Ooit begonnen als een kleinschalig initiatief viert het Wereldkinderfestival nu het 20-jarig jubileum met een intercultureel festival.
Acrobatische hoogstandjes en swingende muziek en dans uit Ethiopië, een straatmusical uit Soweto of een kruising tussen circus en fanfare uit Zeeland. Het Wereldkinderfestival, dat van 20 mei tot 20 juni door het land reist, viert het 20-jarig jubileum met een intercultureel theaterfeest.
Kinderen uit alle windstreken hebben hierin de hoofdrol. Zo brengen de jonge artiesten van Circus Addis Abeba uit Ethiopië de show ’African Roses’, met acrobatiekpiramides, komische jongleeracts en traditionele dansvormen als de Iskista en de Fukara. Terwijl de jeugdgroep So Up uit Soweto in de streetmusical ’à Go Go’ urban dans combineert met hippe kwaitomuziek. In elk van de elf steden waar het festival speelt, treedt bovendien een lokaal talent voor het voetlicht, met acts die variëren van Bollywood dans tot djembe of brassbandmuziek. Het reizende theaterfeest speelt zich de komende maand zowel in theaters als op scholen af. Ook 15.000 kinderen uit het basisonderwijs doen mee, met een educatief project op school rond de wereldkunst in het festival.
Wat ooit begon als een kleinschalig initiatief van een handjevol vrijwilligers, is in twintig jaar tijd uitgegroeid tot een organisatie met een wereldwijd netwerk. Artistiek leider Lucien Ravensberg zoekt de jeugdgezelschappen die in het festival optreden ter plekke op. Soms wonen de jonge artiesten in de sloppenwijk van een grote stad, anderen wonen in een afgelegen dorp in de bergen van Marokko of op het platteland van India. „We richten ons op landen buiten Europa, waar de cultuur vaak bloeiend is maar de culturele voorzieningen meestal nog in de kinderschoenen staan”, vertelt Ravensberg. „Sommige kinderen leven in moeilijke omstandigheden, maar als je ziet met hoeveel energie ze dansen en musiceren maakt dat grote indruk.”
Met steun van buitenlandse hulporganisaties hebben sommige initiatieven inmiddels vaste grond onder de voeten gekregen. Dan is er een gebouw met voorzieningen en professionele mensen, waar de jongeren lessen kunnen volgen om zich verder te ontwikkelen. „Wij leggen vanuit het Wereldkinderfestival dan contact met zo’n organisatie. Zo werkt het Cirque du Soleil bijvoorbeeld met straatkinderen uit Addis Abeba. Het circuswerk is ooit begonnen als een sociaal project voor kinderen in een achterstandssituatie, maar het gaat inmiddels verder dan ontwikkelingswerk. Het is belangrijk dat deze jongeren de kans krijgen hun kunsten te verfijnen en te verfraaien, maar we willen ze ook de mogelijkheid geven om de voorstellingen aan anderen te laten zien. Zo is de acrobatische danscultuur van de Ethiopiërs ook in artistiek opzicht zeer inspirerend. Dat vinden zij zelf ook. Ethiopiërs zijn erg trots op hun cultuur. Ze vertellen je bijvoorbeeld vaak dat zij de jaartelling en de koffie hebben uitgevonden.”
Waar let hij op als hij een jeugdgezelschap uitnodigt op tournee te gaan? „Het gaat er niet alleen om dat een voorstelling goed is in Ethiopië of India, de jonge spelers moeten ook ver van huis overeind blijven op een podium voor Nederlands publiek.”
Is dat moeilijk voor hen? „De oudere kinderen hebben vaak het meeste last van heimwee als ze op reis gaan. Maar de jongsten, van een jaar of tien, lopen hier meestal heel monter rond en houden de groep bij elkaar.”
Hoe kijken ze tegen het leven in Nederland aan? „Meestal heel anders dan je zou denken. Een groep kinderen uit Ghana ging bijvoorbeeld met camera’s op pad voor een fotografieproject van het festival. Ze namen bijna alleen maar foto’s van bruggen en telefooncellen, omdat dit voor hen het meest intrigerende was in het Nederlandse landschap. Zo kijk je ook eens door de ogen van anderen naar je eigen omgeving.”
Andersom krijgen de kinderen uit Ethiopië en Zuid-Afrika ook een verrassend staaltje van de Nederlandse cultuur te zien. De Zeeuwse Fanfare werkt zijn ter gelegenheid van het jubileum samen met Circus Rotjeknor. Volgens het persbericht krijg je dan ’drummende diabolo’s en een koorddansende tromboneschuif in een circusserenade vol fanfarefratsen’.
„Het festival brengt kinderen in aanraking met de cultuur en levensstijl van leeftijdgenoten, die van ver weg én van dichtbij komen”, benadrukt Ravensberg. In vorige jaren stonden bijvoorbeeld Suriname, Marokko of Turkije centraal. „Veel kinderen in Nederland hebben ouders die daar vandaan komen, maar zélf kennen ze de cultuur in het land van herkomst alleen van vakanties. Zowel voor hen als voor anderen is het een eyeopener om te zien hoe die cultuur zich in deze tijd heeft ontwikkeld. Je ziet hoe de traditionele cultuur is overgedragen aan een nieuwe generatie. De tradities blijven levend, omdat ze een verbinding krijgen met de jeugdcultuur in het betreffende land. Het Wereldkinderfestival wil zo een eigentijds beeld geven van de diverse culturen. Kinderen zien beelden van verre landen ook op televisie of in de krant. Maar de kennismaking met andere culturen en de culturen van kinderen om je heen, maakt een grotere indruk als dat gebeurt door leeftijdsgenoten die je live op een podium ziet.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.