*

 

Werk en handicap gaan moeilijk samen

door Wybo Algra − 22/01/07, 00:00

Gewoon blijven werken met een kleine arbeidshandicap: volgens de overheid kan het. Geen uitkering derhalve voor deze ’lichte’ categorie arbeidsongeschikten – maar helaas ook geen baan. In Noord-Holland hebben ze daar iets op gevonden.

Auke Boorsma ging op zijn zestiende, na de LTS, aan het werk als meubelmaker. Een paar jaar later trad hij in de voetsporen van zijn vader: hij werd vrachtwagenchauffeur, en dat heeft hij tot eind jaren negentig gedaan. Toen raakte hij betrokken bij het opzetten van een nieuwe bedrijfsvestiging en verschoof zijn werk meer naar planning. En nu – nu zit Boorsma, eind veertiger, al meer dan twee jaar thuis, zichzelf op te vreten.

Hoe dat zo gekomen is? „Het laatste bedrijf waar ik werkte, werd verkocht. De nieuwe eigenaar begon de oude garde er systematisch uit te werken, tot hij aan mij toe was.” Zodoende liep gaandeweg de spanning op. Boorsma ging medicijnen gebruiken – hij heeft een aangeboren hartkwaal. Eenmaal werd hij zelfs met een ambulance van zijn werk gehaald. En hij kreeg brieven van zijn nieuwe baas, dat hij zichzelf moest ontwikkelen. Dat het planningswerk anders moest, vlotter.

Eind 2004 zat hij er doorheen. Hij meldde zich ziek, en sindsdien heeft hij geen dag meer gewerkt. Hij is gedeeltelijk afgekeurd. Aanvankelijk voor 36,4 procent, wat al veel minder was dan hij had verwacht. Toen bleek dat er ook nog eens een rekenfout was gemaakt en duikelde hij naar 33 procent arbeidsongeschikt. Een cruciaal verschil, want nu valt hij onder de grens van 35 procent. Dat betekent volgens de nieuwe regels dat hij geen enkele aanvullende uitkering krijgt. Als hij geen ander werk vindt, krijgt hij nog een paar jaar WW en dan wacht hem de bijstand. En dat met twee thuiswonende, studerende kinderen.

Boorsma is bij lange na niet de enige. Jaarlijks vallen zo’n 19.000 mensen in de categorie arbeidsongeschikten tot 35 procent, die geacht worden zichzelf wel te kunnen redden en dus geen arbeidsongeschiktheidsuitkering nodig zouden hebben. Maar dan de praktijk: van deze ’35-minners’ staat binnen twee jaar meer dan de helft op straat, blijkt uit recent onderzoek in opdracht van de Stichting van de Arbeid.

En dat terwijl werkgevers en werknemers nu juist hadden afgesproken dat deze mensen met een zogenoemde ’kleine’ arbeidshandicap gewoon aan het werk blijven, als dat enigszins kan. In hun eigen bedrijf, en als dat niet kan – omdat daar gewoonweg geen geschikte baan te vinden is – op een andere plek. Deze afspraken hebben ze afgelopen vrijdag nog maar eens herbevestigd.

In Noord-Holland zijn ze al een stapje verder. Daar is drie jaar geleden het Poortwachtercentrum opgericht, dat een klein bureau heeft in Heerhugowaard. Het centrum is in de eerste plaats opgezet voor de overplaatsing van zieke werknemers naar andere bedrijven of zelfs sectoren. Inmiddels kunnen via de verschillende bedrijvenclubs in het werkgebied, van Texel tot en met de Zaanstreek, zo’n 4000 bedrijven en organisaties van de diensten van dit bemiddelingscentrum gebruikmaken. De activiteiten zijn ook flink uitgebreid: voorlichting over ontwikkelingen in de sociale zekerheid, creëren van leerwerkplekken, bemiddeling voor Europese subsidies.

Het idee werd geboren tijdens een bijeenkomst van de Westfriese Bedrijvengroep. Bestuurslid Arthur Helling vertelt hoe dat ging. „Een ondernemer in natuursteen zei daar tegen zijn collega-ondernemers: een zieke werknemer waar ik geen geschikt werk voor heb, kan misschien wel bij jullie aan de slag, en omgekeerd. Laten we dat proberen onderling op te lossen.”

Zo gaat het nu. Bedrijven die in hun maag zitten met een gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemer, melden zich aan bij het Poortwachtercentrum. Bedrijven met vacatures doen hetzelfde – en dan maar hopen dat er een ’match’ te maken valt.

Voor werkgever Dick Rood is dat gelukt. Hij is mede-eigenaar van een groothandel in honden- en kattenvoer, een klein bedrijf met twee mensen in dienst. Een van beide kreeg een paar jaar geleden problemen met haar heupen. Ze werkte aan de inpakmachine: staand werk, dat zittend niet goed te doen bleek. Ze heeft het nog geprobeerd, maar na twee of drie uurtjes was het gewoon op. Rood: „Ik moest haar loon doorbetalen, terwijl ze niets kon doen. Dat tikt toch aan.”

Zijn werkneemster kwam zelf met het idee van het Poortwachtercentrum. Ze heeft omscholing gekregen en nu werkt ze – naar volle tevredenheid, weet Rood – op een administratiekantoor. „Een prima initiatief”, vindt hij het bemiddelingscentrum.

De afgelopen drie jaar is het een kleine 500 keer gelukt om zieke werknemers via het centrum ergens anders aan de slag te krijgen.

Een 21-jarige schovelmachinist kreeg suikerziekte, kan niet meer werken met grote machines, maar gaat nu aan de slag bij het nieuwe glastuinbouwcomplex Agriport A7. Een timmerman die na huidkanker geen zwaar tilwerk meer mag doen, kreeg bijscholing en werkt nu als calculator bij een timmerbedrijf, waar zijn oude vakkennis bijzonder nuttig blijkt.

„Zo komen onverwachte matches tot stand. Dat is fantastisch”, vindt Arthur Helling. Iedereen duikt nu op het Poortwachtercentrum, zegt hij, zeker sinds het recente uitlekken van het rapport van de Stichting van de Arbeid over gedeeltelijk arbeidsongeschikten. Inderdaad valt het begrip ’Noord-Holland’ veel in kringen van werkgevers en bonden. En PvdA-Kamerlid Jet Bussemaker vroeg vorige week aan minister van sociale zaken De Geus of hij bereid is initiatieven zoals het Poortwachtercentrum meer bekendheid en zonodig ondersteuning te geven.

De bestuurders van het Poortwachtercentrum, alle vijf één dag in de week als vrijwilliger voor het centrum actief, zijn plannen aan het maken om hun model elders in Nederland te promoten. „Niet om er aan te verdienen, maar omdat we het leuk vinden”, zegt Helling. „We willen laten zien dat we door pragmatisch te werken, zonder veel geld veel kunnen bereiken.” Het afgelopen half jaar zijn her en der in het land al diverse vergelijkbare initiatieven van de grond gekomen.

Een succesverhaal, zeker, maar Peter van Bolderick tempert al te hoge verwachtingen. Hij is de consulent van het Poortwachtercentrum: de enige echte poortwachter, zoals hij het zelf noemt. „Het lukt gewoon niet altijd. Vooral voor oudere werknemers blijft het vreselijk moeilijk, daar wil ik niet omheen draaien. Zeker een keer in de week heb ik een huilend echtpaar aan mijn bureau. Dan heeft iemand veertig jaar gewerkt, en mag hij nog even de bijstand in.”

Zo kan hij voor een internationale vrachtwagenchauffeur best een baan als taxichauffeur proberen te zoeken. „Maar dat zijn allemaal tienuurs-contracten en parttime baantjes. Daar hebben ze niks aan.” Of neem de 59-jarige stucadoor die wegens reuma ander werk moest zoeken. Van Bolderick: „Die ging aan het werk in een betonrenovatiebedrijf en viel daardoor onder de cao voor schilders. Vervolgens kreeg hij last van zijn knieën. Hij zou eigenlijk vorige zomer met prepensioen, maar onder zijn nieuwe cao kon dat niet meer.”

Van Bolderick begeleidde deze man naar de verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige. „Gelukkig is het gelukt hem volledig af te laten keuren, zodat hij tot zijn 65-ste een aanvullende uitkering krijgt.” Want al wil de overheid dat zo weinig mogelijk mensen helemaal worden afgekeurd, volgens Van Bolderick verdienen sommige mensen gewoon een zachte landing. „Daar kun je niet achter een bureau een regeling voor verzinnen.”

Voormalig vrachtwagenchauffeur Auke Boorsma heeft de afgelopen jaren naar eigen zeggen heel wat af gesolliciteerd. Hij is zelfs nooit op gesprek geweest. Dit ondanks zijn zogeheten REA-status. Die komt er op neer dat een nieuwe werkgever financieel niet voor de gevolgen zou opdraaien, mocht hij in de eerste vijf jaar ziek of arbeidsongeschikt worden.

Met zijn hart ging het intussen ook al niet beter. Vorige zomer kreeg hij een metalen kunstklep, luttele maanden voor zijn arbeidsongeschiktheidskeuring. „Het gaat redelijk goed”, vindt hij. ’s Ochtends kalm aan, dan beginnen de plaspillen te werken, en als hij iets in de tuin heeft gedaan, even op de bank. Bij spanning krijgt hij nog steeds pijn op de borst. „En de spanning is nog steeds niet van de lucht.”

Hij is in beroep gegaan tegen de keuringsuitslag, in de hoop dat hij wel boven de grens van 35 procent uitkomt, een aanvullende uitkering krijgt en zijn eigen huis niet hoeft te verkopen. En dat hij dan toch nog een baantje vindt, om zijn ’verdiencapaciteit’ optimaal te benutten.

Om zijn beroepsprocedure niet te verstoren, is de naam van Auke Boorsma gefingeerd.

mailIcon print |