*

 

’Nee hè’, denkt ’t paard, ’niet alweer zo’n moderne regie’

Peter van der Lint − 10/02/07, 00:00

Sterke beelden verzonnen Ivo van Hove en zijn decorontwerper Jan Versweyveld voor hun enscenering van Wagners ’Die Walküre’ bij de Vlaamse Opera. Een stadsjungle waarin een louche, volgeplempte zwerversbiotoop vernuftig werd afgewisseld met een rijke wolkenkrabbertuin en een goed geoutilleerd hospitaal tussen stadspuinhopen.

Het kon niet op en dus betraden in het laatste bedrijf, dat begint met de beruchte Walkürenritt, maar liefst vijf schimmels het toch niet zo omvangrijke podium van de Opera van Gent. Beesten op de bühne. Het blijft een spectaculair beeld en je kunt je ogen meestal maar moeilijk losmaken van de gedragingen van zo’n natuurlijk wezen in zo’n onnatuurlijke omgeving.

In Gent hield het kwintet schimmels zich voorbeeldig terwijl er om hen heen toch echte Hoviaanse chaos heerste. Daar werd je als mens nog wel horendol van. Af en toe zag je een paard goedkeurend de oren spitsen als Jayne Casselman (Brünnhilde) weer een perfect geplaatste hoge noot uit haar strot toverde.

Je gaat beesten in deze entourage als vanzelf allerlei menselijke eigenschappen toedichten. Op de website www.ringvlaamseopera.be zijn bijvoorbeeld filmpjes te zien over de voorbereidingen van deze ingewikkelde productie. Op een ervan zie je paarden tijdens een repetitie het toneel opkomen. Een van de paarden heeft bij binnenkomst een wel heel herkenbare menselijke blik in de ogen. Vorsend kijkt het rond en je hoort het denken: ’Nee hè, niet alweer zo’n moderne regie!’

Dieren in de opera. Dan denk je meteen aan de spreekwoordelijke olifant in Verdi’s ’Aida’. Bij monsterproducties van dit Egyptische drama in sportarena’s komt er meestal wel een olifant opsjokken. Toegevoegde waarde aan een productie die vaak op affiches loos wordt aangeprezen met: ’maar liefst 131 medewerkenden’. Onzin natuurlijk, omdat de kwaliteit van een voorstelling niet van de kwantiteit van het aantal medewerkenden afhangt.

Houden beesten van muziek? In een interview dat ik ooit met sopraan en paardenbezitster Josephine Barstow had, bekende zij mij dat ze in de stallen vaak een ariaatje voor haar paarden ten beste geeft. Ze had het idee dat de paarden er rustiger van werden.

Beesten fungeren in de opera vaak als een psychologiserend verlengstuk van een personage of een situatie. Ik heb de wrede politiechef Scarpia in Puccini’s ’Tosca’ zowel met spinnende poes als met blaffende rottweiler gezien. Herdershonden bewaakten de glazen kooi waarin Katerina in Sjostakovitsj’ Lady Macbeth van Mtsensk’ bij De Nederlandse Opera gevangenzat. In Ahoy’ vloog ooit op een prachtig uitgekozen moment een grote roofvogel omineus over de arena, de nakende dood van Aida en haar lover aankondigend.

In de beestenopera bij uitstek – ’Het sluwe vosje’ van Janacek – kruipen mensen in de huid van dieren en dat is eigenlijk lang zo leuk niet. Het paard in Gent, dat moderne regies beu was, bleek overigens heel sierlijk tijdens het applaus een reverence te kunnen maken.

mailIcon print |