*

 

Het lijkt een beetje op slechte seks: de ene partij heeft geen idee van wat de andere wenst en wil.

Elma Drayer − 18/01/07, 00:00

Curieus bericht, dinsdag in deze krant. Uitzendconcern Tempo-Team liet onderzoeken hoe bazen hun personeel het beste voor het bedrijf kunnen behouden. (Waarom uitgerekend een makelaar in tijdelijk werk dat zou willen weten, vertelt het verhaal niet.) Werkgevers en werknemers kregen een vragenlijst voorgelegd. En wat bleek: managers hebben geen enkele sjoege van wat hun personeel zoal bezighoudt.

Werkgevers denken dat werknemers naar een andere baas lopen als ze ’te weinig interne groeimogelijkheden’ voor zichzelf zien. Hun ondergeschikten noemen dat argument nauwelijks. Die vertrekken vooral als ze het management naatje vinden. Ook zijn zij dol op ’afwisselend, leuk’ werk, terwijl hun bazen daar zelden oog voor hebben. En ’flexibele werktijden’ vinden werknemers (vooral vrouwen) reuze belangrijk, terwijl de boven hen gestelden zich daar amper bewust van zijn.

Het zou hilarisch zijn, als het tegelijkertijd niet zo treurig was. Zo’n onderzoek openbaart op onverwachte wijze de eenkennigheid van ons vakbondswezen. Decennialang treffen werknemers en werkgevers elkaar immers al aan de onderhandelingstafel. Langdurig wordt daar gesteggeld over een paar procent salaris erbij, vut-regeling zus, compensatie zo. Dáár draaien de beraadslagingen om. En daar wordt, als het moet, om gestaakt. De triomf als er weer zo’n fraaie cao is afgesloten spat er vanaf – zie de bouwsector deze week.

Heel aangenaam, natuurlijk. Maar blijkbaar werd er al die decennia te weinig onderhandeld over kwesties die werknemers werkelijk beroeren. Zodat de ene partij, het lijkt een beetje op slechte seks, nog steeds geen idee heeft van wat de andere wenst en wil.

Volgens voornoemd uitzendconcern is de wind evenwel aan het draaien. Er breken, kort samengevat, gouden tijden aan voor werknemers. Niet omdat de vakbonden eindelijk tot bezinning zijn gekomen. Uitsluitend en alleen omdat de economie boomt. De krapte op de arbeidsmarkt noopt de baas ertoe om zijn personeelsleden meer dan ooit in de watten te leggen. Met een auto-van-de-zaak hoeft hij trouwens niet aan te komen, begreep ik uit de krant. Daar halen de meeste werknemers gevoeglijk de schouders over op.

Het uitzendconcern komt met geheel andere ’tips’ voor de manager die zijn personeel ongaarne ziet vertrekken. Uiteraard moet hij zich ’aardig en oprecht geïnteresseerd’ gedragen. Maar er zijn ook uiterst concrete adviezen. „Geef mensen ruimte om een praatje te maken. Zet een bank bij de koffieautomaat.’’ En: „Zorg voor een kantoor met de X-factor. Voorkom verstopte airco’s, bedompte, donkere ruimtes, een grauwe inrichting met aftands meubilair.”

Het waren zinnetjes, maar dit geheel terzijde, die ik met meer dan gewone belangstelling tot mij nam. Zelf slijt ik al een jaartje of zes mijn dagen in net zo’n pand als hierboven in schrille kleuren wordt geschilderd. Een gezellige driezitsbank bij de koffieautomaat? Wij treffen er slechts een prullenmand en een prikbord aan, met daarop geboortekaartjes en omgekrulde knipsels. X-factor? De airco die uit het systeemplafond blaast, trekt zich niets aan van de seizoenen, op wanden en vloeren domineert het donkergrijs en donkerpaars, het lichtontwerp moet door een blinde zijn bedacht, het meubilair zucht en kreunt onder onze ledematen. En dan staat het gebouw óók nog aan de altijd winderige Wibautstraat, aan de rand van een tamelijk troosteloos stadsdeel. Gek genoeg kan ik me niet herinneren dat iemand ooit om déze redenen overstapte naar de concurrent.

Wat heet. Heel toevallig verhuizen wij over twee dagen integraal naar een ultramodern kantoorgebouw, gelegen in een hippe stadswijk. Het nieuwe pand, heb ik begrepen, moet een wonder zijn van ’transparantie’. Ongetwijfeld staan er her en der kekke zitjes opgesteld. En de airconditioning zal het vast puik doen. Maar ik heb nu al heimwee.

mailIcon print |