*

 

’Na Kaboel is Teheran een paradijs’

door Carolien Omidi in Teheran − 03/01/07, 00:00

De Iraanse regering wil voor eind maart eenhalf miljoen illegale Afghanen uitzetten. Dit zou de werkeloosheid onder Iraniërs moeten verminderen. Maar: ’Geen Iraniër wil zwoegen voor zo’n Afghaans hongerloontje.’

De Afghaanse broers Golab (27) en Amir (31) staan voor een huttencomplex dat is opgetrokken uit golfplaten. Ze wonen er al vijf jaar. In hun magere armen houden ze zojuist gekocht brood, terwijl ze om beurten vertellen over hun leven.

„Iedere dag staan we om vijf uur op om tot een uur of zeven ’s avonds in de bouw te werken”, vertelt Amir glimlachend. Per persoon verdienen ze zo’n zeven euro per dag. Geen slecht bedrag, vinden ze zelf. Golab: „Elke zes maanden brengen we het verdiende geld naar Afghanistan. Daar blijven we drie weken en dan komen we terug. Dat gaat vrij makkelijk want de grens is zo lek als een mandje. Zo zien we onze vrouw en kinderen ook nog eens.” Hun status: illegaal.

Mensen als Golab en Amir lopen risico binnenkort te worden uitgezet. Sinds de val van de taliban hebben Iraanse regeringsfunctionarissen al vaker geroepen dat het tijd wordt voor de Afghanen om naar huis te gaan. Maar nu worden er harde maatregelen genomen. Zo kondigt de regering aan alle illegale arbeiders te gaan identificeren. Werkgevers die illegale Afghanen in dienst hebben, kunnen voortaan bovendien rekenen op fikse boetes.

Van de bijna twee miljoen Afghanen die in Iran verblijven, beschikken er slechts zo’n duizend over een geldige werkvergunning. De overigen worden beschouwd als illegale arbeiders. Afghanen die wel een geldige verblijfsvergunning hebben maar geen werkvergunning, worden niet uitgezet. Maar ze mogen in principe niet meer werken, al kunnen hun werkgevers wel zes maanden geldige werkvergunningen aanvragen voor de bouw en de agrarische sector.

„Allemaal onzin, die nieuwe maatregelen. Die uitgezette Afghanen hollen net zo hard weer naar Iran terug want die lange grens is niet te bewaken”, zegt projectontwikkelaar Manoucher (45) – een lange man met een gekrulde snor. Trots laat Manoucher de constructie zien van wat een appartementencomplex van zes verdiepingen moet worden. Op de bouwplaats werken momenteel negen Afghanen. Illegalen. „Ja, wat moet ik anders?” reageert de projectontwikkelaar. „Afghanen werken hard en zijn tevreden met een laag salaris, want het is altijd nog meer dan ze in Afghanistan verdienen. Dit werk is zo zwaar dat Iraniërs het niet willen doen. Geen Iraniër wil zwoegen voor zo’n Afghaans hongerloontje.”

Toch is dat wel het idee achter de uitzettingsplannen: dat door het vertrek van de illegale Afghanen er tussen de 300.000 en 400.000 arbeidsplaatsen vrij zullen komen voor autochtonen. De werkloosheid onder de Iraniërs ligt officieel op tien procent, maar het echte percentage licht naar schatting rond de twintig.

De leefomstandigheden van de Afghanen zijn slecht. Het illegale gezin Taheri, bestaande uit Ismat (32), Aqiel (40) en hun twee dochters van negen en elf, maakt zich dan ook grote zorgen. Ismat: „Wij wonen hier al elf jaar in armoede. Onze kinderen mochten tot nu toe wel onderwijs volgen, maar een officieel diploma zullen ze niet krijgen. Wat zal hun toekomst zijn? Maar in Afghanistan hebben we helemaal niets meer. Bovendien is de situatie daar nog steeds onveilig! Ons leven is overal slecht. Maar vergeleken met Kaboel is Teheran een paradijs!”

mailIcon print |