Het nieuwe Orgelpark in Amsterdam is een concertzaal voor het orgel. In een omgebouwd godshuis moet het orgel losweken van de kerk.
Het begon met een utopische droom, waarin het orgel centraal zou staan, maar dan zonder enige kerk-associatie – in een kerk ga je namelijk niet ’uit’. En dat moest het wel worden: een uitje naar het orgel. Toen men ging zoeken naar een geschikte locatie mocht het dan ook per se géén kerk zijn. Vandaag wordt die utopische droom werkelijkheid als het Orgelpark in Amsterdam officieel zal worden geopend door burgemeester Job Cohen. En de locatie? De Parkkerk pal naast het Vondelpark.
Toch een kerk dus. Loek Dijkman, initiatiefnemer en voorzitter van de Stichting Orgelpark kan er zelf ook om lachen. Staand op het balkon van de volledig gerestaureerde en heringerichte Parkkerk zegt hij: „Toen ik hier voor de eerste keer binnenkwam voelde ik de gesels Gods, maar ik zag ook direct de theatrale kant van deze ruimte. We wilden inderdaad per se geen kerk betrekken, hadden zelfs plannen om een hele nieuwe concertzaal te laten bouwen. Toen kwam ik via mijn Stichting Utopa in contact met het bureau Stadsherstel in Amsterdam. Men vroeg ons om subsidie voor het uitgeven van lesmateriaal voor het opleiden van restauratievaklui. Tijdens een van de gesprekken daarover, ergens eind 2003, vertelde ik dat we op zoek waren naar een concertgebouw voor orgelmuziek. Toen wezen zij mij op de Parkkerk, die een culturele bestemming moest krijgen. Ze drongen aan dat ik er even moest gaan kijken. Ik ben er toen langsgereden met in mijn achterhoofd de gedachte ’het zal toch wel niks zijn’. Binnen een halfuur was ik verkocht. Ik heb Stadsherstel de volgende dag al teruggebeld. Ook de naam ’Orgelpark’, met een verwijzing naar de Parkkerk, had ik toen al bedacht.”
Stichting Utopa van Loek Dijkman heeft als belangrijkste gedachte dat ondernemingen hun ’overwinst’ niet uitkeren aan aandeelhouders, maar aan de omgeving waaraan zij hun bestaansrecht ontlenen. De winst wordt aangewend voor algemeen nut. Dijkman vertelt dat de stichting ontwikkelingskansen voor mensen wil creëren, op zoek gaat naar zaken die in de knel dreigen te komen. De nadruk daarbij ligt op niet-cerebrale dingen. Stichting Utopa hielp al met het restaureren van orgels. Vooral orgels in afgelegen gebieden, waardevolle kleinoodjes waarvoor geen subsidie was. „Door het restaureren van een orgel voeg je iets aan de verzameling toe, maar dan moet je er vervolgens ook wat mee doen. We hebben een groepje opgericht om dat te onderzoeken. We wilden hoe dan ook orgels uit de ’dodelijke omklemming’ van de kerk losrukken. Het is niet zo dat dit project ontstaan is vanuit een grote liefde mijnerzijds voor het orgel. Ik kan net zo warm lopen voor een project met moleculaire celbiologie. Ik vind dat een zekere afstand tot de projecten die je doet goed is. Ik ben wat dat betreft echt een barricade-man.”
Dijkman laat met trots de nieuwe ruimtes rondom de concertzaal zien. Er is over heel veel goed nagedacht. Over de toegankelijkheid voor minder-validen bijvoorbeeld, maar ook over de toiletruimten. "Wat zie je bij de meeste zalen?”, vraagt Dijkman. „Dat er altijd enorme rijen staan voor de damestoiletten. Hier hebben we gekozen voor één toiletblok met twee ingangen en van de negen toiletten zijn er zeven voor dames en twee voor heren. We hopen dat er nu ook eens een man staat te wachten.”
De foyerruimtes ogen mooi, stralen een sfeer van ’uitgaan’ uit. Plekken om gezellig na te praten en wat te drinken. De ’dodelijke omklemming’ van de kerk is hier absoluut niet voelbaar. Maar het gaat natuurlijk vooral om de concertzaal zelf en ook in de kerk zelf is een aangename theatersfeer ontstaan. Architect Bas van Hille van bureau bd Architectuur heeft met meer dan veertig kleuren – oranje, geel en groen overheersen – de oorspronkelijk witgekalkte kerk onherkenbaar gemaakt. En toch is er niet zo veel aan de vorm van het interieur veranderd. Op de balkonranden staan, net als in het Concertgebouw, cartouches met namen van componisten – ook de hedendaagse (orgel)componisten worden daar niet geschuwd. De glas-in-lood-ramen zijn geïsoleerd en gemoderniseerd; de geschiedenis van de kerk is er nu in afgebeeld.
„In deze nieuwe concertzaal willen we ook bewust het normale cultuurseizoen volgen”, legt Dijkman uit. „Orgelconcerten zijn bijna altijd in de zomermaanden georganiseerd; wij gaan voor het seizoen van september tot juni. We gaan heel bewust hier ook andere dingen doen dan alleen maar muziek. Mijn eerste gedachte daarbij was dans. Het hoeft niet per se ballet te zijn, je kunt ook aan cafédans denken met begeleiding van dansorgels. Het is toeval dat we nu in Amsterdam zitten; dat was voor ons niet noodzakelijk. Maar we zijn nu wel in het hol van de culturele leeuw terechtgekomen. De gemeente Amsterdam heeft met dit alles overigens weinig te maken gehad. De gemeente had een culturele bestemming voor de Parkkerk, maar dat was het wel zo’n beetje. De exploitatie is een groot probleem. We hebben het gebouw voor tien jaar gehuurd en we hebben de middelen om het tien jaar vol te houden. Het zou leuk zijn als dit een succes wordt en dat het breder gedragen gaat worden.”
„Er kunnen 450 mensen in de zaal, maar ik geloof niet zo in de macht van het getal. Commercieel kan het nooit uit. We moeten publiek vinden dat deze zaal en de orgels een warm hart toedraagt, mensen die ’gastvriend’ willen worden. We hebben gepraat met organisten over de haalbaarheid van het Orgelpark. Zo’n klein tiental was enthousiast, de anderen zagen het niet zitten. Ach ja, in een optocht lopen er altijd maar een paar voorop!”
„Wij starten dit nu en het is echt iets unieks. Het is een plan met een lange adem, want er zal beslist koudwatervrees zijn bij het potentiële publiek maar ook bij organisten. De orgelwereld is een heel gesloten wereld; een behouden elitewereldje. Ik heb het gemerkt tijdens onze restauratieprojecten: het is nooit goed! Ons mooie, nieuwe tijdschrift Timbres hebben we gratis meegestuurd met andere tijdschriften waarvan we vermoedden dat die lezers geïnteresseerd zouden zijn. Met het specialistenblad Orgel kon het echter niet meegestuurd worden; het bestuur wilde niet. Die houding van ’wij zijn de Nederlandse orgelaars en zo zijn onze manieren’ is nog heel sterk.”
Er staan nu drie orgels in het Orgelpark, maar het worden er vier als in 2009 het grote Verschueren-orgel in de stijl van een 19de eeuws Cavaillé-Coll-orgel zijn plek op het balkon zal krijgen. Het front van dat orgel is ontworpen door de interieurarchitect van het Orgelpark Bas van Hille. „Het gerestaureerde Sauer-orgel, dat al in de kerk aanwezig was, is tot Rijksmonument verklaard. Het elektro-pneumatische Van Leeuwen-orgel uit 1954 komt uit de Adventkerk in Loosduinen en is heel geschikt voor barokmuziek of voor Messiaen. Het Molzer-orgel uit 1920 is een salonorgel en straalt een zekere Weense wuftigheid uit; perfect om bij de dansen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.