*

 

Beset Sylvian

Sylvain Ephimenco − 02/01/07, 00:00

Tijdens mijn kerstverblijf in Frankrijk las ik in het dagblad Le Figaro een groot opiniestuk van de hand van Ayaan Hirsi Ali over de holocaust-conferentie in Teheran. Later vernam ik dat ditzelfde stuk in bijna alle wereldkranten was verschenen. Die Hirsi Ali Magan toch: in de grote mensenwereld is ze een ster, maar in haar aangenomen vaderland blijft ze een object van wrok, afgunst en frustraties. Ach, geen profeet is in zijn eigen land geëerd (Lucas 4:24). Niet schrikken: ik ben heus niet van plan de zoveelste beschouwing over het fenomeen uit Somalië te produceren. Wat na het lezen van Le Figaro aan mij begon te knagen was de existentiële vraag: wellicht heeft Ayaan dit artikel niet zelf geschreven. Wie weet ben ik wel de werkelijke auteur, zeg maar de ghostwriter die vorige week door een miljoenenpubliek werd gelezen. Want soms doet je rechterhand gekke dingen die de linker nog moet ontdekken. Volgens het weekblad HP/de Tijd bestond die dochter van Magan alleen bij gratie van een select groepje knappe koppen die bijna al haar teksten en speeches in de coulisses neerpenden. Scoop! De diva van de Nederlandse politiek was een mythe, een marionet, een zeepbel vol lucht die uit andermans longen werd geblazen. Het artikel in HP begint met deze (kromme) zin: ’Ayaan Hirsi Ali was op zaterdag 13 mei 2006 het middelpunt van zeven heren van middelbare leeftijd. () Het erudiete gezelschap had zich naar het huis van een van heren gespoed voor crisisberaad. Hun vriendin dreigde haar Nederlandse paspoort te verliezen.’ Die ’magnificent seven’ schenen in een collectief élan de afscheidsspeech van hun creatuur te hebben geschreven, zoals ze dat volgens het blad regelmatig deden. Tot mijn stomme verbazing stond in het stuk mijn naam. Ik was dus een van die knappe koppen die aan de Hirsi-touwtjes trokken. Wat een eer! Helaas, mijn eerzuchtige hang naar eeuwige roem was maar van korte duur: ik heb op die bewuste dag niet het begin van welk crisisberaad ook bijgewoond. Daarvóór en daarna ook niet. Ik ben nooit een van die te hulp schietende zeven samoerai geweest. Op zaterdag 13 mei was ik gewoon thuis aan het ontspannen omdat ik de volgende dag aan een atletiekwedstrijd bij PSV-Eindhoven meedeed. Maar het kan nog erger voor mijn gedeukte ego: ik heb nog nooit een woord, een letter of een halve komma mogen veranderen of toevoegen aan welke tekst ook van Hirsi Ali dochter van. Om de eenvoudige reden dat ik nog nooit een ongepubliceerde tekst van haar hand heb mogen lezen. Alles wat ik van haar heb gelezen kwam uit kranten of boeken. Het geeft natuurlijk te denken over de betrouwbaarheid van de duimzuigende journaliste van HP/De Tijd. Die slordige mevrouw, een zekere Alies Pegtel, stuurde me een paar weken geleden een mail waarin om mijn medewerking voor haar stuk werd gevraagd. De mail begon zo: ’Beset Sylvian Ephimenco’. Ik dacht aan een grap. Beset Sylvian besloot vanzelfsprekend geen medewerking te verlenen aan wat, naar ik toen vermoedde, het knoeiwerk van een rommelige beunhaas zou worden.

mailIcon print |