De grootste sportsponsor in Nederland is Rabobank. Daarvan profiteren de Rabowielerploeg, de hippische sportbond en de hockeybond. Ook is Rabobank supplier van NOC-NSF.
Achter deze keus zit een filosofie, vertelt Heleen Crielaard, hoofd sponsoring van Rabobank. „Wielrennen heeft een massamediaal bereik en is daardoor onder andere een geschikt vehikel voor ons woord- en beeldmerk. Met de paardensport komen we bij onze wortels: we hebben van oudsher veel klanten uit de agrarische sector. Onze sponsoring van hockey is doelgroepspecifiek; er lopen binnen de hockeywereld veel interessante klanten rond. En met de steun aan NOC-NSF completeren we ons sportpalet.”
Tot de filosofie van de bank hoort ook dat de relatie met de begunstigden langdurig is. Wielrennen wordt al sedert 1995 gesteund en hockey vanaf 1996.
Sinds Rabobank de hockeywereld betrad is de bond van 125.000 naar 185.000 leden gegroeid. Crielaard juicht dat toe: „We hebben met de KNHB enorm in hockey geïnvesteerd. Ook door clubs te faciliteren. Van de 309 verenigingen hebben wij er met 162 een sponsorrelatie.”
Zo’n grote markt maakt sponsoring uiteraard interessant en dat is ook andere banken opgevallen. Al enkele jaren knoopt ABN-Amro connecties met hockeyclubs aan. Zo spelen zeven van de twaalf hoofdklasseteams in de Rabobankcompetitie in shirts met het ABN-logo. Met het oog op de wekelijkse tv-uitzendingen (live bij Sport 1 en in samenvatting bij Studio Sport) is dat voor ABN een lucratieve zaak.
„De hockeywereld is ook voor andere banken interessant gebleken”, geeft Crielaard als commentaar op deze ontwikkeling. „Die hebben eveneens de enorme potentie ontdekt. Het is uiteraard concurrerend, maar het is niet anders. Als hockey doorgroeit zoals nu, wordt de sport voor meer partijen interessant, ook buiten de bankwereld”, is haar verwachting.
In de slipstream van de hockeybond (KNHB) profiteerde de afgelopen vier jaar ook de internationale hockeyfederatie FIH van sponsorgeld van de Rabobank, maar aan die relatie is een bruusk einde gekomen. Vorige maand is ABN-Amro een van de vier World Hockeypartners van de FIH geworden. Volgens het blad Hockeymagazine steekt ABN per jaar 500.000 euro in de internationale federatie.
Crielaard: „We hebben de FIH vier jaar ondersteund en hadden de intentie door te gaan. We bouwen graag langdurige relaties op en dat is nu niet gebeurd.” Het klinkt wat zuur, maar Crielaard vindt dat te sterk uitgedrukt, al geeft ze eerlijk toe: „Natuurlijk zijn wij teleurgesteld.”
Bij de KNHB realiseren ze zich het potentiĆ«le probleem, maar gemangeld tussen twee banken voelt directeur Johan Wakkie zich niet. „Ik kan me voorstellen dat onze groeiende sport een interessante partner voor banken is. Dan kun je weleens op elkaars terrein komen.”
Dat dreigt wanneer ABN-Amro naar verwachting zijn naam wil verbinden aan internationale FIH-toernooien, zoals de Champions Trophy. Die kreeg, als Nederland organisator was, altijd het voorvoegsel ’Rabo’. „In principe zou dat kunnen veranderen”, geeft Wakkie toe. „Voorop staat dat we zo’n internationaal groot toernooi graag hebben. We zijn kandidaat voor de Champions Trophy van 2008. Dan zullen we in de nieuwe situatie wel goede afspraken moeten maken. Dat betekent dat we dan met twee banken aan tafel zitten.”
Stel dat het Nederlands team volgend jaar in Amstelveen de Champions Trophy wint. Als de spelers in hun Rabo-kleuren dan de ABN-Trophy in ontvangst nemen, is de interessante vraag wie zich de echte toernooiwinnaar waant: Rabobank of ABN-Amro.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.