobikirche klinkt het cantate-programma waarmee het Amsterdam Baroque Orchestra & Choir deze week al optrad in het Amsterdamse Concertgebouw en de Rotterdamse Doelen en waarmee Koopman ook Stockholm, Rome en Napels aandeed.
Maar in Lübeck telt het natuurlijk pas echt. Morgen neemt Koopman met zijn koor, orkest en solisten het programma voor cd op; onderdeel van het vorig jaar begonnen Buxtehude Opera Omnia-project dat op Koopmans eigen label Antoine Marchand zal verschijnen.
Dat Koopman in de Buxtehude-stad de opmaat tot het Buxtehude Festwochen mag geven – die van 6 tot en met 13 mei plaatsvindt – zegt iets over zijn statuur in de wereld van de barokmuziek. Het concert van vanavond vindt niet in de Buxtehude-kerk, de Sankt Marienkirche, plaats. Maar in de Jakobikirche is dan weer wel een orgel te vinden uit Buxtehude’s tijd, terwijl dat in de Marienkirche tijdens bombardementen door de geallieerden in de Tweede Wereldoorlog totaal verwoest werd.
Op de officiële website van Lübeck feiert Buxtehude (www.buxtehude2007.de) staat het allemaal te lezen. Daar leren we ook dat volgens recent onderzoek is komen vast te staan dat Buxtehude zijn voornaam zelf altijd met een extra ’e’ schreef: Dieterich dus! En, dat er in Lübeck een heuse musical komt met als onderwerp het bezoek dat Hündel, Mattheson en Bach aan Lübeck brengen om poolshoogte te nemen of zij Buxtehude mettertijd kunnen opvolgen, niet wetende dat daar verplicht de trouwring voor Buxtehude’s dochter aan vasthangt.
Precies 20 jaar geleden – in januari 1987 – nam Koopman al eens cantates van Buxtehude op voor Erato. Toen met het Hannover Knabenchor. Het was de eerste keer dat we serieus konden luisteren naar de vocale muziek van de man voor wie Bach zo’n bewondering had. In die 20 jaar is er verder amper iets essentieels verschenen. Op één na waren alle cantates die Koopman afgelopen week in het Concertgebouw uitvoerde dezelfde als op die eerdere cd-box.
Verzonken in godsvruchtige gedachten in de koude Marienkirche in Lübeck verwarmde deze muziek geest en hart vast op. Maar in het warme, comfortabele Concertgebouw sloeg de verveling je tegemoet. Op elk moment van de dag, waar dan ook, kun je gegrepen worden door welke van Bachs 200 cantates dan ook. Bij die van Buxtehude, hoe goed gemaakt, is dat eigenlijk nooit het geval. Daar zullen dit Buxtehude-jaar en die extra e in zijn voornaam niets aan veranderen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.