*

 

Zoonlief woont op kamers en in een andere tijdzone.

Monic Slingerland − 09/01/07, 00:00

Wat is de menselijke geest toch soepel. Nog maar kort geleden is de oudste zoon op kamers gaan wonen en nu al heeft ons innerlijk veiligheidssysteem hem uit het bestand gewist. Als op een ochtend aan de voordeur wordt gerommeld, schrikken we. Alsof hij het aanvoelt klopt hij eerst op de kamerdeur voor hij binnenkomt.

Ook hij heeft zich snel aangepast. Zonder dat we dat afgesproken hebben, zijn er nieuwe omgangsvormen ontstaan. Hij ploft op de bank en zelfs dat voelt anders dan vroeger, toen hij nog hier woonde. Hoe het hier gaat, vraagt hij.

Wij dachten van wel goed, eerlijk gezegd. Met hem is het ook wel oké. Behalve dat die bierkratjes niet zo lekker zitten. Dus studeren, dat gaat nog niet op zijn kamer. En ook is het er bijzonder gehorig, met die dunne wandjes. En dat terwijl hij juist het huis heeft verlaten omdat hij hier niet rustig kon uitslapen. Hij dacht dat hij dat onder leeftijdsgenoten beter zou kunnen. Maar nu wordt hij iedere ochtend vroeg gewekt door de keiharde muziek die zijn studerende buurvrouw nodig heeft om zich beter op haar boeken te kunnen concentreren.

Daarbij vergeleken is de wasmachine in het ouderlijk huis, de bron van zijn ergernis, een kabbelend beekje.

Dan vraagt hij waar zijn broer en zus zijn. Nou, zeg ik, die slapen natuurlijk nog. Het is vakantie. Wat deed jij op die leeftijd om elf uur ’s ochtends.

Met een slim lachje kijkt hij me aan.

Daar trapt hij niet in, zegt hij. Leuk dat ik heel snel de klok een stuk achteruit heb gedraaid, maar hij weet heel goed dat het half drie is en geen elf uur.

Hij is bloedserieus, dat is wel duidelijk. Alsof hij aan de andere kant van de stad in een andere tijdzone leeft, en het daar is als in Singapore.

Om hem te overtuigen dat het echt pas in de ochtend is, halen we de televisie en de mobiele telefoon erbij. Meteen krijg ik spijt dat hij op kamers is gegaan, het is blijkbaar te hoog gegrepen, hij is nu al hopeloos verdwaald in de tijd. En dat op een luttele drie kilometer afstand van de ouderlijke tijdzone.

De uitleg komt snel: hij is na al dat feesten in de vakantie gisteravond in slaap gevallen en vanochtend zonder het in de gaten te hebben vroeg wakker geworden. Een uur of vier vroeger dan anders, waardoor zijn innerlijke tijdwaarneming wat in de war is geraakt.

Maar hij komt ergens anders voor, dat is wel duidelijk, al slaat hij het aanbod om een stoel mee te nemen (er staan er zat) niet af.

Hij had iets gehoord over vuurwerk. Inderdaad is dat nogal een kwestie, hier in huis. Zijn jongste broertje is ook na Nieuwjaarsdag nog aan het knallen geweest en daar waren we niet blij mee. Toevallig komt dat broertje net de trap af met een slaperige kop. Precies op tijd om van zijn oudere broer een uitbrander te krijgen, gevolgd door een korte uitleg over het gevaar van vuurwerk. ,,Volgend jaar dus geen vuurwerk”, besluit de oudste de preek tegen zijn broertje. ,,Anders leer je het nooit.’’

Dan stapt hij maar weer eens op, zijn eigen wereld in.

Vlak voor hij weggaat, waarschuwen we hem. Als hij hier volgende week weer komt aanwaaien, wonen er andere mensen. We gaan verhuizen, weet je nog wel. Zullen we het adres nog maar eens geven?

mailIcon print |