*

 

Alle buitenlanders dood, behalve voetbalmaatje Ali

door Seada Nourhussen − 11/01/07, 00:00

„De conflicten tussen allochtone en autochtone jongeren vormen een geweldsspiraal die niet zomaar overwaait.” Mellouki Cadat, adviseur leefbaarheid en sociale samenhang, is ongerust.

Hij publiceert binnenkort een brochure over de aanpak van rechts-radicale jongeren. Daarin spreekt hij van almaar toenemende mishandelingen, bedreigingen, vernielingen, knokpartijen en brandstichtingen.

Cadat concludeert dat raciale spanningen vooral voorkomen in wat hij ’achterstandsdorpen’ noemt. „Het zijn voornamelijk de kleinere gemeenten in Nederland met sociaal-economische problemen. De autochtone jongeren daar hebben vaak een lage opleiding, psychische problemen en komen uit gebroken gezinnen. Het zijn dorpen waar nauwelijks allochtonen wonen, maar de autochtone jongeren voelen zich toch door hen bedreigd omdat ze symbool staan voor verandering.”

Voor de duidelijkheid: ook allochtonen maken zich schuldig aan vijandigheden. „Maar”, zegt Cadat, „het rechts-radicalisme is qua omvang en verspreiding op het moment een groter probleem dan racisme vanuit allochtonen.”

Criminoloog Rob Witte van multicultureel instituut Forum is het daarmee eens. Maar vindt dat het niet uitmaakt wie er begint. „De jongen die de moskee in Uden in brand stak, deed dat nadat zijn broertje door een Turkse jongen in elkaar geslagen was. Het gaat erom dat groepen jongeren elkaar naar het leven staan. En dat wordt niet serieus genoeg genomen.” Witte pleit voor registratie van interetnische spanningen bij delicten. „Dan kan de politie zich beter voorbereiden op eventuele volgende conflicten. Vijandigheden tussen allochtonen en autochtonen worden nu nog vaak als incidenten afgedaan.”

Maar volgens Witte passen ze vaak in een reeks delicten. Zoals in het Noord-Limburgse Helden in 2004. „Daar ging een moskee in vlammen op. Maar voorafgaand was er een knokpartij tussen witte en zwarte jongeren bij een discotheek en waren er een paar huizen met racistische leuzen beklad.”

Maaike Homan schreef het boek ’Generatie Lonsdale’ over extreem-rechtse jongeren in Nederland na Fortuyn en Van Gogh. Zij vindt dat gemeenten rechts-radicale jongeren beter in het vizier moeten krijgen. „Ze moeten in ieder geval met ze in gesprek gaan en weten wie ze zijn.”

Tegelijkertijd moet je hun denkbeelden niet te serieus nemen, vindt zij. „Het komt deels voort uit verveling en baldadigheid. Een Londsdaler zei tegen me dat alle buitenlanders dood moesten, behalve Ali, want die zat in zijn voetbalteam.”

mailIcon print |