Graag wil ik Rob du Jardin helpen met inburgeren. Uit zijn summiere stukje van 12 mei moest ik toch de conclusie trekken dat hij volstrekt niet ingeburgerd is. Hier wat adviezen:
Ga eens een fiets jatten. Het is een misverstand dat die bezigheid is voorbehouden aan junks. Een beetje student steelt er minstens eentje.
Als je met de trein reist moet je instappen voordat iemand van de uitstappers ook maar in beweging is gekomen. Als iemand daar een opmerking over maakt, snauw je: dan moet je ook maar beter opschieten.
Koop in een winkelcentrum patat, natuurlijk met mayonaise, maar nog beter – vergt iets meer investering – een patatje oorlog. Eet een paar frieten en smijt daarna het bakje op de grond op zodanige wijze dat de vette troep zich maximaal verspreidt. Eventuele opmerkingen te pareren met: „Daar betaal ik toch belasting voor”.
Meneer du Jardin lijkt mij zo iemand die als hij in de tram op een invalidenplaats zit (pictogram: rolstoel) en iemand ziet binnenkomen die blind is, twee krukken heeft en zijn arm in een mitella draagt, opstaat om zijn plaats aan te bieden. Dat is nu typisch niet ingeburgerd gedrag. In zo’n geval dien je peinzend naar buiten te staren of zeer verdiept te zijn in een van de gratis krantjes. Aan de slag meneer du Jardin, zet hem op!
Wil Voogt Utrecht
Rob du Jardin schreef een kostelijk stuk over inburgeren, 12 mei op Podium. Maar volgens mij herkent iedereen hem als niet in Nederland geboren aan zijn accent. Dat blijkt uit de voorbeelden die hij geeft uit het ziekenhuis. Hij doet zijn mond open en men hoort: die komt niet uit Nederland. Wil hij daar echt vanaf, dan moet hij gaan oefenen op de uitspraak. Met een Nederlandse vriend of vriendin. Hij is al meer dan 100 procent ingeburgerd, daar heb ik bewondering voor. En is dat accent nu zo erg? Hij heeft altijd gesprekstof op deze manier. Maar als het hem dwars zit: oefen dan met in Nederland geboren mensen.
J.C. Kloosterboer Bilthoven
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.