*

 

Klimaatbeleid is geen zaak voor bedrijfsleven

door Donald Pols − 18/01/07, 00:00

Grote bedrijven als Shell pleiten voor zelfregulering als antwoord op het klimaatprobleem. Dat is geen goed idee.

De Taskforce Energie en de Algemene Energieraad roepen het nieuwe kabinet op om bij het aanpakken van het klimaat- en energieprobleem marktpartijen de regie te geven. De partijen in de formatie doen er echter goed aan het klimaatbeleid in politieke handen te houden. Want klimaatverandering is nu juist een duidelijk voorbeeld van falen van de markt.

De oproep om de markt de vrijheid te geven in de strijd tegen klimaatverandering doet denken aan het oudhollandse gezegde ’Wanneer de vos de passie zingt, geldt: boer let op je kippen’. Zo willen Taskforce Energie en de Algemene Energieraad dat de regie over de Nederlandse energiehuishouding verschoven wordt van de overheid naar een orgaan dat merendeels zal bestaan uit vertegenwoordigers van marktpartijen. Dit orgaan moet de beschikking krijgen over een langlopende jaarlijkse subsidie van twee miljard euro die zonder al teveel politieke bemoeienis kan worden besteed.

Ook willen Taskforce en Energieraad dat de overheid geen wetgeving of regels maakt om het bedrijfsleven ertoe te dwingen de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. De overheid moet alleen nog maar nieuwe schone initiatieven subsidiëren. Maar ook weer niet te veel. Want, zo stelt Shell-directeur Rein Willems, tevens voorzitter van de Taskforce Energie: „Te ambitieuze doelstellingen voor duurzame energie worden afgeraden.” Als voorzitter van een commissie van werkgeversorganisatie VNO-NCW vindt Willems zelfs dat Nederland maar beter uit ’Kyoto’ kan stappen, het internationale klimaatverdrag dat vermindering van de uitstoot van broeikasgassen regelt.

Het pleidooi voor zelfregulering ontkent echter het wezen van klimaatverandering, dat nou juist een voorbeeld is van het falen van de markt. Een vrije markt werkt namelijk alleen goed wanneer de spelregels voor iedere marktpartij op een gelijke manier gelden, en de prijs van producten de werkelijke kosten reflecteren. Bij de huidige energievoorziening is dat niet het geval. De kosten van de opwarming van de aarde worden immers niet in de prijs van energie weerspiegeld. Bedrijven die schoon produceren hebben daarom hogere kosten.

De noodzakelijke stappen om klimaatverandering tegen te gaan kunnen alleen collectief, dus door de politiek, genomen worden. De overheid zorgt immers voor een gelijk speelveld waarin niet-duurzaam gedrag beperkt wordt, en duurzaam gedrag gestimuleerd. Bedrijven kunnen niet vrijwillig de kosten van klimaatverandering in hun prijzen integreren aangezien dat hun concurrentiepositie aantast. Alleen de overheid heeft de mogelijkheid broeikasgassen een prijs te geven, uitstootrechten te definiëren en op naleving toe te zien. Alleen de overheid kan vervuiling beperken door het ontwikkelen van voor iedereen geldende normen en, wanneer nodig, selectief te subsidiëren.

Om klimaatverandering effectief aan te pakken moeten broeikasgassen een prijs krijgen die hoog genoeg is om bedrijven te stimuleren over te stappen op schone energie en besparing. De hoogte van de prijs van broeikasgassen wordt bepaald door bindende reductiedoelstellingen. Wettelijke vastgelegde doelen om broeikasgassen te beperken zijn daarom een voorwaarde voor effectief klimaatbeleid.

Hoe dit in de praktijk gerealiseerd moet worden, laat de Britse overheid zien. In november 2006 is de Klimaatwet aangekondigd, die bindende doelstellingen voor reductie van CO2 voor de gehele Britse economie vastlegt. In 2050 moet dat leiden tot 60 procent minder uitstoot. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de wet ligt bij de premier die jaarlijks aan het parlement moet rapporteren. Ter vergelijking: in Nederland is het klimaatbeleid verspreid over zes ministeries.

Klimaatverandering vergt een gecoördineerde en ambitieuze inspanning van de hele Nederlandse en mondiale samenleving. We kunnen niet het risico nemen dat bedrijven, aangespoord door aandeelhouders die letten op korte-termijnwinsten, de lange-termijnbelangen van de samenleving in de waagschaal stellen.

mailIcon print |