De Democraten in het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden hadden maar 87 uur nodig om hun meest dringende wensen in wetten om te zetten. In de Senaat zal dat meer moeite kosten.
In honderd vergaderuren zouden de VS op belangrijke onderwerpen de steven wenden. Die belofte van de Democratische voorvrouw Pelosi na de verkiezingsoverwinning in november was een verwijzing naar de honderd dagen waar de Republikeinen mee kwamen toen zij de macht in het Congres kregen, in 1994.
Het belangrijkste probleem volgens de meeste Amerikanen, de oorlog in Irak, kan het Congres maar met moeite beïnvloeden. Daar heeft president Bush zelf het meeste over te zeggen. Wel is er een resolutie in de maak tegen het sturen van extra troepen. En Bush heeft moeten beloven om het geld voor de oorlog niet meer in beknopt toegelichte noodbegrotingen aan te vragen, maar in het reguliere defensiebudget.
Waar de afgevaardigden wel alles over te zeggen hebben, is hun eigen gedrag. De afgelopen jaren kwamen Congresleden in opspraak doordat ze gunsten hadden aangenomen van lobbyisten. Gisteren werd daarvoor een ex-afgevaardigde tot 30 maanden cel veroordeeld. En jonge stagiairs bleken niet veilig voor de lusten van tenminste één afgevaardigde. Op beide terreinen zijn de regels nu fors aangescherpt.
Alle maatregelen moeten ook nog langs de Senaat, waar de meerderheid van de Democraten heel klein is en de fractiediscipline een stuk milder. De wetten moeten daarna ook nog door president Bush worden getekend. Of met een veto gestopt. Maar Bush is tot nu toe niet scheutig geweest met dat zware wapen. Hij gebruikte het slechts één keer eerder, om een wet te torpederen die de financiering voor stamcelonderzoek wilde verruimen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.