Italië is naarstig op zoek naar manieren om de straatprostitutie tegen te gaan, nu veel steden zijn overspoeld met prostituees uit Oost-Europa.
De mollige Lela staat op maandagmiddag in Rome langs de kant van de weg in een minuscuul zwart jurkje. Hier, in de schaduw van een boom, verdient de 25-jarige Roemeense haar geld. Twintig meter verderop staat een hoogblonde Bulgaarse in rood kanten lingerie. Beide vrouwen wachten op klanten die in de auto langsrijden en voor een paar tientjes van hun diensten gebruik maken. Lela zegt dat ze constant op en neer reist naar Roemenië. „Ik werk hier drie weken, verdien een paar duizend euro, ga dan even naar huis, naar mijn kinderen, en kom dan weer terug”, vertelt ze. Een autobestuurder spreekt haar aan, Lela onderhandelt en stapt in.
In Italië werken naar schatting zo’n dertigduizend vrouwen als Lela. Dag en nacht staan ze langs de stedelijke uitvalswegen en provinciale wegen. De straatprostituees zijn allemaal buitenlandse vrouwen uit Afrika en Oost-Europa, die vaak met geweld tot dit werk worden gedwongen. Hun Italiaanse collega’s onttrekken zich geheel aan het oog in appartementen, clubs en massagesalons. Na de laatste uitbreiding van de EU zijn er duizenden Roemeense en Bulgaarse vrouwen op de Italiaanse trottoirs bijgekomen, en daar zijn de autoriteiten niet blij mee.
De conservatieve regering van Silvio Berlusconi vindt de handel in seks in het openbaar geen gezicht. Maar prostitutie is niet verboden. Daarom zoekt het kabinet naar manieren om de prostituees van de straat te krijgen. Er ligt een wetsontwerp klaar dat straatprostitutie verbiedt en overtreders – zowel prostituees als klanten – beboet. Het kabinet wil zo bereiken dat de buitenlandse vrouwen binnenskamers gaan werken, discreet. „Ik heb niets tegen vrouwen die zich willen prostitueren”, zegt Mara Carfagna, de minister van emancipatiezaken. „Maar ik wil dat het binnenshuis gebeurt, zonder overlast voor andere bewoners.”
Terwijl Carfagna de puntjes op de i van haar wetsontwerp zet, komen verschillende gemeentes nu al in actie. De politie van Verona deelt sinds begin augustus torenhoge boetes aan klanten uit. Mannen die vanuit hun auto onderhandelen of met een prostituee in de auto worden aangetroffen, krijgen een bekeuring van vijfhonderd euro wegens het verstoren van de openbare orde. „Er zijn nu vijftien boetes uitgedeeld”, vertelt burgemeester Flavio Tosi trots. „Reken maar dat zo’n bedrag afschrikt en dat die mannen betalen. Ze willen vast geen aanmaning thuis bij moeder de vrouw ontvangen.” Tosi, van de Lega Nord, vindt zijn aanpak een succes: „Binnen een week zijn bijna alle hoeren van de straat verdwenen. Ze zijn uit Verona vertrokken.”
In Rimini heeft politiebaas Antonio Pezzano vastgesteld dat hij straatprostituees – ook al komen ze uit de EU – het land uit mag zetten. „Straatprostitutie gaat gepaard met ruzies, minderjarigen zien de halfblote vrouwen rondstappen, het gaat om obsceen gedrag in het openbaar. Dat alles vormt een bedreiging voor de openbare veiligheid. En daarom staat de wet mij toe om die vrouwen weg te sturen”, legt Pezzano uit. Hij heeft al zo’n zeventig vrouwen uitgewezen. „In een maand tijd zijn bijna alle hoeren uit Rimini verdwenen.” Maar is wat hij en zijn collega’s in Verona doen niet simpelweg het verplaatsen van het probleem? Die vrouwen gaan toch gewoon in een andere stad werken? „Kan zijn. Maar in Rimini zijn we in ieder geval van ze af”, antwoordt Pezzano.
De Roemeense Lela begrijpt de repressie niet. „Wij doen toch niemand kwaad? Wij proberen alleen maar onze boterham te verdienen en willen niemand tot last zijn.” Ze ziet zichzelf niet in een appartement werken. „Dat kost geld. De straat op gaan wanneer ik maar wil, is goedkoper en eenvoudiger.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.