De Turks-Armeense journalist Hrant Dink had zich vastgebeten in het ideaal om bij te dragen aan wederzijds begrip tussen de twee volkeren.
Dink kreeg naamsbekendheid toen hij in 1996 het weekblad Agos begon te publiceren. Hij koos er bewust voor om het blad in het Turks uit te geven om zo een brug te slaan tussen Armenen en Turken. Tot zijn dood werkte hij voor dit ideaal. Hij was een man die voor het ’onmogelijke’ ging. Al vanaf zijn dramatische kindertijd.
De in de oostelijke provinciestad Malatya geboren Hrant was de zoon van een klerenmaker die gokverslaafd was. Op aandringen van zijn moeder verhuisde het gezin naar Istanbul. Moeder hoopte hiermee zijn echtgenoot te verlossen van zijn gokken. Ze dacht dat de verslaving aan de vrienden van haar man lag. Maar het gezin ging in de grote stad volledig aan flarden.
Dink vertelde aan een Turks blad: „Ik en mijn twee broertjes stonden bij het huis. Mijn vader zei dat we naar mijn moeder moesten gaan. Mijn moeder duwde ons naar mijn vader. We waren hulpeloos. Ik was toen negen jaar. We raakten in paniek en renden weg. Drie dagen later vonden ze ons slapend in een grote mand van een visser aan de kust. We waren bijna uitgehongerd. Hierna werden we naar een Armeens weeshuis gestuurd waar we tien jaar lang zijn verzorgd.”
Wanneer Dink terugdacht aan de jaren in het weeshuis kwamen nare herinneringen bij hem op: dat hij jarenlang huilend in slaap viel, dat hij zijn vader haatte en dat de kinderen geslagen werden als ze niet in het Armeens praatten.
Na zijn studie dierkunde ging Dink terug naar het Armeense weeshuis. Nu om er leiding te geven. In deze jaren kwam hij Rakel, het meisje dat hij in het weeshuis had leren kennen op het spoor. Rakel werd zijn echtgenote.
Dink was als twintiger een fervente aanhanger van marxistische ideeën. Zijn eerste kennismaking met de Turkse staatsmacht kwam na de staatsgreep in 1980. Hij werd vanwege zijn politieke activiteiten gearresteerd en gemarteld.
In de jaren negentig stortte hij zich op het intellectuele leven. Hij richtte het blad Agos op, waarvan hij tevens hoofdredacteur was. Al snel fungeerde hij als een natuurlijke woordvoerder van de Armeense minderheid in Turkije.
In een interview in Trouw in het jaar 2001 vertelde hij: ,,Ik ben kwaad op de westerse landen omdat ze de Armeniërs hebben gebruikt voor hun eigen belangen. Toen het misging tussen de Turken en de Armeniërs hebben ze zich niets meer aangetrokken van het lot van die mensen. Ik ben ook teleurgesteld in Turks links. Al die linkse Turkse dichters hebben geen woord geschreven over het drama van de Armeniërs”.
Dink wilde Turken en Armeniërs bij elkaar brengen. Tragisch genoeg gaat hij dat doel waarschijnlijk met zijn begrafenis, die morgen plaatsvindt, halen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.